Pages Menu
Categories Menu

Posted by on aug 25, 2010

Illegaal downloaden mag in Iran

Illegaal downloaden mag in Iran

Iranian Government Runs Public Warez Server luidt de opmerkelijke titel van een artikel op TorrentFreak. Opmerkelijk in die zin dat zogenaamde warez een verzamelnaam is voor digitale bestanden (films, games, software etc.) die auteursrechtelijk beschermd zijn. Deze worden, al dan niet voorzien van serienummer of inlogcode aangeboden. Illegaal dus en zeker niet iets wat je van een overheid zou verwachten. Nu is men het daarmee in Iran wel gedeeltelijk eens. Op de betreffende FTP-server, die overigens slechts voor Iraanse ingezetenen publiekelijk toegankelijk is, worden namelijk alleen buitenlandse producten (Microsoft Office en Adobe Photoshop bijvoorbeeld) aangeboden. En deze vallen niet onder de Iraanse auteurswet. Ja, dat klopt, Iran kent dus wel degelijk een auteurswet. Deze is echter alleen van toepassing op Iraanse werken. Die zijn op de betreffende site daarom ook niet te vinden. Want dat zou toch wel te gek zijn.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 24, 2010

Copyright in de mode?

Copyright in de mode?

Iets is in of uit de mode. Dat is in ieder geval de in zwang zijnde uitdrukking. Wanneer deze vraag wordt op losgelaten op copyright, is het in of uit? wil het toeval dat daarin momenteel juist het onderwerp mode meer dan gewone aandacht geniet. Voorvechters van een meer liberale houding inzake het auteursrecht halen graag de modeindustrie aan als praktijkvoorbeeld. Deze florende sector kent namelijk geen op maat gesneden auteurswet, maar kent desondanks een speelveld uiteenlopend van beginnende ontwerpers tot kapitaalkrachtige topspelers. De eerste groep kan naar hartelust innoveren, omdat er geen patenten rusten op bepaalde ontwerpprincipes. En de tweede groep wordt daardoor geprikkeld elk jaar weer met nieuwe topstukken te komen. In onderstaande TED-lezing gaat Johanna Blakley nader op deze situatie in. En haar boodschap is duidelijk: de sector floreert dankzij de afwezigheid van de dreigende patentclaims en andere aan intellectueel eigendom grenzende maatregelen. Een gezonde situatie dus zou je zeggen. Toch gaan er echter van tijd tot tijd stemmen op ook op deze industrie een auteurswet van toepassing te laten zijn. En evenals in bijvoorbeeld de muziekindustrie zijn het geïnstitutionaliseerde partijen die hiervoor pleiten. In een uitstekend artikel in Newsweek, Copycats vs. Copyrights, Does it make sense to legally protect the fashion industry from knockoffs? wijdt Ezra Klein hierover uit. Aanleiding voor het stuk is een voorstel voor de Innovative Design Protection and Piracy Prevention Act, op 5 augustus jl. ingediend door de Amerikaanse senator Chuck Schumer. Klein haalt een citaat van James Boyle aan om te illustreren dat er niet lichtzinnig omgesprongen moet worden met het besluit al dan niet een auteurswet in te voeren:

Intellectual property is legalized monopoly. […] And like any monopoly, its tendency is to raise prices and diminish availability. We should have a high burden of proof for whether it’s necessary.”

Boyle stelt dat deze high burden of proof in het geval van bijvoorbeeld medicijnen onontkomenlijk is. Inzake gebruiksartikelen zoals kleding, maar bijvoorbeeld ook recepten of haardrachten (die immers niet meer zijn dan een reeks aanwijzingen, Blakley besteedt er in haar lezing aandacht aan) zou dit niet patenteerbaar moeten kunnen zijn. Alleen de juridische machine alleen al die zou moeten bepalen of een bepaald idee zó oorspronkelijk is dat het aanwijsbaar aan één bepaalde ontwerper, kok of kapper toebehoort, is niet te verantwoorden. Daarnaast geven talloze ontwerpers, ook de toppers, aan dat de straatcultuur de grootste inspiratie levert. Dus van wie is het oorspronkelijke idee dan? Een argument dat vaak wordt aangehaald ten faveure van auteursrecht is dat het verhindert werk klakkeloos te kopieëren. Maar ook die vlag gaat in de modewereld niet vaak op. Het is inderdaad zo dat ketens als H&M afgeleiden van bekende stukken voor een veel lagere prijs aanbieden. Zowel Klein als Blakley stellen echter dat de kopers daarvan helemaal niet toebehoren aan de vaste clientèle van haute couture-ontwerpers. Deze couturiers missen dus geen inkomsten. Sterker nog, hun vaste groep afnemers kan zich nog meer wentelen in de verzekering dat zij in ieder geval een origineel in de kast hebben hangen. En dan zijn er natuurlijk ook de flirts van ontwerpers mét de modedozenschuivers. Denk bijvoorbeeld aan Victor & Rolf en H&M. Het mes snijdt in dat geval vanzelfsprekend aan twee kanten: V&R bereiken een nieuw klantsegment, H&M maakt goede sier met bijzondere stukken. Jennifer Jenkins, een expert op het gebied van intellectueel eigendom aan Duke University stelt daarom ook,

In fashion, copying has benefits. […] First, knockoffs make designs trendy, and that increases the value of the original, and thus the incentives for designers to innovate. Second, it makes them affordable, so more people can wear them. […] There are a lot more people shopping at discount stores than at designer boutiques (which is why many designers are now licensing their names to retail outlets like Target). And third, it speeds up innovation, as fashion designers have to keep churning out new products to stay ahead of the copycats.”

Zowel Blakley als Klein concluderen dan ook dat de invoering van een modeauteurswet de innovatie en daarmee de groei en bloei van de sector als geheel benadeelt. Afgezien dan van enkele grote modehuizen die wel heil zien in de mogelijke uitwerking van strikt intellectueel eigendom: het beschermen van winst. Maar daarvoor is het, hoe jammer ook voor hen, niet bedoeld. Hopenlijk is het Amerikaanse Congres deze stelling ook toegedaan.

Read More

Posted by on aug 24, 2010

De Duitse groei dankzij gemis copyright

De Duitse groei dankzij gemis copyright

Gisteren werd ik attent gemaakt op het artikel No Copyright Law, The Real Reason for Germany’s Industrial Expansion? waarin een onderzoek van de Duitse economisch historicus Eckhard Höffner beschreven wordt. Höffner stelt dat de explosieve economische groei van Duitsland, de Gründerzeit, te danken is aan het ontbreken van een auteurswet. Dit in tegenstelling tot landen als Engeland en Frankrijk, waar boeken (en daarmee kennis) in de eerste plaats waren voorbehouden aan de culturele elite, maar ook in veel kleinere absolute aantallen beschikbaar kwamen. Dit zou vooral voor Engeland betekenen dat zij haar economische voorsprong, opgedaan door het koloniale verleden, snel zag verdampen.

Ter illustratie: in Duitsland werden in 1843 in totaal 14.000 uiteenlopende uitgaven in omloop gebracht, volgens Höffner per hoofd van de bevolking vergelijkbaar met de verhoudingen van vandaag de dag. In Engeland waren dat er slechts 1.000. Volgens de onderzoeker is dat verschil te wijten aan het feit dat Engeland al sinds 1710 een auteursrechtstelsel kende. In Duitsland, dat vanaf 1837 overigens ook een zodanig stelsel kende, zorgde de opsplitsing in deelstaten er echter voor dat nationale handhaving ervan problematisch was. Maar volgens Höffner had dat slechts positieve gevolgen:

In Germany […] publishers had plagiarizers — who could reprint each new publication and sell it cheaply without fear of punishment — breathing down their necks. Successful publishers were the ones who took a sophisticated approach in reaction to these copycats and devised a form of publication still common today, issuing fancy editions for their wealthy customers and low-priced paperbacks for the masses. […] This created a book market very different from the one found in England. Bestsellers and academic works were introduced to the German public in large numbers and at extremely low prices.”

Naast het onderscheid in aantallen beschikbare werken was er echter ook sprake van een verschil in de aard van de publicaties. In Engeland was deze traditioneel van aard, de klassieke educatieve canon: beschouwingen over literatuur, filosofie, theologie, talen en geschiedenis. In Duitsland daarentegen werden veel praktische studies naar bijvoorbeeld techniek en natuurwetenschappen gepubliceerd. Met andere woorden: kennis die in de praktijk kon werden gebracht door een groot deel van de bevolking. Deze kennis was in Engeland ook wel aanwezig, maar voorbehouden aan een select publiek:

London’s most prominent publishers made very good money with this system, some driving around the city in gilt carriages. Their customers were the wealthy and the nobility, and their books regarded as pure luxury goods. In the few libraries that did exist, the valuable volumes were chained to the shelves to protect them from potential thieves.”

De vrije verspreiding van kennis in Duitsland legde volgens Höffner dus de basis voor de Gründerzeit. Deze periode van sterke economische groei leidde onder meer tot de opkomst van grote Duitse ondernemingen als Siemens en Krupps. Dat nam echter niet weg dat ook in Duitsland uitgevers gevoelig raakten voor het opvoeren van prijzen voor publicaties. Niet dat alle auteurs daar blij mee waren overigens. Zo liet Heinrich Heine zijn uitgever Julius Campe in 1854 weten:

Due to the tremendously high prices you have established, I will hardly see a second edition of the book anytime soon. But you must set lower prices, dear Campe, for otherwise I really don’t see why I was so lenient with my material interests.”

Höffner’s onderzoek toont echter aan dat de democratisering van kennis bijna louter voordelen kent. De ironie is dat de auteurswet juist hiertoe in het leven groepen is: het mogelijk maken van innovatie door gebruik te maken van ideeën van anderen. Er komt echter bijna altijd een moment waarop het momentum omslaat en de wet gebruikt wordt om financieel gewin veilig te stellen. Momenteel speelt die strijd bijvoorbeeld in de modewereld, getuige een sterk artikel in Newsweek, Copycats vs. Copyrights, Does it make sense to legally protect the fashion industry from knockoffs?. De auteur stelt daarin terecht dat

Too often, copyrights are used not to protect consumers by making sure they have access to new products, but to protect the profits of producers. It’s no coincidence that the rise of the Internet—which led to an explosion of low-cost distribution networks, new forms of competition, and unexpected types of innovation—has also led to calls for new and stronger forms of intellectual protection.

Consumers assume this is all for them, as that’s what they’ve been told. But it isn’t. There’s a reason we’re skeptical of monopolies, and we shouldn’t forget that even when they’re dressed up as “copyrights.”

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 23, 2010

Een internet in zwart-wit

Een internet in zwart-wit

Scène uit Pleasantville (1998)

De ondertitel van de film Pleasantville luidt: Nothing Is As Simple As Black And White. In het slapende jaren ’50 stadje Pleasantville is alles ordelijk en duidelijk, letterlijk en figuurlijk zwart-wit. Met de komst van twee tieners uit de jaren ’90 (in een film kan dat immers) worden de beklemmende regels doorbroken, wat leidt tot de introductie van kleur in het dagelijks bestaan. In onderstaande brief van vertegenwoordigers van de Amerikaans muziekindustrie, gericht aan Google-directeur Eric Schmidt, wordt in feite beroep gedaan op het terugdraaien van de tijd:

We all share the goal of a robust Internet that is highly accessible, secure and safe for individuals and com- merce. An Internet predicated on order, rather than chaos, facilitates achievement of this goal.

In de brief in kwestie wordt met de bedoelde chaos gedoeld op het illegaal downloaden van content en kinderporno. Omdat ik benieuwd was naar de mening van de Nederlandse bestrijder van illegaal downloaden, stichting Brein, vroeg ik via Twitter naar de mening van diens directeur, Tim Kuik. Deze stelt allereerst:

@jtdeboer rare kronkel, lijkt me dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen in bestrijding kinderporno.

maar na wat heen- en weer getwitter is hij ineens de volgende mening toegedaan:

@jtdeboer het blijkt dus dat sommigen alles doen en manipuleren om copyright bescherming in een kwaad daglicht te stellen

@jtdeboer en dan het misselijkmakende argument van BOF dat je verspreiding KP niet moet blokkeren ‘omdat het dan blijft bestaan’

waarmee hij doet voorkomen alsof kinderporno bestaat bij de gratie van het vechten voor netwerkneutraliteit en privacywetgeving. Nu ga ik er vanuit dat hij dat ongetwijfeld niet zo bedoelt, maar wat het voor mij wel duidelijk maakt is dat een verwerpelijk iets als kinderporno (wat voor mij op geen enkele manier vergeleken zou mogen worden met het inbreuk maken op intellectueel eigendom, voorwerpen dus, geen weerloze mensen van vlees en bloed) gekleurd in de discussie wordt meegenomen. Dat vind ik een kwalijke ontwikkeling die met hand en tand bestreden zou moeten worden. Opkomen voor een zaak is prima, het met elkaar oneens zijn ook, maar weet waar de grens getrokken wordt. Wat mij betreft valt kinderporno onder Godwin’s Law, waarmee de discussie inzake inbreuk maken op intellectueel eigendom vakkundig de nek wordt omgedraaid. Of zoals Arthur het treffend verwoordde: het kind wordt met het badwater weggegooid.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 20, 2010

Piraterijbestrijders de schaamte voorbij

Old Anti-Piracy ads of the 80′s

Je zou kunnen denken dat het slechts een waanzinnige gedachte van Bono was, maar nu grijpen ook de georganiseerde Amerikaanse piraterijbestrijders het met beide handen aan: de (succesvolle?) bestrijding van kinderporno als voorbeeld stellen voor de aanpak van het illegaal downloaden van muziek, films etc. Dit doet Techdirt uit de doeken in Recording Industry Using Net Neutrality Debate To Try To Link Child Porn With Copyright Infringement Again. In een brief gericht aan Google en Verizon wijst de groep behartigers (RIAA, A2IM, AFM, AFTRA, ASCAP, BMI, NMPA, SESAC, SoundExchange, Recording Academy, California Songwriters Association, Music Managers Forum en Nashville Songwriters Association International) op het nog ontbreken van een, naar hun mening, passend antwoord op illegaal downloaden en kinderporno:

The music community we represent believes it is vital that any Internet policy initiative permit and encourage ISPs and other intermediaries to take measures to deter unlawful activity such as copyright infringement and child pornography.”

Helaas is dit geluid niet nieuw. Eerder dit jaar stak de Deense advocaat Johan Schluter al de loftrompet over het kunnen gebruiken van kinderporno als voorbeeld:

Child pornography is great. […] It is great because politicians understand child pornography. By playing that card, we can get them to act, and start blocking sites. And once they have done that, we can get them to start blocking file sharing sites. […] One day we will have a giant filter that we develop in close cooperation with IFPI and MPA. We continuously monitor the child porn on the net, to show the politicians that filtering works. Child porn is an issue they understand.”
bron

Goed om even stil te staan bij het feit dat deze belangenbehartigers het bestaan van kinderporno blijkbaar toejuichen, enkel en alleen omdat het zo’n sprekend voorbeeld is.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 19, 2010

Unieke jazzopnames verboden om naar te luisteren

Unieke jazzopnames verboden om naar te luisteren

Stel je eens voor: in een persoonlijk archief worden 957 unieke vooroorlogse jazzopnames gevonden die in het beheer van het National Jazz Museum komen, maar naar de opnames kan niet geluisterd worden. Vanwege auteursrechtelijke onduidelijkheden. Ja, dat staat er echt. Of om te citeren uit het artikel Museum Acquires Storied Trove of Performances by Jazz Greats in de New York Times:

Mr. Schoenberg said the museum planned to make as much as possible of the Savory collection publicly available at its Harlem home and eventually online. But the copyright status of the recorded material is complicated, which could inhibit plans to share the music. While the museum has title to Mr. Savory’s discs as physical objects, the same cannot be said of the music on the discs.

“The short answer is that ownership is unclear,” said June M. Besek, executive director of the Kernochan Center for Law, Media and the Arts at the Columbia University School of Law. “There was never any arrangement for distribution of copies” in contracts between performers and radio stations in the 1930s, she explained, “because it was never envisioned that there would be such a distribution, so somewhere between the radio station and the band is where the ownership would lay.”

At 70 years’ remove, however, the bands, and even some of the radio networks that broadcast the performances, no longer exist, and tracking down all the heirs of the individual musicians who played in the orchestras is nearly impossible.

Het verhaal achter het archief is er eentje om je vingers bij af te likken. Aan het eind van de jaren ’30 van de vorige eeuw besloot William Savory opnames te maken van radioregistraties uit ballrooms en nachtclubs van jazzgrootheden als Louis Armstrong, Benny Goodman, Billie Holiday, Count Basie, Coleman Hawkins en Lester Young. In tegenstelling tot het gangbare shellac besloot hij de concerten vast te leggen op acetaat- en aluminiumdiscs. Deze boden de mogelijkheid langere opnames te maken, waardoor ook jamsessies en repetities werden geregistreerd. Voor die tijd een unieke werkwijze, wat een zeldzame inkijk geeft in de vooroorlogse jazzpraktijk.

Savory, die in 2004 overleed, zou de opnames, afgezien van enkele nummers van Benny Goodman, zijn leven lang achter gesloten deuren houden. Zijn zoon Eugene Desavouret (waarom een andere naam dan zijn vader is onbekend) deed de nalatenschap over aan het National Jazz Museum. Vanwege de kwetsbaarheid van het materiaal wordt het aldaar gedigitaliseerd, met als oorspronkelijke bedoeling het te ontsluiten voor het publiek. Maar dat lijkt dus een heikele onderneming. De enige die ernaar luistert is geluidsengineer Doug Pomeroy:

Every one of these discs is an unexpected discovery […] It’s an education for me. I can hardly wait to transfer some of this stuff because I am so eager to hear it, to find out what’s there and solve all the mysteries that are there.”

Ongelooflijk.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Pin It on Pinterest