Pages Menu
Categories Menu

Most recent articles

Hoe spot je nepnieuws (Covid-19 editie)?

Posted by on mei 7, 2020

Ik vertaalde deze week de coronaversie van IFLA-infographic How to spot fake news? naar het Nederlands. Over de achtergrond van het initiatief, How To Spot Fake News at a Time of COVID-19, stelt IFLA:

“In this situation, IFLA has produced an updated version of our popular ‘How To Spot Fake News’ infographic, with an increased focus on the need to check with authoritative sources, and recognition that much news now passes through messages on social media.”

De oorspronkelijke versie werd eerder al naar het Nederlands vertaald door Patrick Heemstra, maar in het licht van de aandacht die we vanuit Fers via het Data Detox-project besteden aan nepnieuws rondom corona pakten we het nu zelf op. De PDF-versie van het document download je hier.

De bibliotheek is open: wat betekent dat eigenlijk?

Posted by on mei 6, 2020

Article in English here: The library is open: what does that actually mean?


De bibliotheek is dicht en hij moet zo snel mogelijk weer open: dat is het standpunt dat in Open de poorten naar de verbeelding, een artikel in NRC, uiteen wordt gezet. In het algemeen, dus niet alleen tijdens coronatijd, pleiten voor een open bibliotheek is iets wat ik vanzelfsprekend toejuich. Maar wat me minder zint is daarmee primair bedoelen dat mensen weer boeken kunnen komen lenen. Want dat is waar auteur Tineke Bennema specifiek naar verwijst:

“Juist de vele vrije tijd in de coronacrisis biedt kansen om lezen te herwaarderen onder jongeren en voorlezende ouders. Kabinet, juist in tijden van lockdown, open de poorten naar de schatkamers van de verbeelding.”

Maar de bibliotheek is dicht. Dat is de reden dat ook Özcan Akyol oproept tot het openen ervan.

Of is de bibliotheek niet dicht? In de Twitterreacties op Bennema’s artikel reageren veel bibliothecarissen namelijk met de boodschap dat de bibliotheek wel degelijk open is. Er komen talloze voorbeelden voorbij van afhaalbiebs en andere initiatieven om leden te voorzien van verse leesmaterialen. En aan de tomeloze inzet van bibliotheekmedewerkers ontbreekt het geenszins. Maar is dat wat volstaat om te kunnen zeggen dat je open bent? Of in ieder geval, gegeven de situatie, zo open mogelijk? Je zou namelijk zomaar kunnen denken dat een bibliotheek die voorziet in boeken, fysiek of digitaal, volledig voldoet aan haar opdracht.

Van connectie naar collectie?

Zetten we daarmee weer een stap terug in de queeste die van collectie naar connectie heet? David Lankes zegt er het volgende over in zijn blog The “New Normal” Agenda for Librarianship:

“To say we are about community and only be a source of ebooks in a pandemic is hypocrisy. Yes, our fellow citizens need ebooks, but they need compassion, connection, and community dedicated to their full well-being.
[…]
We must fight for a new normal with our collections, our buildings, but mostly, with our expertise.”

Navraag bij Lankes over wat hij precies bedoelt met deze uitspraak leert dat de focus op ebooks wat hem betreft neerkomt op een te grote nadruk op bibliotheekcollecties. Ook heeft hij bedenkingen bij de bijkomende groeiende afhankelijkheid van uitgevers en leveranciers. Het fenomeen afhaalbieb plaatst hij graag in het lokale perspectief, alhoewel hij ook stelt dat daarbij de aangetoonde noodzakelijkheid voor alles gaat.

Maar over die noodzakelijkheid is natuurlijk veel te zeggen. Ik ontken allerminst dat de afhaalbiebs, bezorgservices en gratis toegankelijke ebookcollecties niet zouden voorzien in een behoefte. De enthousiaste reacties erop, zowel van gebruikers als bibliotheekmedewerkers, staven dat alleen maar. “We worden overladen met cadeautjes“, zegt Sophie Bruers van Bibliotheek Tilburg in een ander NRC-artikel. Maar het beeld naar buiten toe gaat wel heel erg over het traditionele imago van de bibliotheek: de plek voor lezers waar je boeken kunt lenen. Ook de landelijke ebookdiensten als ThuisBieb ondersteunen dat beeld.

Voor de fervente lezers is dat prachtig en ik wil hen ook niets ontnemen. Maar wat was er voorhanden voor al die andere groepen die gebruik maken van de bibliotheek? Als je ernaar zou hebben gezocht zou je zeker wat hebben gevonden, maar op een presenteerblaadje werd het niet aangereikt.

Ook in de protocollen, opgesteld door de VOB, over de gefaseerde wederopenstelling van bibliotheken, gaat het in eerste instantie primair over de collectie en het mogelijk maken van uitleningen, ook waar het het protocol voor ontvangen van basisschoolleerlingen betreft (“wat de kinderen in de bibliotheek kunnen doen (boeken uitzoeken, voorgelezen worden) bepaalt de bibliotheek zelf”.)

Gewetensvraag

Ik begrijp dat er keuzes gemaakt moe(s)ten worden, maar de gemaakte keuzes dwingen mijzelf en hopelijk ook anderen in ieder geval tot een gewetensvraag: hoe zien wij onze hoofdopdracht? Want, alle innovatietrajecten van de laatste jaren ten spijt, dragen de bibliotheken, uitzonderingen daargelaten (of in de woorden van Mark Deckers, een klein geluk bij een groot ongeluk), gedurende deze periode een wel heel traditioneel beeld uit. En ik maak me zorgen over de mogelijke keerzijde daarvan.

Afbeelding: Biker Jun Flickr via Compfight cc

Praten met David Lankes over digitale privacy in bibliotheken

Posted by on mei 4, 2020

Ik sprak als onderdeel van het Librarian Support-initiatief een uur met David Lankes over (Nederlandse) bibliotheken tijdens de coronacrisis en het belang van aandacht voor digitale privacy in bibliotheken (en als illustratie daarvan het Data Detox-project). De video en slides (PDF) zijn nu gepubliceerd.

Gedurende het gesprek toonde ik, naast de slides, ook de informatieve video van de Kleinste Privacyshow van Nederland:

En collega Aude Charillon nam de moeite om me citeren op Twitter:

https://twitter.com/Audesome/status/1256879885362122752

Als je tijd hebt neem dan vooral even de moeite om ook de andere gesprekken te bekijken. Lankes sprak onder andere met Stuart Hamilton, Matt Finch, Erik Boekesteijn en Marie Østergård.

“Jeroen, hoe zou jouw ideale bibliotheekwerkplaats eruitzien?”

Posted by on mei 2, 2020

Dat was de vraag die Norma Verheijen me stelde tijdens de eerste bijeenkomst van de Denktank Digitale Geletterdheid, 17 februari jl. bij de KB. Binnen de denktank richten we ons primair op de pijler Werkplaats voor jeugd (12-18 jaar). 

Mijn antwoord:

een plek waar kritisch bewustzijn en maatschappelijke impact in aanraking komen met intrinsieke motivatie. 

Non-formeel leren dus, binnen of buiten de bibliotheek, waar jongeren met eigen ideeën komen en gefaciliteerd worden om hieraan invulling te geven. Het aspect ‘digitaal’ kan hierbij betrekking hebben op zowel aanleiding als oplossing, maar speelt in ieder geval in het proces een belangrijke rol. In Friesland hangen we daarbij de zienswijze van Doug Belshaw rondom digitale geletterdheid aan: wees in staat om verschillende aspecten van digitale geletterdheid met elkaar te ‘remixen’ en doe dat in een situatie die voor jou en jouw omgeving iets oplevert. 

Binnen het programma Impact door Connectie werken we daarnaast met de Networked Agency-methode die is uitgedacht door Ton Zijlstra: werk in groepsverband aan een oplossing die echte impact oplevert en leer daarbij dat digitale tools en/of denkwijzen jou daarbij kunnen helpen.

In beide gevallen gaat dus niet meer per sé over de werkplaats als ruimte met gereedschappen en machines, maar veel meer over een digitale mind-set. Te vaak zie ik namelijk dat, wanneer wel op de fysieke plek wordt ingestoken, de focus hoofdzakelijk daarop ligt (we hebben wat geld en kopen wat spullen) en wordt er maar relatief weinig aandacht besteed aan deskundige begeleiding en het zoeken naar verdieping. En om invulling te geven aan de zienswijzen van mensen als Belshaw of Zijlstra is juist kwalitatief hoogwaardige begeleiding en facilitering een vereiste.

Eén en ander begint echter met een heldere visie wat je met een werkplaats wil bereiken. En laat het nou helaas een feit zijn (tevens beschreven in het Maakplaatsenonderzoek van de KB) dat het in veel gevallen ontbreekt aan die visie, helaas ook bij bibliotheken waar al werkplaatsen gerealiseerd zijn. En dat met alle vervelende gevolgen van dien: de eerste werkplaatsen worden al weer opgeheven, omdat ze niet voldoen aan … Ja, aan wat eigenlijk? Argumenten als onvoldoende bezoekers of onvoldoende inkomsten komen dan geregeld als uitleg voorbij. Blijkbaar zijn die, wanneer het werkplaatsen betreft, ineens erg belangrijk. Dat leidt helaas maar tot één conclusie: de werkplaats is vaak eerder een leuke (kostendekkende) bijkomstigheid dan dat het één van de drie pijlers is.

Dat laatste moet veranderen en daarin speelt nieuwe beleidsontwikkeling een belangrijke rol. Gelukkig is Werkplaats, naast die van Warenhuis en Wegwijzer, nog steeds één van de drie pijlers van de KB en daarmee de bibliotheken. Er is echter wel werk aan de winkel. Kadering is bijvoorbeeld belangrijk (wat is een werkplaats wel en wat niet), evenals de vraag op welke gebruikers gericht wordt. De denktank overweegt om hiervoor een aantal scenario’s uit te werken. De invulling van een werkplaats is namelijk niet eenduidig, zowel in termen als omvang als programmering.

Bovenal is het echter belangrijk de signatuur van bibliotheken mee te geven. De werkplaats is primair een plek voor non-formeel leren. We spelen geen schooltje in de bibliotheek. En we ambiëren maatschappelijke impact die door mensen zélf wordt gerealiseerd. Geloof me, er is geen dankbaarder proces dan dat, maar het vraagt veel meer dan alleen het besluit een werkplaats in te richten. Dat kan namelijk alleen wanneer je weet waarom je hiervoor kiest.

Dit blog schreef ik oorspronkelijk op verzoek van Andrea Berkelder voor gebruik op het intranet van de Koninklijke Bibliotheek. Ik herplaatste hem hier met wat kleine aanpassingen.

Drum legend Sean Reinert passed away

Posted by on jan 27, 2020

Yesterday I learned about the unexpected passing of drum legend Sean Reinert (48). Strangely enough, I just now realize that he is only two years older than myself. Given my admiration for his great drumming, with which he independently brought progressive metal drumming (and with that the entire genre) to a never surpassed level, it always felt like he was much older.

His work on ‘Human’ (1991) by Death is still a pillar for death metal drumming, but on the debut of his own band Cynic, ‘Focus’ (1993), the real fusion of metal and jazz rock came about. The loose jazz feel that Reinert managed to incorporate in his metalgrooves is unique and well thought out. And it was also wonderful to see him play, so smooth and easy, but without sacrificing power and precision.

I saw them perform twice and met him at the time. At the first time in Atak, Enschede (December 9, 1993), where I ended up in the backstage area, he was pleasantly surprised by another metalhead who was also crazy about Zappa, Steve Morse, Allan Holdsworth and the Mahavishnu Orchestra. “He’s into jazz!” Reinert shouted to his fellow band members. They even considered playing a Mahavishnu medley. But what an experience it was to see and hear those guys playing there.

I still cherish the sheet music notation he wrote for me there on the spot from their song ‘Celestial Voyage’ and exercises by Gary Chester and David Garibaldi.

R.I.P., Sean.

Afbeelding: Wikimedia

Pin It on Pinterest

Share This