Hannibal Travis, rechtenprofessor aan Florida International University, heeft een onderzoek gepubliceerd naar de effecten van Google Book Search op de verkoop van boeken, Estimating the Economic Impact of Mass Digitization Projects on Copyright Holders: Evidence from the Google Book Search Litigation. Hij reageert hiermee op de aantijgingen van bijvoorbeeld de Duitse regering, maar ook concurrenten van Google, die stellen dat massadigitaliseringsslagen negatieve economische gevolgen hebben voor de schrijvers en uitgevers. Zoals blijkt uit onderstaande conclusie heeft Travis hiervoor in zijn onderzoek geen bewijs gevonden:
This study has found no support for an imminent monopoly by Google over books. Publishers of printed books continue to increase their sales and profits. Their rate of sales growth has increased since the scanning of books into GBS by Google. Book sales are growing faster than retail sales or the economy as a whole. These findings suggest that the benefits of digital libraries to American students and persons of limited disposable income, in terms of accessibility of information about and inside books, need not be sacrificed to save publishers from “Napsterization” and the loss of their customers. Moreover, the potential gains in economic efficiency, freedom of expression, and global democratization represented by digital libraries like GBS are more likely to outweigh any damage done by GBS to publishers, than had the findings of this study been otherwise.”
All the Great Operas in 10 Minutes van Kim Thompson biedt een vermakelijke eerste kennismaking met ’s werelds bekendste opera’s. Dus zij het Carmen, Don Giovanni, Aïda of Tosca, ze passeren allemaal de revue. En niet de muziek, maar het plot is datgene wat de aandacht krijgt. Pochen over kennis van het verhaal (met opmerkelijk veel moord- en doodslag & hel en verdoemenis) werkt immers beter dan het zingen van een aria tijdens het borrelen.
Iranian Government Runs Public Warez Server luidt de opmerkelijke titel van een artikel op TorrentFreak. Opmerkelijk in die zin dat zogenaamde warezeen verzamelnaam is voor digitale bestanden (films, games, software etc.) die auteursrechtelijk beschermd zijn. Deze worden, al dan niet voorzien van serienummer of inlogcode aangeboden. Illegaal dus en zeker niet iets wat je van een overheid zou verwachten. Nu is men het daarmee in Iran wel gedeeltelijk eens. Op de betreffende FTP-server, die overigens slechts voor Iraanse ingezetenen publiekelijk toegankelijk is, worden namelijk alleen buitenlandse producten (Microsoft Office en Adobe Photoshop bijvoorbeeld) aangeboden. En deze vallen niet onder de Iraanse auteurswet. Ja, dat klopt, Iran kent dus wel degelijk een auteurswet. Deze is echter alleen van toepassing op Iraanse werken. Die zijn op de betreffende site daarom ook niet te vinden. Want dat zou toch wel te gek zijn.
Iranian Government Runs Public Warez Server luidt de opmerkelijke titel van een artikel op TorrentFreak. Opmerkelijk in die zin dat zogenaamde warezeen verzamelnaam is voor digitale bestanden (films, games, software etc.) die auteursrechtelijk beschermd zijn. Deze worden, al dan niet voorzien van serienummer of inlogcode aangeboden. Illegaal dus en zeker niet iets wat je van een overheid zou verwachten. Nu is men het daarmee in Iran wel gedeeltelijk eens. Op de betreffende FTP-server, die overigens slechts voor Iraanse ingezetenen publiekelijk toegankelijk is, worden namelijk alleen buitenlandse producten (Microsoft Office en Adobe Photoshop bijvoorbeeld) aangeboden. En deze vallen niet onder de Iraanse auteurswet. Ja, dat klopt, Iran kent dus wel degelijk een auteurswet. Deze is echter alleen van toepassing op Iraanse werken. Die zijn op de betreffende site daarom ook niet te vinden. Want dat zou toch wel te gek zijn.
Iets is in of uit de mode. Dat is in ieder geval de in zwang zijnde uitdrukking. Wanneer deze vraag wordt op losgelaten op copyright, is het in of uit? wil het toeval dat daarin momenteel juist het onderwerp mode meer dan gewone aandacht geniet. Voorvechters van een meer liberale houding inzake het auteursrecht halen graag de modeindustrie aan als praktijkvoorbeeld. Deze florende sector kent namelijk geen op maat gesneden auteurswet, maar kent desondanks een speelveld uiteenlopend van beginnende ontwerpers tot kapitaalkrachtige topspelers. De eerste groep kan naar hartelust innoveren, omdat er geen patenten rusten op bepaalde ontwerpprincipes. En de tweede groep wordt daardoor geprikkeld elk jaar weer met nieuwe topstukken te komen. In onderstaande TED-lezing gaat Johanna Blakley nader op deze situatie in. En haar boodschap is duidelijk: de sector floreert dankzij de afwezigheid van de dreigende patentclaims en andere aan intellectueel eigendom grenzende maatregelen. Een gezonde situatie dus zou je zeggen. Toch gaan er echter van tijd tot tijd stemmen op ook op deze industrie een auteurswet van toepassing te laten zijn. En evenals in bijvoorbeeld de muziekindustrie zijn het geïnstitutionaliseerde partijen die hiervoor pleiten. In een uitstekend artikel in Newsweek, Copycats vs. Copyrights, Does it make sense to legally protect the fashion industry from knockoffs? wijdt Ezra Klein hierover uit. Aanleiding voor het stuk is een voorstel voor de Innovative Design Protection and Piracy Prevention Act, op 5 augustus jl. ingediend door de Amerikaanse senator Chuck Schumer. Klein haalt een citaat van James Boyle aan om te illustreren dat er niet lichtzinnig omgesprongen moet worden met het besluit al dan niet een auteurswet in te voeren:
Intellectual property is legalized monopoly. […] And like any monopoly, its tendency is to raise prices and diminish availability. We should have a high burden of proof for whether it’s necessary.”
Boyle stelt dat deze high burden of proof in het geval van bijvoorbeeld medicijnen onontkomenlijk is. Inzake gebruiksartikelen zoals kleding, maar bijvoorbeeld ook recepten of haardrachten (die immers niet meer zijn dan een reeks aanwijzingen, Blakley besteedt er in haar lezing aandacht aan) zou dit niet patenteerbaar moeten kunnen zijn. Alleen de juridische machine alleen al die zou moeten bepalen of een bepaald idee zó oorspronkelijk is dat het aanwijsbaar aan één bepaalde ontwerper, kok of kapper toebehoort, is niet te verantwoorden. Daarnaast geven talloze ontwerpers, ook de toppers, aan dat de straatcultuur de grootste inspiratie levert. Dus van wie is het oorspronkelijke idee dan? Een argument dat vaak wordt aangehaald ten faveure van auteursrecht is dat het verhindert werk klakkeloos te kopieëren. Maar ook die vlag gaat in de modewereld niet vaak op. Het is inderdaad zo dat ketens als H&M afgeleiden van bekende stukken voor een veel lagere prijs aanbieden. Zowel Klein als Blakley stellen echter dat de kopers daarvan helemaal niet toebehoren aan de vaste clientèle van haute couture-ontwerpers. Deze couturiers missen dus geen inkomsten. Sterker nog, hun vaste groep afnemers kan zich nog meer wentelen in de verzekering dat zij in ieder geval een origineel in de kast hebben hangen. En dan zijn er natuurlijk ook de flirts van ontwerpers mét de modedozenschuivers. Denk bijvoorbeeld aan Victor & Rolf en H&M. Het mes snijdt in dat geval vanzelfsprekend aan twee kanten: V&R bereiken een nieuw klantsegment, H&M maakt goede sier met bijzondere stukken. Jennifer Jenkins, een expert op het gebied van intellectueel eigendom aan Duke University stelt daarom ook,
In fashion, copying has benefits. […] First, knockoffs make designs trendy, and that increases the value of the original, and thus the incentives for designers to innovate. Second, it makes them affordable, so more people can wear them. […] There are a lot more people shopping at discount stores than at designer boutiques (which is why many designers are now licensing their names to retail outlets like Target). And third, it speeds up innovation, as fashion designers have to keep churning out new products to stay ahead of the copycats.”
Zowel Blakley als Klein concluderen dan ook dat de invoering van een modeauteurswet de innovatie en daarmee de groei en bloei van de sector als geheel benadeelt. Afgezien dan van enkele grote modehuizen die wel heil zien in de mogelijke uitwerking van strikt intellectueel eigendom: het beschermen van winst. Maar daarvoor is het, hoe jammer ook voor hen, niet bedoeld. Hopenlijk is het Amerikaanse Congres deze stelling ook toegedaan.
Adviseur digitaal burgerschap bij KB nationale bibliotheek en lid van het programmateam van het programma digitaal burgerschap. Mede-auteur van het AI Kookboek.
Werkte o.a. aan Open Bibliotheek Badges, Data Detox Kit, The Glass Room expo, What The Future Wants en FryskLab. Op Eén Na Beste Bibliothecaris van Nederland 2015.
Amateurwielrenner, drummer en muziekfanaat. TEDx-spreker.