Pages Menu
Categories Menu

Most recent articles

Gelezen: Cees Zweistra – Waarheidszoekers

Posted by on aug 15, 2022

Filosoof Cees Zweistra schreef het tot nadenken stemmende Waarheidszoekers, waarin hij de eigentijdse complotdenkers ontleedt. Kern van zijn betoog is dat we volgens hem leven in een samenleving met absurde trekken. Het beeld dat hij daarbij heeft is een wereld zonder samenhang, waarin mensen op zichzelf worden teruggeworpen. Technologie maakt het in die setting mogelijk om online wel die samenhang te vinden, met het gevaar dat doorgeschoten wordt naar volledig zelfgecreëerde wereldbeelden en complotten. Filterbubbels dragen daarbij nog eens extra bij aan een kleine wereld zonder weerstand.

Dat die ideeën daartoe echter niet beperkt blijven, maar ook in de politiek weerklank vinden, leidt bij Zweistra aan het eind van zijn boek tot de conclusie dat diezelfde politiek, via het onderwijs, aan zet is om actie te ondernemen:

Zoals rookverslaving geleid heeft tot een zeer streng gezondheidsbeleid, zo moet er beleid komen op het gebruik van online technologieën door jongeren en ouderen. We moeten werken aan een nieuwe etiquette rond het gebruik van online technologie. Op scholen mag er niet worden gerookt, maar in de pauzes zitten de jongeren in het gelid naast elkaar in de gangen, elk in hun eigen online wereld. Die praktijk moet worden uitgebannen. In plaats daarvan moet actief worden geïnvesteerd in onderwijs dat gericht is op het juiste gebruik van technologie, burgerschap en de ontwikkeling van kritisch denkvermogen. Dit pleidooi lijkt onvrij, oubollig en conservatief, maar de beginjaren van internet en online-sociale-media zijn voorbij. Het is tijd voor een volwassen benadering en onderdeel daarvan is dat we ons goed rekenschap geven van de ondermijnende impact van allerhande sociale platforms, games en digitale netwerken. Op dit punt dient de politiek een verantwoordelijkheid te pakken die ze momenteel goeddeels laat liggen.

Gelezen: Noreena Hertz – De Eenzame Eeuw

Posted by on aug 15, 2022

Wist je dat zich eenzaam voelende mensen 30% meer kans hebben om voortijdig te overlijden als mensen die dat gevoel niet hebben? In De Eenzame Eeuw beschrijft Noreena Hertz nauwgezet en uitermate goed gedocumenteerd (bijna een vierde van het boek betreft bibliografie en bronnen) hoe eenzaamheid een onmiskenbaar schadelijk element van onze samenleving is. Hoewel van alle tijden wordt het in deze tijd versterkt door een combinatie van de groei van technologie – primair via immer aandachtvragende sociale media en de groeiende invloed van (discriminerende) algoritmes en robotisering – en neoliberale besluitvorming. En dit alles natuurlijk nog eens versterkt door de coronapandemie.

Het boek staat daarmee bol van sociale en digitale dilemma’s. Wat vind je bijvoorbeeld van het Zuid-Koreaanse fenomeen ‘mukbang‘, waarbij eenzame mensen via Youtube ‘samen’ eten met disgenoten, waarbij deze laatste kunnen uitgroeien tot veelgevolgde en daarmee goedbetaalde online sterren. Of van stoplichten in trottoirs, omdat we de moeite niet meer nemen om op te kijken van onze mobiele telefoons. Of het voorbeeld van een succesvolle techmedewerker in San Francisco die sinds zijn scheiding zo eenzaam is dat hij tegen betaling gezelschap inhuurt, maar dat maandelijks zoveel kost dat hij besluit om zijn huis op te geven en te gaan wonen in zijn auto. En daarmee het voorbeeld is van een heuse eenzaamheidseconomie, inclusief co-workingspaces die gebruikers een community beloven zonder dat je daarvoor moeite hoeft te doen.

Hertz noemt, naast de rol van technologie, de teloorgang van publieke voorzieningen als één van de grootste oorzaken van deze eenzaamheidscrisis. Daarin schuilt volgens haar daarom ook de kans om de trend mogelijk te keren. Een prijswinnend woningbouwproject in Chicago, waarbij de ontwikkelaars bibliotheekvoorzieningen in hun ontwerp opnamen én realiseerden, is daarvan een mooi voorbeeld. Ook ziet Hertz kansen voor burgerberaden, mede omdat in haar optiek democratie iets is “dat je moet oefenen”. Het is daarmee een warm pleidooi voor de rol die bibliotheek en onderwijs hierin kunnen spelen.

Wat mij betreft een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met burgerschap en digitaalburgerschap.

Gelezen: Russell Muirhead en Nancy L. Rosenblum – A Lot of People are Saying, Mia Bloom en Sophia Moskalenko – Pastels and Pedophiles

Posted by on aug 15, 2022

Als in 2019 ‘heel veel mensen zouden zeggen’ dat op 6 januari 2021 het Capitool in Washington bestormd zou worden zouden Russell Muirhead en Nancy L. Rosenblum, auteurs van A Lot of People are Saying (Princeton University Press, 2019), dat nauwelijks geloven. Dat maakt de wél door hun geschetste rampscenario’s echter niet minder serieus. Door het normaliseren van complotten door Trump lijkt er al grote schade aangericht in het vertrouwen van burgers in politiek en wetenschap. Nog steeds geloven grote groepen kiezers bijvoorbeeld dat er grootschalige stemfraude plaatsvond tijdens de recente Amerikaanse presidentsverkiezingen. Daarmee wordt volgens de auteurs gezaagd aan de poten van het democratisch bestel.

Evenals in Waarheidszoekers van Cees Zweistra wordt ingegaan op het verschil tussen het traditionele en nieuwe complotdenken, waarbij de laatste enkel op ontwrichting van het geloof in politiek en democratische instituties (pers, wetenschap) uit lijkt te zijn. Tezamen met Pastels and Pedophiles (Stanford University Press, 2021) van Mia Bloom en Sophia Moskalenko, dat ingaat op de achtergronden en werking van QAnon, vormt het een mooie tandem. ‘Pastels’ vewijst in dit kader overigens naar de pastelkleuren die passen bij de look and feel van wat Roxane van Iperen treffend beschrijft als wellness-rechts; vrouwelijke influencers die in hun social-mediaposts (soms zonder dat ze het het zelf doorhebben) extreme complotboodschappen verpakken in een pastelkleurige en lieflijke vormgeving. In dit laatste boek heeft de bestorming op het Capitool al wel plaatsgevonden en wordt beschreven hoe QAnon daarin als ultieme vorm van het nieuwe complotdenken een grote rol speelde.

Volgens de auteurs onderscheidt QAnon zich van andere complottheorieën door de diversiteit van complotten (van bloeddrinkende pedofielen tot door Joden bediende ruimtelazers die bosbranden in Californië veroorzaken) en de combinaties daartussen. Het internet met haar filterbubbels én de mogelijkheid om groepen mensen snel te kunnen mobiliseren maakt de effectiviteit tegelijkertijd groter dan bij andere complottheorieën. Daarmee vormt het boek een interessante verdieping van hoe het nieuwe complotdenken zich manifesteert en ook groter is dan alleen een Amerikaans verschijnsel.

Beide titels richten zich weliswaar voornamelijk op de Amerikaanse situatie, maar zeker in Pastels and Pedophiles wordt ook de internationalisering van QAnon beschreven. Als mogelijk verbeteringsperspectief wordt daarin ook het belang van goed mediawijsheidsonderwijs aangehaald, iets waaraan het volgens hen in Amerika ontbreekt.

Gelezen: Tim Verheyden – Het Had Waar Kunnen Zijn, Jaron Harambam – The Truth Is Out There

Posted by on aug 15, 2022

Het grootste gevaar is dat je gelooft dat jij, en alleen jij, weet hoe alles in zijn werk gaat. Alleen complotdenkers weten absoluut zeker hoe de vork in de steel zit”, aldus Tim Verheyden in Het Had Waar Kunnen Zijn (Pelckmans, 2022). Verheyden, journalist bij de VRT, plaatst deze overtuiging naast het ‘koesteren van de onzekerheid’ dat hij ziet als een onmiskenbare eigenschap van journalisten en wetenschappers.

In zijn uiterst leesbare boek, dat af en toe voelt als een serie gebundelde essays, valt vooral op hoe hij voortdurend op zoek is naar evenwicht tussen op het uitgaan van feiten en journalistieke integriteit en het kritisch beschouwen van bijvoorbeeld overheidsbesluiten rondom de corona-aanpak. Zo plaatst hij vraagtekens bij de absolute noodzaak van de invoering van het Corona Safe Ticket en vindt hij dat journalisten vaker hadden moeten zeggen het ook niet allemaal zeker te weten, zeker bij aanvang van de crisis. Hij trekt echter wel een duidelijke lijn tussen op een specifiek terrein deskundige en gewaardeerde wetenschappers en eenieder die ook vindt op een bepaald terrein iets te zeggen te hebben. Het verwijt aan de publieke omroep dat het tegengeluid te weinig een podium krijgt (waarvoor hij best wel ontvankelijk is) is voor Verheyden bijvoorbeeld nog geen reden om beide tegenpolen een debat te laten voeren. Voor Verheyden heeft een wetenschapper meer recht van spreken als het een terrein betreft waarop hij/zij deskundig is.

In The Truth Is Out There (Volt, 2021) krijgen complotdenkers (of, in de woorden van samensteller Jaron Harambam, waarheidszoekers) dat podium wel. In 18 hoofdstukken, elk opgebouwd rondom een bekend complot, wordt de officiële lezing kort door Harambam uiteengezet, volgt dan een biografische tekst van de waarheidszoeker in kwestie en krijgt de waarheidszoeker tot slot zelf het woord. Alle hoofdstukken zijn voorzien van mooie foto’s en illustraties, wat leidt tot een laagdrempelig visueel verhalenboek. Op die manier komen uiteenlopende complottheorieën rondom bijvoorbeeld 9/11, graancirkels, big pharma en natuurlijk corona aan bod. In het boek lopen daarmee wel klassieke complottheorieën en het nieuwe complotdenken door elkaar heen. Verheyden haalt in ‘Het Had Waar Kunnen Zijn’ terecht de New Conspiracism-benadering van Muirhead en Rosenblum aan om het onderscheid tussen beide scherp neer te zetten. In het boek van Harambam wordt dat onderscheid onbesproken gelaten, wat maakt dat je lang niet alle waarheidszoekers serieus kunt nemen.

Welke kant van ‘influencing’ kiest de bibliotheek?

Posted by on dec 14, 2021

Het is een nieuw fenomeen op het gebied van sociale media, waarbij superenthousiaste jongeren boeken promoten via TikTok en Instagram […] en verkennen we hoe bibliotheken hiermee aan de slag kunnen.

De uitnodiging op de website van de Koninklijke Bibliotheek voor een webinar over bookfluencen (9 december jl.) was ronkend. Begrijpelijk, want leesbevordering is belangrijk en een speerpunt van bibliotheken. Een ander speerpunt waaraan echter voorbij wordt gegaan is aandacht voor digitale weerbaarheid. De werking van de platforms Instagram en TikTok wordt vanuit dat weerbaarheidsperspectief niet primair benaderd vanuit marketingwaarde, maar vanuit het oogpunt van (onbewuste) beïnvloeding. Het begrip influencing krijgt dan een volstrekt andere betekenis.

Het belang van de dialoog

Fers is partner in het project What The Future Wants van Tactical Technology. In dit project, dat wordt uitgevoerd in verschillende Europese landen, wordt jongeren gevraagd hoe zij tegen technologie en digitalisering aankijken en hoe, wat hen betreft, de toekomst daarvan eruitziet. Het resultaat van deze dialogen wordt gevat in een tentoonstelling en een boek. De tentoonstelling, geënt op laagdrempelige community-edities van The Glass Room-expo, kan door publieke instellingen aangeboden worden. Voor de Nederlandse editie tekent Fers voor de vertaling en coördinatie ervan. Het materiaal komt in het late voorjaar beschikbaar

De basis vormt dus een reeks gesprekken met jongeren. Eind september spraken Renze Tjoelker en ikzelf met een groep studenten van ROC Friese Poort. In twee dagdelen, waarvan de laatste in het decor van The Glass Room-expo in dbieb Leeuwarden, spraken we met hen over hun kijk op en gebruik van technologie, (onzichtbare) beïnvloeding en de samenhang tussen digitalisering en maatschappij. Uiteindelijk formuleerden ze ook hun wensen hoe dit digitaliserende wereld er wat hen betreft in 2031 uitziet. Het besluit om de sessies in het geheel op te nemen bleek een goede zet, want met het integrale gespreksverslag hebben we een prachtige weergave van de kijk op digitalisering door een geëngageerde groep studenten.

Het algoritme van TikTok

Wat de studenten het meest bezighield was de reportage How TikTok’s Algorithm Figures You Out van The Wall Street Journal. Dit filmpje over de effectiviteit TikTok’s algoritme kwam aan bod in de sessie over beïnvloeding. In z’n algemeenheid waren de studenten goed bekend met het businessmodel en de functie die het algoritme daarin speelt. Waarvan ze echter unaniem schrokken was hoe wéinig data TikTok nodig heeft om een gebruikersprofiel samen te stellen om vervolgens content ‘op maat’ te kunnen serveren. Dat passende profiel trekt de vaak nietsvermoedende gebruiker namelijk in een zelfversterkende filterbubbel.

Het gaat gewoon om de gegevens van de gebruiker“, aldus één van de studenten. “En dat vind ik persoonlijk wel het enge eraan. En dat zeggen ze in de reportage ook hè, van: het maakt helemaal niet uit of je nou een bepaalde hashtag toevoegt of een bepaalde interesse, want wij, TikTok, weten toch wel beter wat je leuk vindt.”

Het spreekwoordelijke venster waardoor je de wereld bekijkt, zoals Hans Schnitzler het mooi omschrijft, wordt bepaald door de algoritmes van de Instagrams, Facebooks en TikToks van deze wereld. In de eindreflectie die volgde na de twee sessies, kwam dit mooi terug. De vraag beantwoordend hoe de best mogelijke digitale toekomst eruit zou zien, ging onder andere over de werking van die algoritmes:

En wat ik niet zou willen, is dat er minder wordt voorspeld van wat de mens zou willen, maar dat je daar gewoon zelf de keuze in hebt. En dat dus die algoritmes die dat allemaal voorspellen, dat daar wat minder op gefocust wordt. Dat wordt veel te veel gebruikt om geld mee te maken, wat eigenlijk een beetje zonde is van de technologie. Want ja, we hebben dus nu eigenlijk technologie om vervolgens de eigen mensheid te manipuleren. En dat is dan wel weer jammer, eigenlijk.

Deelnemer aan workshops What The Future Wants

Tijd voor een disclaimer voor gebruikte social mediaplatforms

De wijze waarmee de studenten keken naar de toekomst van digitalisering en hun eigen rol daarin was er één waarvan we onder de indruk waren. Wat mij betreft is het ook een voorbeeld waarvan we kunnen leren. De oproep zoals de Koninklijke Bibliotheek die deed schiet mij wat dat betreft tekort. Ik zou verwachten dat, met de kennis van nu en de ambities van bibliotheken om publieke waarden te huldigen, er een wat gebalanceerder geluid naar buiten zou komen. Ja, het bereiken van doelgroepen is belangrijk, maar waar ligt de ethische grens in de toepassingen die je daarvoor inzet?

Ik zou er voorstander van zijn altijd een soort disclaimer mee te sturen: dit platform voldoet wel/deels/niet aan de publieke waarden van openbare bibliotheken. Het concept van de digitale spoelkeuken van PublicSpaces (waarvan de KB, ere wie ere toekomt, ook deel uitmaakt) is een methode om van te kunnen leren. Momenteel beperkt deze methodiek zich nog tot het kritisch bekijken van de gebruikte technologie, maar een verbreding richting de online diensten die we gebruiken zou ik graag zien. Het voeren van een interne dialoog in bibliotheken over nut en noodzaak van de aanpak is daarvoor wel raadzaam.

Datzelfde zou eigenlijk ook moeten gebeuren met onze doelgroepen, al ben ik er ook van overtuigd dat in het bewust kiezen (en daarmee ook laten vallen) van online diensten een opvoedkundig aspect zit. Waar gemeentes vrij kritiekloos Whatsappzones ondersteunen zou de bibliotheek andere keuzes moeten maken. Met de dialoogvorm van What The Future Wants hebben we een mooi concept liggen dat daarin kan voorzien.


Foto door Pixabay via Pexels

Pin It on Pinterest

Share This