Het merendeel van discussies over bibliotheken gaat over het fysieke aspect. Over de retailformule kan je bijvoorbeeld van alles zeggen en vinden en dat gebeurt dan ook. Zie hier bijvoorbeeld een peiling op Bibliotheekblad.nl, of de discussie naar aanleiding van dit artikel op dezelfde site. Het behelst echter een concept dat slechts gaat over fysieke bibliotheken. Dat is zeker niet onbelangrijk, maar wat doen we met de digitale bibliotheek? Het verbaast me oprecht dat er niet met minstens dezelfde stootkracht wordt ingezet op het ontwikkelen daarvan en dat daarbij de bibliotheken actief worden betrokken.
Ik zeg niet dat er niets gebeurt, dat is namelijk állerminst het geval. De infrastructuur waaraan Bibliotheek.nl al geruime tijd hard werkt staat op het punt geïmplementeerd te worden. De naam zegt het echter al: het betreft een infrastructuur, een firmament waarop gebouwd kan worden. De implementatie betekent dus niet dat er gelijk veel gebruikersaanbod zal zijn. Want om een hardnekkig misverstand weg te nemen: BNL ontwikkelt geen diensten. Dat is een uitdaging die aan bibliotheken en andere partijen is, daarbij gebruikmakend van de faciliteiten die BNL biedt.
Maar wat zijn die diensten van straks dan? Het ontsluiten van content en informatie via gebruikersinterfaces als de Aquabrowser is de meest voor de hand liggende, maar dat wordt wel geregeld. Ik zie veel meer uit naar echt nieuwe toepassingen. Bij de Bibliotheekservice hebben we wel iets in handen dat in die categorie past, maar veel andere diensten ken ik eerlijk gezegd niet. Wordt er landelijk wel nagedacht over de wijze waarop innovatieve digitale diensten hun weg naar de gebruiker gaan vinden? En nog veel belangrijker: wordt er nagedacht over gigantische spagaat waarin bibliotheken zich bevinden?
Om dat laatste te verduidelijken heb ik een voorbeeld. Twee weken terug was ik in de nieuwe bibliotheek van Assen. In dit geweldige nieuwe onderkomen werd tijdens een symposium ter inspiratie een aantal innovatieve internetdiensten getoond. Eén van de voorbeelden was Rijks Studio (driewerf geweldig!). Ik tweette:
https://twitter.com/jtdeboer/status/298409858280083456
Ik denk niet dat het voorbeeld getoond werd om ons de ogen uit te steken, maar eerder uit enthousiasme over de schitterende dienst. Maar dat effect heeft het jammer genoeg op mij wel: bibliotheken kunnen niet met hun materialen omgaan zoals veel van onze archief- en museumcollega’s dat wel kunnen. Aan die tekortkoming wijdde ik al eerder een blog: Werken met #metadata? Konden we het maar!. De vraag is dus hoe we ons ook eens buigen over de vraag hoe een oplossing te vinden voor het gebrek aan eigen metadata. Wat laten we wel wezen: de discussie over de moeizame toegang tot betaalde e-content is een legitieme, maar ik denk dat waar het de ontwikkeling van nieuwe diensten betreft veel ernstiger is geen eigen metadata (of in bibliotheektermen: titelbeschrijvingen) te hebben. Of anders gezegd: die metadata is er wel, maar is niet van de bibliotheken, want eigendom van bijvoorbeeld NBD/Biblion en slechts tegen betaling beschikbaar. De wijze waarop je in de Rijks Studio je persoon kan matchen met werken uit de collectie draait juist op die metadata.
Als het besef dus is dus bibliotheken met eigen waar niet of nauwelijks uit de voeten kunnen/mogen, maar wel de ambitie hebben zich digitaal te profileren, vraagt dat om een andere benadering. In mijn optiek zijn er twee trajecten die bewandeld kunnen worden.
De ene is momenteel al in gang gezet, maar biedt op korte termijn denk ik weinig perspectief: het aankopen van content of toegang tot online databases. Het probleem daarbij is dat dit, ook na betaling, vaak geen eigendom wordt: er is sprake van gebruiks- en niet van eigendomsrechten.
Het tweede traject is dat van het gebruiken van content uit het publieke domein. Eigenlijk is dat deels ook wat gebeurt bij de Rijks Studio (de werken die je ziet vallen buiten het auteursrecht), maar bibliotheken moeten dus nog werken aan het verwerven danwel zelf creëren van hun eigen metadata. Er was een tijd dat ze daarin excelleerden, maar om voor mij onduidelijke redenen is die verworvenheid ‘verkocht’ aan commerciële partijen die dat voor ons doen. Degene die dat destijds besloten zou ik nu wel eens willen vragen of ze daarvan, met de kennis van nu, geen spijt hebben.
Maar hoe vliegen bibliotheken de ontwikkeling van innovatieve digitale diensten dan aan? Is er een centrale aanpak nodig, of wordt dit overgelaten aan iedereen die initiatief neemt? In de VOB visienotitie Interface: de bibliotheek in het digitale tijdperk (pdf, oktober 2011) wordt het tamelijk losjes beschreven:
Op tal van plaatsen in het land ontstaan ideeën […] Door enige regie te voeren op de ideeënuitwisseling, ontstaat meer ontwikkelkracht en de mogelijkheid op te schalen naar landelijk niveau.
Over de financiering:
Daarbij is het van belang een goede balans te vinden tussen de uitgaven aan content en de middelen die besteed worden aan het creëren van meerwaarde met behulp van die content. Het heeft immers geen zin enorme bedragen aan content uit te geven als niet ook wordt geïnvesteerd in het arrangeren en verrijken van die content.
En over samenwerking:
Naast cocreërende burgers, spelen partners en allianties een cruciale rol in de creatie van meerwaarde. In de eerste plaats komt het aan op goede samenwerking tussen de branchepartners. VOB, SIOB, Bibliotheek.nl, NBD/Biblion, de Plusbibliotheken zullen hun rol en positie ten opzichte van elkaar opnieuw moeten bepalen. Om die schatkamer van de digitale bibliotheek verder gevuld te krijgen, is een krachtig netwerk nodig waarin partijen eensgezind en in synergie optrekken.
De status van het visiedocument is me onduidelijk en mijn eerste vraag is: wat is de regie en door wie wordt die gevoerd? En als in het visiedocument termen als open data, metadata, open acces en publiek domein niet voorkomen, en je dat plaatst naast mijn geschetste probleem van ontbrekende content en metadata, is mijn tweede vraag: waarover gaat de visienotitie eigenlijk? Op een gegeven moment wordt verwezen naar de website bibliotheekapps.nl die voor 99% gevuld is met apps van derden. Is dat de strategie die de commissie voor ogen heeft? Dat zou namelijk betekenen dat de bibliotheken zelf (overigens ook glansrijk afwezig in de paragraaf samenwerking) niet aan ontwikkeling doen.
Daarom vind ik het hoog tijd dat we ons eens afvragen wat we nu echt willen met de digitale bibliotheek. Ik doe daarbij de voorzet tot het hanteren van de e-tail formule: de combi van zichtbaarheid & aandacht voor de overstelpende hoeveelheid digitaal materiaal dat bibliotheken wel kunnen gebruiken. Het publieke domein ligt namelijk voor het oprapen en het gebruik van open data kan leiden tot geweldige diensten. Een gratis advies dus aan de commissie Digitale Bibliotheek, waarvan ik hoop dat er iets mee gedaan wordt.
Read More