Pages Menu
Categories Menu

Posted by on jul 20, 2010

Greb maakt muziek voor normale mensen

Greb maakt muziek voor normale mensen

Onder drummers informeren naar hun favoriete slagwerkers resulteert zonder twijfel tot het spreekwoordelijke Duracellkonijneffect. Vragen naar het favoriete album waarbij de slagwerker van dienst ook bandleider of zelfs verantwoordelijk is voor alle muziek zal echter tot weinig resultaat leiden. Het komt eenvoudigweg niet vaak voor dat een drummer onder eigen naam platen uitbrengt. En als het al gebeurt zijn het vaak releases die voor niet-drummers weinig interessant zijn. De bekendste voorbeelden van hoe het wél kan vind je in de jazz: Art Blakey’s Jazz Messengers bijvoorbeeld. Of Tony Williams’ Lifetime en de reeks soloplaten van Elvin Jones voor Blue Note. Maar dat is allemaal materiaal van op z’n laatst de jaren ’70 van de vorige eeuw. En jazz dus, waarmee het al dan niet terecht voorbehouden is aan een geselecteerd publiek. Daarin is wat mij betreft met de solo-uitgaven van Benny Greb verandering gekomen. Zelf zegt hij ook het liefst “music for normal people” te maken. Zijn eerste plaat, Grebfruit, staat vol van de inventieve grooves, maar is des te bijzonderder omdat álle melodielijnen door Greb vocaal worden voortgebracht. Over het proces wijdt hij uit op Youtube. Behalve drums en stem dus vrijwel geen andere instrumenten. Met deze oplossing bood Greb het hoofd aan het missen van een brassensemble, zijn favoriete melodie-instrumentatie. Dat gemis is achterwege gebleven bij zijn meest recente album, Brass Band. Hierop heeft hij een volledig ensemble tot zijn beschikking wat hij geheel naar zijn hand kan zetten. En natuurlijk wederom heerlijke grooves en drummersubtiliteiten om je vingers bij af te likken. Bij Greb staat dat laatste element echter nooit op de voorgrond. Hij is evenveel drummer als componist. Van heel leuke muziek!

Van zijn aanwezige muziek (waaronder voornoemde soloalbums) heb ik een Spotifyplaylist gemaakt: GrebSpot.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on jul 19, 2010

Wielerblog: Op karakter, St. Willebrord: van paarse hei tot gele trui

Wielerblog: Op karakter, St. Willebrord: van paarse hei tot gele trui

Het piepkleine Brabantse dorp St. Willebrord heeft enkele van Nederlands bekendste wielrenners voortgebracht. In Op karakter wordt getracht te duiden hoe het kon dat renners als Wim van Est, Wout & Rini Wagtmans hun medecoureurs vaak de hielen lieten zien.

In de volksmond is St. Willebrord beter bekend als ‘t Heike. Grofweg gelegen tussen Breda en Roosendaal, op enkele kilometers van de Nederlands-Belgische grens, was het berucht vanwege de smokkelaars en ander gespuis dat zich er bij nacht en ontij met duistere praktijken bezighield. Tegelijkertijd was het dorp doordrenkt van het katholicisme. De rol van de pastoor was groot, al kon er van een rijk Rooms leven allerminst gesproken worden. Veel inwoners van St. Willebrord verdienden een extra zakcentje door goederen over de Belgische grens te smokkelen, veelal per fiets.

Op karakter, St. Willebrord: van paarse hei tot gele trui
Peter Heerkens en Frank Schoonderwalt, Tirion Sport, 2007

St. Willebrord heeft een aantal illustere wielrenners voortgebracht, waarvan de bekendste ongetwijfeld Wim van Est is. Niet voor niets wil het toeval dat de feestelijke uitgave van Op karakter samenviel met de onthulling van een standbeeld voor Van Est. ‘De beul van ‘t Heike’ was de eerste Nederlander die in de Tour de France de gele trui bemachtigde (1951), maar zou een dag later, 18 juli 1951, nog meer geschiedenis schrijven door in de afdaling van de Aubisque in een ravijn te vallen.
Naast het dragen van de gele trui was ‘IJzeren Willem’ ook de eerste Nederlander die in de Giro de roze trui wist te bemachtigen en won tevens als eerste Nederlander koersen als de monstertocht Bordeaux-Parijs (driemaal) en de Ronde van Vlaanderen. Wereldkampioen is Van Est echter nooit geworden. Broodrenner als hij was, verkocht hij zijn diensten meestal met succes aan de Belgische coureur Rik van Steenbergen.

Van Est was samen met mede St. Willebrorder Wout Wagtmans ook zeer actief en succesvol op de baan. Onder andere in de koppelkoersen was het duo ongenaakbaar. De flamboyante Woutje Wagtmans zou na Van Est de gele trui in de Tour bemachtigen en was mateloos populair. Hij grossierde in luxe sportwagens, maar was ook de eerste Nederlandse renner die serieus aanspraak maakte op het winnen van de Tour.
In 1956 heeft Wagtmans met nog vier etappes te gaan 4.28 voorsprong op nummer twee Roger Walkowiak. De sponsor van de ploeg, Locomotief, stelt zelfs een duizelingwekkende premie van honderdduizend gulden in het vooruitzicht bij de eindwinst. Tijdens de beklimming van de laatste col van die Tour, de Luitel, knakt de onberekenbare Wagtmans echter. Hij stapt twee kilometer onder de top af en drinkt liggend een fles water. Knecht Jan Nolten weet hem echter weer op zijn fiets te krijgen. Zijn kopman duwend bereiken ze beiden de top, maar de Tour is al verloren. Wagtmans wordt zesde.

De neef van Wout, Rini Wagtmans, wist als twaalfjarige al dat hij ooit Tourrenner wilde worden. Je kon er de armoede het hoofd mee bieden, maar ongetwijfeld speelde ook mee dat vader Cees (‘Smokkeltje’) de masseur van onder meer Wim van Est en Jan Janssen was. Ook Rini Wagtmans zou het geel om zijn schouders dragen en stond bekend als een onverschrokken daler.

In 1971, het jaar dat Wagtmans naar ‘de universiteit van het wielrennen’ gaat, de Molteni-ploeg van Eddy Merckx, komt er een eerste barstje in de reputatie van ‘De Kannibaal’. In de tour rijdt Luis Ocaňa Merckx op 9.46 en neemt het geel van hem over. Om de trui weer in handen te krijgen, wordt een list verzonnen. In de grotendeels vlakke etappe Orcières-Merlette is het plan in de enige afdaling aan te vallen, omdat daarop niemand zal rekenen. In de resterende 245 (!) kilometer naar Marseille moet de voorsprong worden vastgehouden. Driemaal wordt de afdaling verkend en Merckx gaat akkoord.

In de enkele kilometers lange afdaling wordt een ruime minuut voorsprong gepakt door Wagtmans met Merckx in zijn wiel. Maar daarbij blijft het. Het kat-en-muisspel op het vlakke wordt door l’Equipe ‘legendarisch’ genoemd. In onderstaande Youtubevideo wijdt Merckx er over uit (vanaf 04.50). De etappe wordt met een gemiddelde van ruim 46 kilometer per uur afgelegd en men komt anderhalf uurder eerder dan verwacht binnen. Merckx is teleurgesteld, maar Wagtmans wijst hem erop dat de wilde achtervolging Ocaňa volledig opgebroken heeft. Door twee man ondersteund kan hij nog ternauwernood zijn gele trui ophalen. Twee dagen later, Merckx wordt weer gegangmaakt door Wagtmans, gaat Ocaňa in de afdaling van de Menté onderuit. Merckx wint zijn derde Tour.

Het is opmerkelijk dat een dorp als St. Willebrord zoveel goede renners heeft voortgebracht, maar een verklaring is daarvoor natuurlijk niet te geven. Naast alle wielerbiografieën, want dat zijn het bijna, wordt er door de auteurs ruim ingegaan op de sociologische aspecten en de geschiedenis van het dorp. Daardoor leest het van tijd tot tijd wat fragmentarisch. Dat neemt echter niet weg dat er een schitterend stukje Nederlands wielrennen wordt blootgelegd. Verplichte kost voor wielerhistoriefanaten.

Read More

Posted by on jul 17, 2010

Mijn luistergedrag verbeeld door LastGraph

Mijn luistergedrag verbeeld door LastGraph

Zowel mijn iTunes als Spotify zijn gekoppeld met de Scrobbler van Last.fm. Vanmiddag kwam ik in aanraking met de toepassing LastGraph. Deze brengt het luistergedrag zoals dat door de scrobbler geaggregeerd is visueel in kaart. Zoals boven te zien kan dat een globaal overzicht zijn, maar het is ook mogelijk gedetailleerde verbeeldingen (posters) te downloaden. Onderstaand een voorbeeld van mijn luistergedrag vanaf 1 oktober vorig jaar tot nu. Ikzelf vond het wel mooi te zien dat er een kentering zichtbaar is die voor een groot deel te maken heeft met de startdatum van mijn huidige werk. Laten we zeggen dat ik het wel naar m’n zin heb.

graph_187812

Read More

Posted by on jul 16, 2010

Sociaal zoeken slaat aan

Sociaal zoeken slaat aan

Socialnomics meldt dat Twitter de snelst groeiende online zoekmachine is. Met een aantal queries van om en nabij 24 miljard bevindt het zich weliswaar nog in de slipstream van Google (88 miljard), maar blijft het Bing en Yahoo!, ook gecombineerd, voor. Dat het Microsoft menens is blijkt wel uit het feit dat ze overstappers drie dollar betalen wanneer Bing wordt ingesteld als standaard zoekmachine. Klanten betalen om van je diensten gebruik te maken, dat klopt toch niet… ?

Maar veel interessanter is natuurlijk dat sociale netwerken óók de rol van zoekmachine lijken te (kunnen) vervullen. Wat dat betreft lijkt de oorlog tussen Google en Microsoft er meer één van overleven dan van de grootste te zijn, te blijven of te worden. De zoekcapaciteiten van netwerken als Facebook of Youtube zijn in het staatje namelijk nog niet eens opgenomen. En vooral die laatste heeft zijn waarde natuurlijk al lang bewezen.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on jul 16, 2010

“Everything is possible when you’re in the library”

Over de Wieden & Kennedy-campagne voor het afschuwelijke oudemannengeurtje Old Spice is al veel gezegd en geschreven. Het succes ervan laat zich vooral afmeten aan de parodieën die erop gemaakt zijn. Onderstaande, met een universiteitsbibliotheek als decor, is geweldig:

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on jul 15, 2010

Wielerblog: Het bidonneke van Jef

Wielerblog: Het bidonneke van Jef

Memoires van een wielerverzorger is zonder twijfel één van de meest spraakmakende wielerboeken van de laatste jaren. Het is een poging van auteur Jef D’Hont (22 maart 1942) af te rekenen met wat hij noemt de hypocrisie van de omerta. Als verzorger bij topploegen als Flandria, Telekom, Festina en Francaises des Jeux is hij in staat een ruime blik in de keuken van de wielersport te geven. En wat er in die keuken gebrouwen wordt onthutst. “Als doping de waarheid is, is zwijgen goud“, aldus D’hont.


Jef D’Hont – Memoires van een wielerverzorger
256 pagina’s
Fontaine Uitgevers Bv
mei 2007

Het boek is niet zozeer een aanklacht tegen het gebruik van doping, maar meer tegen het afschuiven van verantwoordelijkheden van renners, artsen en bovenal ploegleiders. Niet zij, maar de soigneurs delven het onderspit wanneer er dopingmisbruik aan het licht komt. Dat D’Hont daarom een lans breekt voor collega Willy Voet, de Festinaverzorger die op 8 juli 1998 wordt aangehouden met een auto vol epospuiten en daarmee één van de grootste dopingschandalen ooit ontketent, komt niet als een verrassing. Voet is de duivelse verpersoonlijking van het epotijdperk en wordt door iedereen, zijn collega’s voorop, ook als zodanig behandeld. Kopman Richard Virenque huilde krokodillentranen, beroept zich op zwijgrecht en maakte een glansrijke comeback. De ploegleiders kwamen eveneens met de schrik vrij.

D’Hont’s alom bekende bijnaam in het peloton luidde Jef Bidon: hij was bij renners en ploegleiders vermaard om zijn ‘bidonneke‘. Gedurende de jaren zeventig bevatte het volgens hemt onder meer het longinhoudvergrotende middel Alupent dat lang niet op de dopinglijsten voorkwam en ‘zijn’ renners een groot voordeel ten opzichte van concurrenten gaf. Tot ver in de jaren negentig, bijvoorbeeld bij Telekom, zouden renners rijden op het bidonneke van Jef, vanzelfsprekend met een met de tijd meegaande inhoud. Al weet D’Hont ook te vertellen dat het placebo-effect van het bidon alleen renners ook geregeld vleugels gaf.

D’Hont kwam voor het eerst, zij het vanaf een afstand, in aanraking met stimulerende middelen tijdens een zesdaagse in Antwerpen. Daar zag hij renner Rik van Steenbergen na een teleurstellende puntenkoers smoezen met zijn verzorger Gust Naessens, maar een koers later op de dag de spreekwoordelijke stenen uit de straat rijden. Het beeld dat Naessens Steenbergen heimelijk een met vloeistof gevulde glazen spuit gaf waarmee de renner in het toilet verdween en met een lege spuit terugkeerde zou niet uit D’honts gedachten verdwijnen.
Zelf was hij ook een begenadigd renner, zowel op de weg als op de baan en won gedurende zijn actieve loopbaan zo’n 130 koersen. Het was een collega-renner die hem een adres in Frankrijk zou geven waar zijn ‘diamanten’, het middel Tonedron (een mengeling van aspirine en amfetamine), vrij te verkrijgen waren. D’Hont zou de pillen jarenlang met wisselend succes gebruiken (de slapeloze nachten na het slikken van een pilletje deden hem bijna de das om), maar uiteindelijk tegen de lamp lopen.

Vanaf 1964 raakte hij werkzaam als wielerverzorger en kwam in die hoedanigheid voor het eerst in aanraking met Walter Godefroot. Een kleine dertig jaar later zou Godefroot hem aannemen als soigneur bij Telekom. Het is het hoofdstuk over díe ploeg dat in de pers de meeste ophef heeft veroorzaakt. D’Hont doet namelijk gedetailleerd uit de doeken hoe Godefroot bij de ploeg een efficient werkend dopingsysteem op poten zet. In samenwerking met de universiteit van Freiburg werd ervoor gezorgd dat de renners onder begeleiding gebruik maakten van cortisonen en later ook epo. Wanneer de artsen niet beschikbaar waren werden de verzorgers geïnstrueerd de renners te behandelen. Volgens D’Hont waren veel van de medicijnen afkomstig uit België en werd de financiële afhandeling verzorgd door een onderneming van Godefroot. In 1993 werd de eerste spuit gezet in kopman Olaf Ludwig, later zouden vele andere renners volgen. Ook beschrijft hij hoe medeploegleider Rudy Pevenage in de winter voorafgaand aan de door Riis gewonnen Tour van 1996 potjes urine naar een laboratorium in Gent stuurde. Uit de testen die gedaan werden kon hij opmaken hoe lang testosteron en andere syntetische producten nodig hadden om niet meer opspoorbaar te zijn. Aldus kon men Riis optimaal klaarstomen zonder dat hij betrapt kon worden.

De openbaringen van D’Hont zouden afgelopen jaar onder meer leiden tot bekentenissen van Eric Zabel en Bjarne Riis (volgens D’Hont in 1996 rijdend met een levensbedreigende hematocrietwaarde van 64 procent). Ploegleider Walter Godefroot ontkent nog steeds, evenals Jan Ullrich. Rudy Pevenage gaf van de week echter toe dat hij indertijd wel degelijk contacten onderhield met dopingdokter Fuentes:

Waarom zou ik nog langer liegen.” […] “Ik wil alleen dat duidelijk is dat ik op dat moment nooit de indruk had dat ik iets fout deed. Ik kende veel klanten van Fuentes, onder wie enkele toppers die in 2006 aan de start van de Tour stonden.”

Read More

Pin It on Pinterest