Pages Menu
Categories Menu

Most recent articles

Waarom een digitaal zwemdiploma niet de oplossing is

Posted by on okt 29, 2021

Renze Tjoelker en ik lazen het blog Een‘ digitaal zwemdiploma’ voor iedere burger van Peter van Eijk. Hieronder onze reactie op Peter’s pleidooi dat elke Nederlandse burger een diploma moet halen dat staat voor behaalde digitale vaardigheden. Hiermee moeten zij in staat zijn om mee te blijven doen in een veranderende samenleving.


Kunnen zwemmen kan je leven redden. Het behalen van een zwemdiploma is daarmee onomstreden. De lineaire vaardigheid van zwemmen past hierin ook goed. Eenmaal aangeleerd verleer je het niet. Maar laat het aanleren van digitale vaardigheden, niet voor niets beschreven in meervoudsvorm (The Essential Elements of Digital Literacies van Doug Belshaw), nou juist niet lineair zijn. Die zijn namelijk veelkleurig, maar, veel belangrijker en daarmee ook onnoemlijk veel complexer: uitermate veranderlijk. Dat we deze toch proberen te vangen in een diploma past binnen onze cultuur van kwalificeren. In het informele leerspeelveeld van bibliotheken moeten we het echter veel eerder hebben over waarderen. 

Daarvoor is een uitstekend vehikel beschikbaar via open badges, de systematiek om via microcredentials aan iemand persoonlijk een kwaliteit of waardering te kunnen toedichten. Het mooie is dan dat je daarin ook de soft skills kunnen meenemen, in plaats van alleen te focussen op de harde vaardigheden, veel te vaak gericht op knoppenkunde én tijdsgebonden. De veelkleurigheid van digitale vaardigheden vraagt daar namelijk om. Want wat doe je in een voortdurend veranderende digitale leefwereld? Iemand moet dan elk jaar weer opnieuw digitaal afzwemmen. 

We betwijfelen daarom of het invoeren van een diploma zal helpen. Veel burgers kunnen, digitaal gezien nauwelijks het hoofd boven water houden en dan moeten ze ook nog een diploma halen? We zijn bang dat voor veel burgers de drempel om te participeren in een digitale samenleving alleen maar wordt verhoogd. Een ander nadeel van een diploma, en dat zal iedereen herkennen, is dat je na behalen achterover leunt.

Dat betekent overigens niet dat er geen digitale basisvaardigheden nodig zijn om niet te verdrinken. Die aanpak vraagt echter om persoonlijke begeleiding en aandacht en daarin spelen bibliotheken een belangrijke rol. De inzet van open badges is dan een uitstekende manier om de waardering voor wat iemand geleerd heeft over te dragen, zeker ook in de bibliotheek

We begrijpen de positieve intentie van Peter, maar laten we digitale participatie alstublieft zo toegankelijk mogelijk houden. De realiteit dat mensen thuisblijven, omdat bijvoorbeeld de drempels voor het gebruik van de OV-chipkaart te hoog zijn, illustreert dat een extra diploma daarbovenop het alleen nog maar lastiger maakt. Wat ons betreft gaat er daarom nog veel meer subsidie naar alle publieke voorzieningen zoals de bibliotheek voor laagdrempelige en kosteloze ondersteuning. Niet alleen voor hulp bij de nu urgente QR-code, maar bijvoorbeeld ook bij twijfel over phishing of andere vormen van digitale criminaliteit. Dat laatste om de complexiteit van het onderwerp nog maar eens te benadrukken.


Afbeelding: Vecteezy

[The remix of] Everything Is A Remix

Posted by on sep 9, 2021

In de periode 2010-2012 maakte Kirby Ferguson de prachtige vierdelige serie Everything Is A Remix. In deze reeks video’s legde hij bloot hoezeer in de muziekwereld gebruikgemaakt wordt van kopieer- en samplingtechnieken en dat dit een genreoverstijgend verschijnsel is. Nu, bijna tien jaar later, zijn besloot Ferguson zijn reeks van een update te voorzien. De eerste video is onlangs verschenen en daarin is de actualisering al goed zichtbaar, met onder andere aandacht voor muzikale uitspattingen op TikTok. Onveranderd is de aantrekkelijke manier waarop Ferguson het onderwerp verbeeldt en het belang van cultureel hergebruik neerzet.

Giro di KiKa 2021: klimmen in de Dolomieten voor kankeronderzoek

Posted by on sep 6, 2021

Na mijn deelname aan Giro di KiKa in 2018 nam ik mezelf voor om dat zeker nóg een keer te doen. De enige voorwaarde voor mezelf was dat er sprake moest zijn van een nieuwe route. Niet omdat Toscane niet mooi was (integendeel!), maar vooral om in een nieuwe omgeving op de pedalen te kunnen staan. Het bericht dat dit prachtevenement in 2020 in de Dolomieten zou plaatsvinden was daarom dé uitnodiging om weer deel te nemen.

Vanwege corona werd het weliswaar uitgesteld, maar afgelopen week vertoefde ik daadwerkelijk in Italië. Na precies een jaar systematisch trainen met de Zweedse coach Joachim Cronquist (TOT Endurance) was ik daar ook wel aan toe. In die zin was mijn deelname aan het evenement ook een test om te kijken wat het effect van een persoonlijk en datagedreven trainingsprogramma zou zijn. Zou ik beter kunnen fietsen dan ooit tevoren?

Evenals in 2018 trok ik op met Dennis de Vries en Mark Putters, twee fietsvrienden uit Noord Holland. Wij vinden elkaar in hard fietsen, veel lol hebben en ultiem kunnen nerden over wattages, bergverzetten en stijgingspercentages.

De eerste vier etappes vonden plaats rondom de start- en finishlocatie Bellamonte. Van daaruit werd onder andere de befaamde Sella Ronda gefietst, een prachtige route over vier bergen: Passo Pordoi, Passo Campolongo, Passo Sella en Passo Gardena. Wielrennen in een omgeving met zoveel natuurgeweld dat het een werelderfgoedstatus heeft, wie wil dat nou niet? Ook de andere drie dagen stonden bol van het klimwerk, met onder andere de uitdagende eerste-categorieklimmem Passo Fedaia en Passo Manghen.

Na een reisdag naar het alpendorp Bormio volgde de slotetappe en zwaarste rit: de Giro di KiKa Epico (150 kilometer en 4400 hoogtemeters). Deze ultieme wieleruitdaging voerde over de beroemde Passo del Mortirolo, Passo Gavia en als uitsmijter de Stelviopas. Voor mij allemaal nieuwe bergen, maar een zeer aangename kennismaking, want ze bedwingen ging uitstekend. De laatste afdaling vanaf de koude top van de Stelvio naar de warme finishlocatie was daarmee een heerlijk moment.

En fietste ik beter dan ooit tevoren? Ik durf te zeggen van wel. Na een eerste wat mindere etappe (ik moest denk ik wennen aan de hoogte) ging het elke dag beter. Ik trapte de wattages die ik graag wilde trappen, zonder tegen een muur aan te lopen. In die wetenschap had ik er ook plezier in om er aan het eind van langere klimmen nog een schepje bovenop te doen.

Evenals vorige jaren werden ook nu weer prachtige dagfilms gemaakt, waarin de reden waarom we fietsen voor kankeronderzoek uitmuntend wordt gecombineerd met beelden van de dag.

Uiteindelijk werd er door alle deelnemers een prachtbedrag van ruim een miljoen euro bij elkaar gefietst. Deze opbrengst gaat geheel naar Stichting KiKa. Voor iedereen die het mogelijk maakte dat ook ik daaraan een bijdrage kon leveren: heel erg bedankt!

Nu maar eens bedenken wat de volgende uitdaging gaat zijn.

The privacy paradox of public libraries

Posted by on mei 20, 2021

Hey Jeroen, I’m connecting you with Luke Swarthout from NYPL! He has some questions about strategies for libraires with regards to privacy – would you be willing to share your thoughts?

Ilona Kish, director of Public Libraries 2030, recently sent me this e-mail. The conversation with Luke (director of Digital Policy, New York Public Library) was a moment of two minds thinking as one. The topic of discussion was the imbalance between the broad use of technology in libraries and safeguarding library users’ privacy. Ilona’s idea was that we could find each other in that. And that was right.

You are no longer what you read

The image that libraries stand firm for the privacy protection of their users stems from the analogous past. Luke outlined that at that time it was up to the librarian to prevent patron’s preferences and lending history from becoming public. Call it professional confidentiality. The lack of a system in which personal data was stored made it easy to ensure the sovereignty of patrons.

The image of a safe haven for our patrons is one that we still happily propagate. But it is no longer that simple. With the use of digital library systems, the use of browsers and other software from major US tech companies on public PC’s and the use of social media for online marketing, we have lost control. Whereas at the time you kept the reading preferences and lending history private at all times, today they are only the tip of the iceberg. And if you are not careful, as a library you may also help to make that data accessible.

Compared to American libraries, Dutch libraries are doing relatively well. Most library websites don’t have trackers installed by vague ad companies, but the use of Google Analytics is common. The responsibility to prevent personal information from reaching Google lies with the website owners (hello privacy policy and cookie notice), but it is unclear what happens with data that is unprotected and shared unexpectedly.

Even then, however, it is now known that the power of data collection does not lie in unique incidental personal data, but in combining small pieces of scattered information. As a library with the best intentions you might still be anonymizing lending data and personal details, but the profiling throught online tracking paints a much more detailed picture. And as a well-meaning librarian you are powerless, because the management of that data is not up to you.

Privacy paradox

Within the digital citizenship program for Dutch public libraries the aim is to promote critical awareness for all target groups. This obliges libraries to also ask critical questions to themselves and to each other. Current affairs last week showed that this is happening far too little (yes, I believe that the case of libraries normalizing to collaborate with Google is also questionable). In libraries the decision making for digital application is still mainly determined by costs and ease of use.

However, you might expect more from a public institution such as a library. Despite the increased use of technology and the challenges that this presents, we still adhere to the principle that we stand for the privacy of our patrons. In a sense this is paradoxical, all the more so if you do pay attention to programming around privacy, but do not always make defensible choices at an institutional level (the systems we use). Wouldn’t libraries much rather use a non-Googe statistics application? Are the trackers blocked by default on public computers? And is there at least a choice of different (privacy-friendly) web browsers? I would like to see the description as propagated by the Dutch Public Stack coalition applied in public libraries:

In the Public Stack, we see the “user” as a citizen in a democratic society – not as a consumer in a business model or as a subject of a state. The other layers of Public Stack all play a role in shaping this relationship, which determines whose interests are served by technology.”

What’s next?

In order to simplify the discussion about the privacy paradox and to put it more broadly on the agenda, we were also able to help each other. For example, I was able to refer Luke to the Public Stack principle and their practical and idea recommendations. We agreed to make another online appointment in a few weeks. I see a knowledge session on the privacy paradox on the near horizon!

**

This blog was originally published on the website of Fers.

Image: https://www.northcountryatwork.org/archive-items/reference-librarian-and-patron-look-through-the-card-catalog-at-crandall-public-library-in-glens-falls/

De Kunstweken en het belang van aandacht voor digitaal burgerschap

Posted by on mei 19, 2021

Wat heeft gratis schijfruimte bij Dropbox te maken met een kunstproject in het basisonderwijs? Wanneer het enigszins cryptische antwoord daarop luidt: ‘het inzetten van je netwerk, want gratis bestaat niet’ zou je misschien je wenkbrauwen fronsen. Ik ga straks wat verder in op het verband tussen een techbedrijf en een kunstactiviteit voor kinderen. Ik wil namelijk eerst uitleggen waarom digitaal burgerschap, het onderwerp van dit blog, momenteel hoog op de agenda van bibliotheken staat.

Wellicht hoorde je al over de programmalijn digitaal burgerschap, waarbij de KB, SPN en de bibliotheken nauw met elkaar samenwerken. De eerste vraag die vaak gesteld wordt is wat het begrip nu eigenlijk precies inhoudt. Een honderd procent kloppende definitie is er nog niet, maar vanuit het perspectief van bibliotheken is het in staat stellen van burgers om actief en kritisch deel te nemen aan de digitaliserende samenleving eentje die heel dicht bij de essentie komt. In tegenstelling tot programma’s voor digitale inclusie (gericht op burgers die vanwege allerlei redenen niet kunnen meekomen), of digitale geletterdheid (in bibliotheekland meestal geframed in relatie tot het onderwijs), betreft digitaal burgerschap álle burgers: van niet-zelfredzame jeugd tot zelfredzame volwassenen en alles wat daartussenin zit.

Paradox

Nederland scoort steevast het hoogst als het gaat om de beschikbaarheid van breedband en allerlei andere internetgerelateerde zaken. Tegelijkertijd is er paradoxaal genoeg sprake van een steeds grotere kloof tussen burgers die zich prima weten te redden in die digitaliserende samenleving en burgers voor wie dat steeds lastiger wordt. “We updaten onze technologie, maar vergeten de samenleving te updaten”, schetst het Rathenau Instituut treffend. Een klassieke reactie om die laatste groep te laten ‘meedoen’ is het investeren in apparatuur om toegang tot het internet en digitale diensten mogelijk te maken. Dat zie je bijvoorbeeld in het beschikbaar stellen van hardware voor kinderen die tijdens de pandemie onderwijs op afstand moeten volgen. Deze goedbedoelde inzamelacties lossen het probleem echter niet op. Net zoals het geven van alleen een pen kinderen geen schrijvers maakt, geldt dat het doneren van een tablet hen geen inzicht geeft in de mogelijkheden die de apparatuur hen biedt, laat staan dat zij de machinaties van de online wereld leren te doorzien.

Juist dat laatste is waarin de grootste uitdaging schuilt. Wat het volwaardig online kunnen meedoen namelijk nog wat lastiger maakt is dat in die wereld allerlei krachten spelen die vaak onzichtbaar zijn, of bewust worden overgoten met een sausje om het allemaal net wat mooier, kloppender, spannender of leuker te laten zijn. Hans Schnitzler parafraserend wordt de lens waardoor je online de wereld bekijkt mede bepaald door techbedrijven. Dit leidt ertoe dat echt begrijpen wat er speelt, en vervolgens kunnen bepalen wat jouw keuzes zijn, daarmee wel heel erg moeilijk wordt gemaakt. Daarmee raakt de essentie van digitaal burgerschap veel grotere thema’s dan digitalisering alleen en gaat het uiteindelijk over democratie en de wijze waarop we met elkaar omgaan. Om daarin volwaardig te kunnen participeren is knoppenkunde ontoereikend, maar zijn complexe digitale vaardigheden nodig.

E-mailadressen voor museumopening

Kortgeleden leerde ik dat deze uitdagingen letterlijk en figuurlijk met kleuters je huis kunnen binnenlopen. Tijdens een bezoek aan goede vrienden Sanne en Peter vertelden zij over het project De Kunstweken, waaraan de school van hun kinderen meedeed. Schoolbreed, van kleuters tot groep 8-ers, maakten leerlingen kennis met bekende kunstenaars en werden zij uitgedaagd om in de stijl van die meester, begeleid door een kunstenaar in de klas, een eigen kunstwerk te maken.

Jullie moeten een museum openen, want Stijn heeft al zeven en ik nog niks” was de wat cryptische mededeling waarmee hun zoontje Dylan onlangs thuiskwam. Naast de fysieke lessen en activiteiten op school kent het project namelijk ook een online gedeelte. Slechts een tipje van de sluier wordt opgelicht middels een gepersonaliseerde glossy folder die de kinderen mee naar huis namen. Daarop is het kunstwerk dat zij op school maakten grotendeels achter een doek verborgen. Nog even geduld dus.

Om het volwaardige werk te zien werden ouders naar een online museum geleid. Vol verwachting probeerden Sanne en Peter de deur daarvan te openen, maar opnieuw werd de onthulling uitgesteld. Na aanmelding ontvingen ze namelijk een e-mail met de melding dat het persoonlijke museum pas geopend werd nadat eerst nog minimaal drie e-mailadressen van vrienden of familie verzameld werden. Immers, hoe meer zielen hoe meer vreugd. Voor zowel Sanne en Peter als de aangedragen contacten gold dat ze ook e-mails ontvingen die hen moesten verleiden om producten aan te schaffen met het kunstwerk erop geprint. Bij minimaal acht aangeschafte producten krijgt Dylan als beloning een cadeau. Hetzelfde principe dus als bij het aanleveren van contacten die een account bij Dropbox of een vergelijkbare online dienst nemen. Hoe meer klanten je aanlevert, des te meer gratis opslagruimte voor jou. Het is een model dat naar alle waarschijnlijkheid oeroud is, maar groot geworden in het digitale domein. Met de spreekwoordelijke druk op de Entertoets levert jouw persoonlijke netwerk voor jou mooie voordeeltjes op.

‘Maak van je museum een succes.. Maak kans op een iPad!’

Om het allemaal nog wat verleidelijker te maken vergroot elke aanschaf (prints van het kunstwerk van Dylan op mokken, broodtrommels en ga zo maar door) van die contacten de mogelijkheid om één van vijf beschikbare iPads te winnen. Hoe beter je dus in staat bent om jouw persoonlijke netwerk te mobiliseren, hoe groter de kans om er eentje in de wacht te slepen. Dat de druk om deze adressen te verzamelen nog eens verhoogd wordt, doordat pas ná het openen van het persoonlijke museum het werk ook opgenomen werd in de gezamenlijke schoolgalerie, lijkt haast bijzaak, maar is natuurlijk uitermate ongewenst. Wat betekent dit voor de kinderen wiens ouders hiertoe niet in staat zijn? De kloof tussen voorlopers en achterblijvers wordt in ieder geval groter.

Eén en ander leidde ertoe dat er in de klas van de kinderen van Sanne en Peter (we hebben het over groepen 1 en 2) al snel een rat race ontstond. “Wie heeft de meeste bezoekers?” Dat werd nog eens aangewakkerd, omdat op de website per individueel kunstwerk te zien is hoeveel aangemelde bezoekers er al zijn. Ook het eerder genoemde aanbod dat kinderen hun kunstwerk konden laten drukken op allerlei soorten merchandise leidde al snel tot verwachtingen en groepsdruk: wat doe je als ouders immers als de hele klas een gepersonaliseerde broodtrommel heeft en Dylan niet? Wat als je niet in staat bent een online betaling te doen? Wat als je de vaardigheden niet hebt om jouw persoonlijke netwerk in te zetten om voldoende e-mailadressen te bemachtigen? Wat als je thuis verstoken bent van een computer of tablet? Wat als je gewoon niet begrijpt hoe deze mechanismes werken?

Welke 21e-eeuwse vaardigheden?

Over de digitale vaardigheden van kinderen van deze leeftijd kan je eenzelfde boom opzetten. Dat het uiteindelijk voor De Kunstweken vooral te doen is om het behalen van zoveel mogelijk transacties (het project wordt ermee gefinancierd, maar is daardoor ‘gratis’) zal hen volledig ontgaan. Resultaat is dat onze vrienden zich min of meer verplicht voelen een broodtrommel met kunstwerk aan te schaffen. Daarnaast is er een competitie-element in het project ingebakken. Er kan namelijk gekozen worden wie het mooiste kunstwerk gemaakt heeft, waarmee de winnaar ook weer een mooie prijs kan winnen. Aldus Peter: “Zonder dat ik dat wil ga ik toch kijken en vergelijken. Wie is er beter? Ik word er ongelukkig van.

Zou er dan gedurende het bedenken van dit proces niemand hebben nagedacht over deze aspecten? En hebben bedacht dat deze uitgekiende marketings- en verleidingsstrategieën voor kinderen niet te begrijpen zouden zijn en ook nadelige aspecten konden hebben? Het geeft maar aan dat het blijkbaar al heel gewoon gevonden wordt dat het transactionele aspect van de online wereld ook het klaslokaal van de allerjongsten binnendringt. Dat zij dit niet kunnen overzien en begrijpen is duidelijk.

Van de bedenkers en leerkrachten zou je echter wel wat meer mogen verwachten, zeker wanneer er op de website aangegeven wordt dat aansluit op de competenties en kerndoelen rondom 21e-eeuwse vaardigheden. Het geeft nog maar eens extra aan waarom de ambitie om burgers in staat te stellen om actief en kritisch deel te nemen aan de digitaliserende samenleving inderdaad voor zeer uiteenlopende doelgroepen relevant is. Slechte ideeën zullen er altijd blijven, maar met de gave om ze goed kunnen beoordelen kan de wereld al snel een beetje mooier worden.

* de namen van onze vrienden zijn vanwege privacyredenen fictief

Pin It on Pinterest

Share This