Posted by Jeroen de Boer on dec 9, 2012
Gewoon even kijken naar deze geweldig mooie animatie van finally. een bureau uit Mainz.
Music is a good thing. But what we did not know until we started with the research for this piece: Music is also a pretty damn complex thing. This experimental animation is about the attempt to understand all the parts and bits of it. Have a look. You might agree with our conclusion!
bron: Boing Boing
Posted by Jeroen de Boer on dec 8, 2012
Afgelopen donderdag gaf ik een workshop Muziek en het Internet en wilde daar met een groep 50-plussers de streaming muziekdienst Deezer bespreken. Ik had eerder die week een account bij de dienst aangemaakt en was het me al opgevallen dat ik dit alleen kon doen met mijn Facebookgegevens. Dat leidde bij al tot een voorbehoud, maar omdat ik toch inzicht in het aanbod wilde krijgen besloot ik toch deze voorwaarde te accepteren. Zover gingen de workshopdeelnemers echter niet. Zij hadden al geen Facebookaccount en er was geen haar op hun hoofd die erover dacht dit, om lid te kunnen worden van een muziekdienst, dan maar wel te doen. Vaarwel Deezer dus.
Het was echter niet de eerste keer dat ik deze kritische benadering van Facebook in de praktijk tegenkwam. In alle workshops social media en privacylessen komen de bedenkingen van jong én oud naar voren en leidt het tot interessante discussies. Binnen die setting is mijn opstelling altijd eentje van: “social media en dus ook Facebook zijn geweldig, pas op met alles wat je zegt en bekijk eventuele privacy-opties.” Maar als je een stap verder gaat en daadwerkelijk met een groep mensen gaat kijken naar de privacyinstellingen van Facebook en een venster als hieronder tegenkomt zakt zelfs de meest oprecht geïnteresseerde groep mensen toch de moed in de schoenen.

Aan de andere kant bewegen bibliotheken zich echter en masse richting Facebook en heb ik zelf her en der geluiden horen opgaan voor het gebruiken van de dienst als login voor bibliotheekdiensten. Ik denk dat we dat laatste pad zeker niet moeten bewandelen, maar je zou zeker kanttekeningen kunnen plaatsen bij het gebruiken van Facebook als platform voor bibliotheekaanbod. Nu druist dat regelrecht in tegen mijn pleidooi voor het inzetten van diensten waar de gebruiker zich al bevindt (of het nu gaat om online muziek of vraagbeantwoording of tal van andere aandachtsgebieden), maar in het geval van Facebook ligt dat wat mij betreft wat anders en zouden we ons moeten afvragen of een dienst die zo kritisch benaderd wordt wel bibliotheken verdient. In het artikel Should libraries start their own, more trustworthy Facebook? wordt daarom de vraag gesteld:
Who says Facebook is definitely forever?
By contrast, budget pressures notwithstanding, public libraries have already established a track record as enduring institutions. If nothing else, library archives and genealogy records would benefit from the capture of spontaneous posts when users consented. What’s more, instead of generating ads starring victims, Likes could create pointers to library content that people truly appreciated and wanted their photos to be used with. I love the fact that librarians tend to be privacy hawks. Exactly what social media services need!
Bovenstaand citaat past ook naadloos in het Library as Platform-concept van Weinberger wat in mijn ogen dé manier is waarop bibliotheken hun toekomstige diensten zouden moeten baseren. Dus waarom niet kijken of er gebruik gemaakt kan worden van bijvoorbeeld de Diaspora-software om een open source, veilig en privacyvriendelijk sociaal netwerk te bouwen, maar dat wel inzet op alles wat social media leuk en waardevol maakt? En waarmee de connecties met Facebook en Twitter moeiteloos gelegd worden, maar er geen sprake is van het verliezen van de controle op beschikbaar gemaakte data? Het mooie van het huidige internet is immers dat het niet zo moeilijk hoeft te zijn dit soort experimenten op te zetten. En bovenal: aan Facebook hoeft geen verantwoording afgelegd te worden, dus van het voor bibliotheken helaas zo vertrouwde vendor lock-in beginsel is hier geen sprake.
Posted by Jeroen de Boer on dec 7, 2012
De strijd tegen het downloaden van muziek had een tijdlang een gezicht, namelijk dat van Lars Ulrich, drummer van Metallica. Hun rechtszaak tegen Napster stond model voor de reactie van de muziekindustrie op de nieuwe technologie van grootschalige bestandsuitwisseling.
Enkele jaren voor die strijd losbarstte zat ik midden in de levensfase waarin ik kennismaakte met metalmuziek en de basis werd gelegd voor iets waarvan ik nooit meer zal loskomen. En daar hoorde Metallica als klassieke band bij: posters aan de muur, stickers op de jasbeschermer, de naam op de schooltas, badges op het legerjack en covers spelen (Seek and Destroy van Kill ‘em All) met m’n eerste bandje.
Maar Metallica werd in de loop der jaren meer en meer cheesy, een MTV-band met steeds mindere albums. De muziek die ik had van de band staat op cassettebandjes en ik heb nooit de behoefte gehad de muziek te downloaden. Blijkbaar was dat teveel moeite. Maar nu is het oeuvre beschikbaar in Spotify en knalt het met een druk op de knop uit de Sonos. En da’s best leuk.
Saillant detail is dat één van de oprichters van Napster, Sean Parker, nu investeert in Spotify en samen met Lars Ulrich de aankondiging van het samengaan deed. Ik ben dan best benieuwd door welke hoeveelheid stof Ulrich en zijn band hebben moeten kruipen om zover te komen en waarop de keuze voor Spotify gebaseerd is. Het is in ieder geval een illustratie dat niemand de revolutie van online muziek meer kan negeren (voor zover men dat nog deed). En dat steeds meer muziekliefhebbers het downloaden inwisselen voor het (al dan niet betaald) consumeren van muziek via streaming diensten.
Over die revolutie gesproken: er staat de release van een documentaire over Napster, getiteld Downloaded, op stapel. Daarin zullen we ongetwijfeld deze Ulrich weer voorbij zien komen. Maar nu eerst …And Justice for All even een tandje harder zetten. Jeugdsentiment is leuk.
fotobron: Fotopedia
Posted by Jeroen de Boer on dec 7, 2012
De enige reden waarom niet bibliotheken, maar wel sites als The Pirate Bay onder vuur liggen, is dat bibliotheken de content niet efficiënt aanbieden. Dat is in ieder geval de stelling van Zacqary Adam Green in het artikel The Pirate Bay Is The Most Efficient Public Library. Hij zegt, waarbij hij de New York Public Library (met een collectie van 50 miljoen items en een gebruikerspotentieel van 20 miljoen mensen) als voorbeeld neemt:
It begs the question why every author, filmmaker, and musician isn’t up in arms about the New York Public Library’s rampant sharing, while there’s a ton of opposition to the sharing habits of BitTorrent peers who use The Pirate Bay. After all, The Pirate Bay’s community shares significantly less than the New York Public Library: just 1 million items in 2008 (and the collection certainly hasn’t grown 5000% since then). The reason that The Pirate Bay is offensive, and the New York Public Library is not, is because of its efficiency.
[…]
Filesharing sites and services are the most radically efficient public libraries that humanity has ever created. Never before has anything been better at giving the public open access to culture and knowledge. Mission accomplished. Why is this suddenly a bad thing?
Waarmee ik het overigens oneens ben is Green’s stelling dat het gebruik van beide diensten geen directe financiële compensatie voor makers en/of rechthebbenden biedt (los van aankopen of andere verdiensten die een gevolg zijn van het consumeren van informatie). Bibliotheken kopen immers allereerst de items aan en dragen daarna, op basis van jaarlijkse statistieken, een bedrag af voor leenrechtvergoedingen.
Maar los daarvan (en wellicht is de situatie in de VS anders dan in Nederland) raakt Green aan een interessant punt. Efficiëntie en gebruiksgemak is wat voor een groot deel het succes van online diensten bepaalt. De hoeveelheid schitterend online materiaal is daarom niet iets waarvoor bibliotheken hun ogen moeten sluiten, maar waarmee ze proactief aan de slag moeten. Daarom zou het een mooi streven zijn juist de beste en grootste piraat van allemaal te worden. Want The Pirate Bay is weliswaar een grote speler, maar bij lange na niet de enige online bron. Dus waarom deze niet, naast al die andere geweldige aanbieders, koppelen aan bijvoorbeeld de Nationale Bibliotheek Catalogus?
fotobron: fotocommunity
Posted by Jeroen de Boer on dec 6, 2012
Seth Godin heeft een prikkelend artikel geschreven getiteld The Future of the Library. Hij doet daarin een aantal ferme uitspraken en aanbevelingen over hoe bibliotheken en hun medewerkers tegen hun huidige, maar vooral toekomstige werk zouden moeten aankijken. Een aantal quotes uit het artikel:
The librarian isn’t a clerk who happens to work at a library. A librarian is a data hound, a guide, a sherpa and a teacher. The librarian is the interface between reams of data and the untrained but motivated user.
[…]
Want to watch a movie? Netflix is a better librarian, with a better library, than any library in the country. The Netflix librarian knows about every movie, knows what you’ve seen and what you’re likely to want to see. If the goal is to connect viewers with movies, Netflix wins.
[…]
Librarians that are arguing and lobbying for clever ebook lending solutions are completely missing the point. They are defending library as warehouse as opposed to fighting for the future, which is librarian as producer, concierge, connector, teacher and impresario.
[…]
We all love the vision of the underprivileged kid bootstrapping himself out of poverty with books, but now (most of the time), the insight and leverage is going to come from being fast and smart with online resources, not from hiding in the stacks.
Maar Godin ziet, ondanks zijn kritische uitspraken, de bibliotheek allesbehalve verdwijnen. Hoe hij daar tegenaan kijkt lees je in de rest van het artikel:
http://sethgodin.typepad.com/seths_blog/2011/05/the-future-of-the-library.html
fotobron: Fotopedia