Net als veel van mijn bibliotheekcollega’s (en waarschijnlijk ook veel mensen daarbuiten) zag ik de uitzending van Altijd Wat over laaggeletterdheid. Een mooi item over onder andere het (her)vinden van zelfvertrouwen bij een meneer die sinds kort heeft leren lezen en nu met veel plezier naar zijn plaatselijke bibliotheek gaat. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat laaggeletterdheid een groot maatschappelijk probleem is. Ook (lokale) beleidsmakers en politici zullen in alle eerlijkheid benadrukken dat het alle aandacht verdient. Ik betwijfel echter oprecht of het wethouders en raadsleden overtuigt af te zien van het voornemen om bibliotheekvestigingen te sluiten.
Op haar blog merkt Jeanine Deckers op dat het begrip laaggeletterdheid in de loop der jaren veranderd is:
“Iemand die 20 jaar geleden redelijk kon lezen kan tegenwoordig een probleem hebben als hij in de afgelopen 20 jaar geen routine heeft opgebouwd of niks heeft bijgeleerd. Als je niet weet hoe je met een computer moet omgaan heb je een probleem en al helemaal als je geen geroutineerde lezer bent want je moet nogal wat lezen op zo’n scherm.”
Het zou me helemaal niets verbazen als Jeanine het volledig bij het rechte eind heeft. Ik vraag me echter af of voor de bestrijding van laaggeletterdheid het onderwijs niet een veel passender partij om daarvoor een oplossing te bieden. Want wat doet de bibliotheek momenteel precies aan het bestrijden van laaggeletterdheid? Ik heb het de afgelopen dagen aan wat collega’s gevraagd en niemand heeft een helder antwoord. Ja, we hebben Makkelijk Lezen Pleinen. En ja, we zijn de plek die altijd voor iedereen open en toegankelijk is. Maar wat gebeurt er écht inhoudelijk? Geven wij leesonderwijs bijvoorbeeld? Naar mijn weten niet.
Ook uit het item in Altijd Wat komt het niet echt naar voren wat nu de rol van de bibliotheek is geweest, behalve dat meneer nu graag in de bibliotheek komt en voor hem geschikte boeken vindt. Daarbij komt dat, en ik gebruik hier een stelling van Rob Bruijnzeels, dat het fenomeen Makkelijk Lezen Plein gaat over iets wat iemand níet zo goed kan.
“Kan je niet zo goed lezen? Dan hebben we daar een speciaal plekje voor jou.”
Wat mij betreft zou de bibliotheek zich juist moeten richten op wat mensen wél goed kunnen. Het positieve maatschappelijke verhaal opzoeken in plaats van het benoemen van schadelijke effecten, waarbij het me dus niet duidelijk is welke oplossing we daarvoor dan bieden. Wat we wél hebben is bijvoorbeeld de Bibliotheek van 100 Talenten. We hebben de bredere tendens dat er serieus nagedacht wordt kinderen op school anders te beoordelen en te kijken naar meer dan rekenen en taal alleen. De competenties die gevraagd worden in deze tijd verdienen een ander beoordelingsmodel. Als de bibliotheek in een aantal gevallen al die plek is (100 Talenten) waar het gaat om het benoemen van kwaliteiten van mensen, waarom dragen we dat dan niet veel krachtiger uit?
Als ik een met een bezuinigingsopdracht kampende wethouder of raadslid was zou ik veel eerder geneigd zijn te luisteren naar die positieve benadering. Of je er de sluiting van bibliotheekvestigingen mee voorkomt? Ik denk dat dat proces in ieder geval géén baat heeft bij het primair benoemen van de bestrijding van laaggeletterdheid als core business van de bibliotheek. Dat woord alleen al, bestrijding. Ongedierte bestrijd je. Als we bestrijding al tot een strategie maken, laten we het dan in ieder geval op een positieve manier benaderen.
Een voorbeeld van hoe het moet is bijvoorbeeld deze ingezonden brief van een tevreden gebruikster van een met sluiting bedreigde wijkbibliotheek in Leeuwarden. Als bibliotheken het niet doen zijn er gelukkig de gebruikers nog.
Afbeelding: C.Bry@nt via Compfightcc
Read More