Pages Menu
Categories Menu

Posted by on aug 19, 2010

Open zoeken naar de oorzaak van Alzheimer

Open zoeken naar de oorzaak van Alzheimer

Alweer een week geleden gepubliceerd, een eeuwigheid in webtermen, maar desondanks meer dan waardevol genoeg om nog even te belichten: Sharing of Data Leads to Progress on Alzheimer’s in de New York Times. In dit artikel wordt verhaald over de behaalde overeenstemming tussen de farmaceutische industrie en onderzoekers en instellingen wereldwijd onderzoeksresultaten inzake de ziekte van Alzheimer met elkaar te delen:

It’s not science the way most of us have practiced it in our careers. But we all realized that we would never get biomarkers unless all of us parked our egos and intellectual-property noses outside the door and agreed that all of our data would be public immediately.”

Het onafhankelijke Foundation for the National Institutes of Health zorgde voor de verwerving van fondsen om het onderzoek naar zogenaamde biomarkers te financieren. Onderzoek hiernaar werd al langer gedaan, maar het delen van resultaten was niet aan de orde.

The problem in the field was that you had many different scientists in many different universities doing their own research with their own patients and with their own methods […] Different people using different methods on different subjects in different places were getting different results, which is not surprising. What was needed was to get everyone together and to get a common data set.”

Naast het delen van resultaten en het daarmee versnellen van het onderzoeksproces worden ook eventuele nadelige effecten ‘verdeeld’. Waar het oorspronkelijk een kleine groep onderzoekers of een instelling zou zijn die ‘aangekeken’ zou worden op slechte resultaten is er nu een gezamenlijke verantwoordelijkheid. En het delen van de kosten is een belangrijk pré. Omdat er veel onderzoek nodig is was het voor een farmaceutisch bedrijf in financieel opzicht weinig aantrekkelijk de portemonnee te trekken. De opbrengsten zouden eenvoudigweg niet opwegen tegen de kosten. Dat probleem is nu uit de wereld. Ik vind het een prachtig voorbeeld van open access en open content.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 18, 2010

Frantz Casseus’ queeste

Frantz Casseus’ queeste

Gisteren, bij het struinen door het aanbod van akoestische gitaristen in Spotify, werd mijn aandacht getrokken door de bijzonder fascinerende naam Frantz Casseus. En ook omdat ik hem niet kende besloot vandaag wat van zijn muziek te beluisteren. Nu was dat erg snel gedaan, want slechts twee albums, Haitian Dances en Haitian Folk Songs, waren in Spotify te vinden. Beide albums werden in respectievelijk 1954 en 1953 uitgebracht door Folkways Records en in 1985 heruitgebracht door Smithsonian Folkways (SI). De website van SI maakt ook melding van een derde album, Haitiana (1969), maar dat is niet voorhanden in Spotify.

De in 1915 in Port-au-Prince geboren Casseus genoot een opleiding als klassiek gitarist, maar werkte in zijn eigen stukken aan een versmelting van klassieke en traditionele Haïtiaanse muziek. Vooral op Haitian Folk Songs is daarvan veel te horen, niet in de laatste plaats door de vocale bijdrage van Lolita Cuevas. In een artikel getiteld Our Méringue Is Dying beschrijft Casseus zijn intentie de Haïtiaanse volksmuziek levend te houden. De angst voor het dreigende verlies ervan werd waarschijnlijk gevoed door de Amerikaanse bezetting (1915 – 1934) van het land.

Some with indifference, others with an indignant sadness, have witnessed the disappearance of one of our most delicious national dances which is like a precious pearl ornament of our folklore. The Haitian Méringue invites [one] to dance, contains a subtle and delicious melody. [Its] character, its simple and limited form, made it a dance with noble stature, and even a classic. (Frantz Casseus, Notre Méringue se muert,Haiti Journal, 1944)
bron

Op het web is verder niet veel andere relevante over de inmiddels overleden Casseus te vinden. Behalve bijvoorbeeld op een aan hem gewijde Wikipediapagina waarop is te lezen dat Marc Ribot, een muzikant die ik erg waardeer, leerling van Casseus was en een album met zijn muziek uitbracht, Marc Ribot plays solo guitar works of Frantz Casseus. Aan Casseus’ overlijden in 1993 werd door de New York Times in een klein artikeltje aandacht besteed.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 17, 2010

Intellectual Pooperty

Intellectual Pooperty

Het werk van Nina Paley kwam alhier al eerder ter sprake in Copying is not theft. Vandaag las ik een gastbijdrage van haar hand op Techdirt, Comically absurd IP. Hierin zijn een aantal strips van haar te bekijken die betrekking hebben op zaken die uitstsekend aansluiten bij waar ik van tijd tot tijd over schrijf: auteursrecht en intellectueel eigendom, patenten, copyleft etc. Onderstaande strips zijn slechts enkele uit het volledige arsenaal van Paley, te bekijken op Mimi and Eunice. Ze vindt het trouwens goed dat ik haar werk hier toon (wat ik ook met veel genoegen doe):

Naturally, these comics are Free, copyLeft, share-able, copy-able, and embeddable. It is my fondest wish that writers will use these images in their articles and comments, without asking permission. What’s in it for me, you ask? The more people see Mimi & Eunice, the more cultural value they’ll have. Watching works find their audience is a singular pleasure for an artist. But since Techdirt is more about business models, I’ll add that the more people share the strips online, the more value a paper book will have, which I can then sell.”

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 16, 2010

Come Sunday is niet in een hokje te plaatsen

Come Sunday is niet in een hokje te plaatsen

Duke Ellington

De eerste keer dat ik Duke Ellington’s Come Sunday hoorde was op een geweldig mooi album van Eric Dolphy, Iron Man. Samen met contrabassist Richard Davis legde Dolphy (op basklarinet en altsax) een bijna kwetsbare uitvoering van de klassieker vast. Davis, die er ook wel eens volledig naast kon zitten, heeft hier een geweldig goede dag en zorgt ervoor dat zijn bespeling van de contrabas met strijkstok mooi contrasteert met Dolphy’s flutterende basklarinet.

Toen ik van het weekend, naar aanleiding van het overlijden van Abbey Lincoln wat muziek van haar beluisterde op Spotify zag ik dat ook zij een versie van Come Sunday opnam. Het was eigenlijk de eerste keer dat ik een vocale uitvoering van het nummer hoorde. Wat zoeken op het web leerde me echter dat Ellington destijds zowel een instrumentale als vocale versie schreef. De oerversie ervan (1942) was bedoeld voor zijn altsaxofonist Johnny Hodges en maakte deel uit van het langere stuk Black, Brown and Beige. De vocale versie werd voor het eerst uitgevoerd door Mahalia Jackson (zie video hieronder). Alhoewel het doorgaat voor een jazzstandard viel het bij aanvang tussen wal en schip bij de critici. Voor de jazzrecensenten ging het niet door als iets wat binnen het genre viel. Deze vlag ging ook op voor de critici van ‘serieuze muziek’.

Obviously, Ellington was a visionary whose music wasn’t fitting into the preconceived notions of what was considered to be jazz. During the 1930s and ‘40s, Ellington’s compositions were tending to go in radically different directions than the music by other big bands of the time. Also, for years his compositions had been tailored to the individual sounds of his band members, and he was the first of relatively few bandleaders to utilize this approach.

Erg blij was Ellington hiermee niet, maar na verloop van tijd werd de bijzondere aanpak van Ellington, die zijn muziek maar omschreef als “beyond category“, toch door de critici en luisteraars omarmd. Het is ook één van mijn favoriete nummers. Misschien juist wel omdat het ietwat ongrijpbaar is.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 15, 2010

Meesterlijke metal en de Marshall in de kofferbak

Meesterlijke metal en de Marshall in de kofferbak

Mijn kennismaking met deathmetal was er eentje van dik hout zaagt men planken. Nu zal dat voor velen überhaupt het geval zijn, maar als liefhebber van het steviger genre was ik al iets gewend. En mijn liefde voor bijvoorbeeld Frank Zappa maakte dat ik ook voor wat ingewikkelder songstructuren niet terugschrok. Ik denk dat ik een jaar of zeventien was toen ik van een vriend, een doorgewinterde metalliefhebber, een stapeltje cd’s te leen kreeg dat me versteld deed staan. De topper ervan zou voor mij zelfs de status van beste metalbum ooit krijgen: Human van Death. Dit meesterwerk uit 1991 werd de mijlpaal voor alle kenmerken die metal metal maken, maar die bovenal een onbeperkte muzikaliteit zou tentoonspreiden. Dit laatste kwam allereerst voort uit de composities van voorman Chuck Chuldiner (helaas veel te vroeg overleden), maar die was daarbij afhankelijk van de juiste instrumentale invulling. In het geval van Human zou die verantwoordelijkheid voor meer dan 100% briljant ingevuld worden Paul Masdival en Sean Reinert (respectievelijk gitarist en meesterdrummer van jazzmetalcombo Cynic) en Steve DiGorgio (bassist van trashband Sadus).

Vooral het drumwerk op Human is van een uitzonderlijk hoog niveau. Het mooie aan het werk van Sean Reinert is zijn vaardigheid jazzy patronen naadloos te integreren in compromisloze metalgrooves. Ik probeer zijn unieke spel altijd te beschrijven als jazz met de handen en metal met de benen. De term smaakvol, die je wellicht niet meteen met het genre verbindt, is in zijn geval volledig op z’n plaats. Ik had het genoegen enkele jaren later tweemaal lange tijd met hem te kunnen spreken toen hij met Cynic door Europa toerde. Los van het feit dat ik daaraan een door hem uitgeschreven drumpartij van Cynic-song Celestial Voyage overhield, spraken we alleen maar over jazz(rock) en Frank Zappa (die kort daarvoor overleden was). “Wow, he’s into Mahavishnu Orchestra!, riep hij toendertijd door de kleedkamer van Atak, waarna hij me toevertrouwde dat ze in hun repertoire een medley van hen hadden, maar dat ze niet zeker wisten of het publiek dat wel zou pikken. Die avond werd het in ieder geval niet gespeeld.

Maar hoe kom ik hier nu zo op? Vanmorgen bekeek ik wat video’s van platenlabel Relapse op Youtube en zag daar onderstaande making of van een video van Death-song Lack of Comprehension, afkomstig van Human. Wat mij daaraan in het bijzonder aansprak was het feit dat voorman Chuck zijn eigen Marshall meenam. In de uiteindelijke video speelt die geen enkele rol, maar ik ken het gevoel wel dat je graag je eigen spullen meeneemt. Op een bepaalde manier vond ik het eigenlijk wel vertederend. Aan de ene kant een albumbespreking zoals hieronder:

‘Human’ turned out to be exactly what many didn’t expect anymore, one of the best death metal records ever!!! Eight real “songs” to hear on it; “songs” in the proper sense of the word, no conceptless riff orgies, but as thought through structured little works of art.

The guitar playing and especially the drumming, are about overshadowing all that was ever produced in death metal. On top of it are Chuck’s irreplaceable vocals, a lot more aggressive and powerful than the so-called “heavy” noise of most of the other grunters. Next to all brashness Death radiates as always, this album is a lot more pronounced and therefore more musical than its predecessors.

Of course, you have to be an experienced death metal listener to be able to recognize it. For example, the opener “Flattening Of Emotions” is combining all the quality marks of this band: complicated yet very tight riffs; powerful, driving bassdrums; polished rhythms; perverse yet powerful expressive vocals and an excellent production, if not, representing Scott Burns’ Masterpiece up till now.

Obvious conclusion: “Human” is a mile-stone in death metal, although musically considered, it’s surpassing the genre by far.

An album you just HAVE to hear!!!

Rock Hard, 1991

Maar aan de andere kant het kind in de muzikant. Trots op die ene versterker waarvoor wellicht lang gespaard is. Of die als een soort van mascotte moet zorgen dat het opnemen van de clip goed zou verlopen. Menselijk. Mooi.

 

Read More

Posted by on aug 14, 2010

Een businessmodel dat hakkenbar heet

Een businessmodel dat hakkenbar heet

Over het bedenken en uitproberen van nieuwe businessmodellen voor culturele content (film, muziek, literatuur etc.) wordt de laatste tijd veel gezegd en geschreven. Het internet zorgt voor een democratiseringsslag voor de makers, die niet meer afhankelijk zijn van uitgevers, distributiemaatschappijen en duurbetaalde PR-machines. In The Cobbler: A New Career Model for Artists and Entertainers beschrijft filmmaakster Laure Parsons in dit kader de analogie met de schoenmaker op de hoek. De beheersing van een ambacht en de zekerheid van een redelijk betrouwbare en stabiele groep afnemers kan ervoor zorgen dat een basisinkomen in het verschiet ligt. Deze benadering staat haaks op de risicovolle afhankelijkheid van bijvoorbeeld een platenmaatschappij. In dat klassieke geval wordt de markt overspoeld met producten in de hoop dat er een knaller tussenzit. Niet relevante (lees: niet verkopende) acts worden afgedankt en staan met lege handen. Dat kan dus anders, aldus Parsons:

For the first time, it is possible for a filmmaker to make a film on a very small budget, use promotion and distribution methods that are low-cost or free, and find enough revenue to break even and possibly to support themselves in a basic fashion. It means you probably won’t become a millionaire, but in return your chances of being able to support yourself through your work go up, and they go up more the better your work is. […] Not everyone who can shine shoes is cut out to own their own shoe repair business, and not all artists are cut out to manage a small business in media creation. But for the first time, artists have a real choice about distribution, and for some of them, being a cobbler will have a lot more appeal than being a gambler.”

In Artists learn to cobble together successful careers doet rechtenprofessor Peter Friedman een treffend voorbeeld uit de doeken van zijn zus, schrijfster Amy Friedman. Zij besloot het copyright van een aantal boeken dat ze schreef voor uitgever Universal Press Syndicate af te kopen. Met het materiaal werd namelijk niets gedaan. Eenmaal in haar bezit bewerkte ze de verhalen tot drie luisterboekcompilaties en gaf ze zelf uit. En met succes: de eerste ervan staat op positie veertien van bestverkopende luisterboeken bij Amazon. De derde was goed voor een Audie Award (de Oscar voor luisterboeken). Wanneer ze niets had ondernomen hadden de verhalen nu nog in de kluis van haar uitgever gelegen. Hoe ironisch.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Pin It on Pinterest