Posted by Jeroen de Boer on mrt 14, 2014
Wetenschapper en kunstenaar Stephen Von Worley doet onderzoek naar datavisualisatie. Op zijn site Data Pointed doet hij daarvan verslag, zo ook van een project waarbij hij persoonsnamen matcht met straatnamen en andere geografische locaties. De aanleiding daarvan was een persoonlijke:
Once upon a time, I lived in Oakland, California, near a tidy stripe of pavement called John Street. After the birth of my son John, who took my middle name, we’d occasionally roll by. I’d holler “Hey, look, it’s John Street!”, and even though he couldn’t read the signs, giggles and chuckles would invariably ensue.
Shortly after our move to Santa Cruz, we found a John Street there, and a few weeks ago, another in San Francisco. Gosh, roads named John seemed pretty common! Upon that realization, the geography dork sitting on my shoulder had something to quantify: how many existed, altogether, and where, exactly?
Von Worley maakt gebruik van de database van Open Street Map en visualiseert matches in Google Maps. Voor de namen put hij uit Wikipedia en officiële Amerikaanse en Britse naamdatabases. Zoeken op de naam Leo leidt dan bijvoorbeeld tot dit resultaat:

Posted by Jeroen de Boer on mrt 13, 2014
Vanmorgen werd mij via Facebook onderstaande vraag gesteld door goede muziekvriend R.. Wie kan helpen helderheid te scheppen? Wordt erg op prijs gesteld! R. zegt:
“Kijk, bibliotheek-academici zijn wellicht nog weer beter in het vinden van onmogelijke titels. Ik bezit twee cd-boxjes van het Andante-label, maar het lijken verschillende series te zijn. hoe krijg ik beide series compleet?”
a) Igor Stravinsky Composer & Conductor Volume 1, Andante 699487196025/ isbn 0-9712764-8-x. Ik zoek dus ook nog deel 2, en als die bestaat, deel 3.
b) Igor Stravinsky Composer & Performer Volume 2, Andante 699487-1100-2, isbn 1-931893-11-x.
“Deel 1 kan ik dus helemaal nergens vinden, Deel 3 heb ik momenteel in bestelling. De kans bestaat, dat ik volume 1 stiekem al gewoon in huis heb, maar dat ze de titel gaande het project licht hebben gewijzigd. Ik kan hier echter nergens iets over vinden. Als jij een keer de kans ziet, of als je iemand kent om hier eens naar te kijken met een bibliothecarissenblik, heel graag.
Het zijn de 78-toerenplaten waar Stravinsky zelf nog op speelt. Totaal ander materiaal dan de SONY-box, die latere (stereo) opnames bevat; en die zoals je weet, inmiddels ook uitverkocht is.
Het is supermooie muziek. Van de deeltjes die ik in huis heb, heb ik een keer een radioprogramma samengesteld als invaller bij de klassieke afdeling van Radio Zwolle. De enige keer dat ik in de uitzending door een luisteraar ben gebeld (Vioolconcert, opname uit 1935).”
Afbeelding: George Grantham Bain Collection [Public domain], via Wikimedia Commons
Posted by Jeroen de Boer on mrt 9, 2014
Beste toerfietsers,
Geweldig hè, dat mooie weer? Net als jullie ga ik er ook graag op uit om van de zon, wind en de omgeving te genieten. En weten jullie wat nou het mooie is? De verkeersregels zijn nog dezelfde als voor de winter, het moment dat jullie de fietsen voor maanden in de schuur deponeerden om weer tevoorschijn te halen met de eerste zonnestraal.
Misschien zijn jullie het verleerd, maar heel erg moeilijk is het niet: gewoon rechts aanhouden. En ook, heel logisch, niet breeduit naast elkaar op een smal fietspad. Wij wielrenners hebben er niet voor gekozen van datzelfde fietspad gebruik te maken, maar dat moet nu eenmaal. Dat verlies nemen we beide, ok?
Jullie hebben wel je mond vol van die asociale wielrenners, maar ik voel me totáál niet aangesproken. Ik geef altijd aan dat ik er langs wil. Nee, ik heb geen fietsbel, maar ik roep lang van tevoren ‘Opgepast!’. En als er niet gereageerd wordt doe ik dat nog een keer. Of nog een keer. Het was Lance Armstrong die in één van zijn boeken aangaf een vocaal signaal te verkiezen boven de fietsbel. Die laatste associeer je namelijk met een gewone, veel langzamere (ja, ook vergeleken met de colonne 50-plussers op hun elektrische vehikels) fietsen. En heel vaak wordt daar op gereageerd zoals het moet: rustig aan de kant gaan. En dan bedank ik vriendelijk voor de vrijgeleide, mondeling of even de hand of een duim onhoog te steken. En is dat over het algemeen wederzijds.
Maar aan de rest: moet dat nou, dat demonstratief op je fietsbel gaan raggen bij het voorbijgaan? Dat roepen: ‘béllun!!’. Middelvingers opsteken? En is het nou zo moeilijk als je elkaar tegemoet komt, en er duidelijk sprake is van oogcontact, niet even aan je medefietsers (en deze gaat voornamelijk op voor ouders met kinderen) aan te geven aan de kant te gaan? Wat voor ouder ben je dan om je kind het risico te laten lopen tegen me op te fietsen? Ik heb een helm, zij niet. En ik ga harder, dus trek je conclusie wie de hardste klap krijgt.
Denk gewoon even na voordat jullie er op uit trekken. Wij ontwijken die kleine paadjes zoveel mogelijk, maar soms is het niet anders. Laten we gewoon de lieve vrede bewaren, ok? Ik geloof dat van dit gedrag niemand een goed gevoel overhoudt.
Jeroen
ps. voor de hardlopers en wandelaars: links aanhouden is echt niet zo moeilijk.
pps. ondanks de goedweertoeristen nog best genoten:
Posted by Jeroen de Boer on mrt 7, 2014
Omdat het dankzij een 3D-printer kán zullen we maar zeggen. Dít was overigens zijn illustere voorganger.
bron: Nerdcore

Kremlin.ru [CC-BY-3.0], via Wikimedia Commons
Posted by Jeroen de Boer on mrt 6, 2014
Vlak na de jaarwisseling werd ik gemaild door Pieter Offermans, communicatiemedewerker Digitale Bibliotheek bij de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef:
“Elke maand organiseer ik een zogeheten lunchbijeenkomst waarbij een bevlogen spreker vertelt over een nieuwe ontwikkeling op het gebied van bibliotheken, informatie of onderwijs. Zou jij er iets voor voelen om de medewerkers van de UB iets te vertellen over het FabLab?”
Maar natuurlijk! Nog leuker zou het zijn als de bus ook naar Nijmegen zou komen, een idee waarmee Pieter’s collega Gerard Bierens kort daarna op de proppen kwam. Vandaag reisden we daarom zuidwaarts voor een dagje universiteit.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we ’s ochtends in een wat lichte twijfel verkeerden: zou ons project voor medewerkers van een UB niet reeds gesneden koek zijn? Een universiteit is immers een walhalla van (geavanceerde) kennis? Bij de toehoorders van mijn presentatie over het hoe, wat en waarom van FryskLab bleek het fenomeen FabLab echter grotendeels onbekend.
Mede daarom was het erg mooi dat we de bus bij ons hadden, zodat men een goed beeld kon krijgen van wat ons voor ogen staat. Dat leidde tot enkele erg interessante gesprekken over de mogelijkheden die FabLab voor een universiteitsbibliotheek kan bieden. Ikzelf zie veel mogelijkheden, vooral omdat veel van de kennis (en ongetwijfeld ook materialen) op een universiteitscampus denk ik allang aanwezig zijn, maar nog voorbehouden aan bepaalde onderzoeksgroepen. Wanneer de bibliotheek kan faciliteren dat die mogelijkheden voor een veel grotere groep gebruikers beschikbaar komen doe je denk ik precies wat je werk is.
Ik meende in sommige ogen al lichtjes te zien branden, dus Nijmegen houden we in de gaten. Of zoals Pieter zei: “Ik hoop dat dit bezoek niet bij een eenmalig iets blijft“. Met Fab the Library! hebben we straks in ieder geval een mooi instrument in handen om bibliotheken verder te helpen.
