Pages Menu
Categories Menu

Posted by on jul 10, 2010

Wielerblog: Ontploft de zaak Armstrong?

Wielerblog: Ontploft de zaak Armstrong?

Evenals in 2009, het jaar waarin Lance Armstrong na kortstondige afwezigheid terugkeerde in de Tour, zijn ook nu de dopingverdachtmakingen niet uit de lucht. Sterker nog, de recente verklaringen van oud ploeggenoot Floyd Landis lijken erop te duiden dat er binnenkort wel eens iets ‘groots’ naar buiten zou kunnen komen. De verhoren van ploegleider Johan Bruyneel en oud ploeggenoten Tyler Hamilton en George Hincapie, afgenomen door de FBI en de Koninklijke Wielrijdersbond KBWB, dragen hier alleen nog maar aan bij. Armstrong ontkent vanzelfsprekend.

In de aanloop naar de Tour van vorig jaar besprak ik het boek From Lance to Landis: Inside the American Doping Controversy at the Tour de France voor het orgaan van mijn wielerclub. Ik post het bij deze, want er lijkt verduveld weinig veranderd.


From Lance to Landis: Inside the American Doping Controversy at the Tour de France
David Walsh, Ballantine Books, 352 pagina’s, 2007.

In het licht van de aanstaande comeback van Lance Armstrong is From Lance to Landis van de gelauwerde Ierse journalist David Walsh, hoofdredacteur sport van de Sunday Times, een publicatie die ongetwijfeld weer aangehaald gaat worden door critici van de zevenvoudige Tourwinnaar.

From Lance to Landis is een verrijkte uitgave van L.A. Confidentiel (2004), waarin werd uiteengezet dat Armstrong en zijn ploeg gebruikmaakten van een georganiseerd dopingprogramma. Verdachtmakingen rondom de Amerikaan zijn vooral in Frankrijk nooit uit de lucht geweest. Als liefhebber van de heroïek van de wielersport kunnen de twijfels eenvoudig worden genegeerd en betiteld als overdreven Frans chauvinisme. Na het lezen van From Lance to Landis valt echter niet te ontkomen aan de conclusie dat het verhaal toch wat anders in elkaar steekt. Zo is er bijvoorbeeld de georganiseerde bloeddoping door de Amerikaanse wielerploeg tijdens de Spelen van ’84, onder leiding van Armstrong’s persoonlijke coach Chris Carmichael. Daarnaast is er de lang verzwegen intensieve samenwerking tussen de veroordeelde dopingarts Michele Ferrari. En tot slot de twee keer dat Armstrong in 1999 daadwerkelijk positief werd bevonden, maar beide keren met de schrik vrijkwam. De eerste keer werd er bij een positieve testosteron-test plotsklaps een medisch attest voor schrale billen uit de hoge hoed getoverd. De tweede keer verwezen er in 2005 zes op epo positief bevonden bloedstalen naar Armstrong. De UCI verklaarde echter dat deze op onrechtmatige wijze verworven waren en verklaarde het bewijs teniet. De rol van de UCI en toenmalig voorzitter Hein Verbruggen is volgens Walsh sowieso twijfelachtig. Toen Michele Ferrari, in 1994 ploegarts van dopingarmada Gewiss, in een vraaggesprek met l’Equipe aangaf het gebruik van epo even gevaarlijk te vinden als het drinken van tien liter sinaasappelsap, werd deze berichtgeving door Verbruggen omschreven als hypocriet journalistiek broddelwerk. Volgens Verbruggen duidde het lage aantal betrapte renners op een schone wielersport. Logisch toch?

From Lance to Landis getuigt van een knap staaltje onderzoeksjournalistiek. Alhoewel veel van de door hem aangehaalde feiten en geruchten al langer in de wielerwereld circuleerden, weet Walsh ze met elkaar te verbinden, daarbij gebruikmakend van betrouwbare bronnen. Niet in de laatste plaats dient de rechtszaak die Armstrong in 2005 aanspande tegen SCA Promotions genoemd te worden. Deze risicoverzekeraar weigerde een miljoenenbedrag aan Amstrong’s geldschieter Tailwind Sports uit te keren nadat Armstrong’s positieve epo-test aan het licht kwam. Alhoewel Armstrong de zaak won kwam tijdens de procedure een aantal spraakmakende getuigen aan het woord. De Australische fysioloog Michael Ashenden weigerde bijvoorbeeld te geloven dat Armstrong zijn overwinningen zonder doping behaalde en bekeek daarvoor kritisch onderzoeksgegevens van de Amerikaanse arts Ed Coyle. Laatstgenoemde claimt dat een toegenomen Vo²max, gewichtsverlies en een meer efficiente pedaaltred Amstrong na zijn ziekte tot een onoverwinnelijke renner maakte. Ashenden is zo overtuigd van zijn gelijk dat hij Coyle recentelijk aanklaagde wegens wetenschappelijk falen. Van een nog grotere impact is de instant-message conversatie tussen Armstrong’s voormalige U.S. Postal-ploeggenoten Frankie Andreu (deze bekende in 2006 tegenover de New York Times dat hij in 1999 epo gebruikte) en Jonathan Vaughters (momenteel ploegleider bij Garmin). Uit de uiteenzetting blijkt dat illegale bloedtransfusies tot de dagelijkse U.S. Postalpraktijk behoorden.

De tijdens de hoorzitting opgeroepen getuige Betsy Andreu doet onder ede verslag van een ziekenhuisgesprek in 1996, waarbij Amstrong tegenover artsen verklaart in het verleden onder meer epo, steroïden, cortisonen en testosteron gebruikt te hebben. Bij dit gesprek was ook Stephanie McIlvain aanwezig. Deze medewerkster van sponsor Oakley en goede vriendin van zowel Andreu als Armstrong onderschrijft tegenover meerdere personen, waaronder Greg Lemond en de auteurs van het boek, het ziekenhuisgesprek. Onder ede verandert zij echter plots van mening en herinnert zich hier niets meer van. Ontegenzeggelijk bewijs dat de arm van Armstrong ver reikt is dit niet, maar het past wel binnen het plaatje van een renner die zich er niets aan gelegen laat liggen tegenstanders middels dreigementen de mond te snoeren. Bekend is het verhaal van Lemond die in de pers uit niet te begrijpen waarom Armstrong zich inliet met Michele Ferrari. Zijn bekende uitspraak dat “If [Armstrong’s] clean, it’s the greatest comeback. And if he’s not, then it’s the greatest fraud“, leidde tot het dreigement dat Trek, de producent van Lemond Bikes, deze overeenkomst zou ontbinden.

De stapel indirect bewijs waarop Walsh zijn verhaal baseert tekent een beeld van Lance Armstrong dat veel lezers versteld zal doen staan. Of de renner gedurende zijn hele loopbaan verboden stimulerende middelen heeft gebruikt valt momenteel niet aan te tonen, al was het alleen maar dat de UCI de medische gegevens van renners beschouwt als vertrouwelijk. Dat Armstrong niet is ingegaan op de recente uitnodiging van het Franse dopingbureau AFLD de stalen nogmaals te laten onderzoeken en daarmee zijn blazoen te kunnen zuiveren zal Walsh (en de meeste lezers van het boek) daarom allerminst verbazen.

Read More

Posted by on jul 10, 2010

Het aanschafbeleid herzien

Het aanschafbeleid herzien

Deze boekbespreking verscheen in Digitale Bibliotheek nr. 5, 2010:

Jesse Holden – Acquisitions In The New Information Universe, Core competencies and ethical practices
2010 Facet Publishing
ISBN 978-85604-739-5

Het aanschafbeleid van bibliotheken in de genetwerkte informatiemaatschappij verandert. Waar de dagelijkse praktijk in het verleden ambachtelijke handelingen als het invoeren en archiveren van vooral papieren content betrof, vraagt het nu om meerdere vaardigheden. Holden stelt dat de aanwezigheid van een toenemend aantal materiaalvormen al een uitdaging op zichzelf is. Deze leiden vervolgens ook tot een grotere variatie aan de manieren waarop deze beschikbaar worden gesteld aan de gebruikers. Deze laatste groep maakt hiermee onderdeel uit van wat Holden de Acces and Feedback-loop noemt: gebruikers zijn meer dan voorheen op de hoogte van het aanschafbeleid van bibliotheken en nemen de vrijheid gedurende dat proces te interfereren. Dit vraagt om een voortdurende alertheid en servicegerichtheid van de informatieprofessional. En niet alleen richting de gebruiker: ook tussen de aanbieders en de bibliotheek bestaat een in toenemende mate directer contact.
Holden pleit ervoor de opkomst van het e-book en andere, niet in gedrukte vorm, beschikbare content, in termen van een formaat te beschouwen. Het is niet meer zo dat ‘een boek een boek’ is, of in Holden’s woorden:

It is appropriate to reconceive information in terms of its existence as an object: content that exists as something material but not necessarily physical. The idea of a collection needs to be approached not as items organized by formats but rather as formats that happen to be embodied as objects, which may or may not be physical entities.”

Door het bezien van content in termen van een format, dat dankzij de technologische ontwikkelingen voortdurend in beweging is, vraagt om een flexibel aanschafbeleid. Het gebruik van technologie dient hierbij gezien te worden als een handzaam en veelzijdig instrument. Het e-book mag dan bijvoorbeeld een tastbaar object zijn, de online multimediatoepassingen nemen met rasse schreden toe en vragen om nieuwe manieren dit op te nemen in het aanschafbeleid. De nieuwe vormen van informatievoorziening worden door Holden beschouwd als een sphere of access. Naast het bekende papieren boek, dat door hem trouwens nog lang niet dood verklaard wordt, bestaat het ook uit een explosief in omvang toenemende hoeveelheid digitale informatie. Deze nieuwe aanwas is slechts deels afkomstig van de reguliere aanbieders. Ook user-generated content dient in beschouwing te worden genomen, evenals gedigitaliseerd materiaal uit bijvoorbeeld locale archieven en materiaal dat niet officieel uitgegeven wordt, maar wel online aanwezig is (verslagen, handleidingen etc.).

Holden stelt dat er sprake is van een verschuiving van een moderne en mechanische informatiemaatschappij naar een postmoderne, elektronische en nonlineaire informatiemaatschappij. Het fysieke item speelt hierin een steeds minder belangrijke rol en vraagt van de informatieprofessional dat hij/zij voortdurend op de hoogte moet zijn van nieuwe formaten, onbekende objecten en een hierbij verwachte vorm van dienstverlening. Op zich zijn dit geen onbekende nieuwe inzichten. Hij benadrukt echter dat de toename van content en de daarmee samenhangende mogelijkheden van collectievorming en dienstverlening voor elke bibliotheek unieke mogelijkheden en problemen kan opleveren. Holden stelt daarom dat er sprake is van een radicale omslag, waarbij afstand wordt gedaan van een lineaire verstandhouding met aanbieder en gebruiker. Deze wordt vervangen door de rizomatische benadering van Deleuze en Guattari: informatie en gebruikers verplaatsen zich vrij in alle richtingen en zoeken automatisch naar de kortste weg.

De genetwerkte informatiemaatschappij bestaat uit een geheel van content en formaten dat voortdurend in beweging is en waarbij de gebruiker steeds mondiger en vaardiger wordt. Holden concludeert hierom ook dat, om te kunnen reageren en anticiperen op deze nieuwe informatiemaatschappij, er afstand gedaan moet worden van gestandaardiseerde aanschaf- en collectiemethoden. Het is echter niet mogelijk op een presenteerblaadje aan te reiken welke instrumenten hiervoor in de plaats moeten komen. Acquisitions In The New Information Universe is daarmee meer een ideeën- dan een handboek waarmee elke bibliotheek zijn eigen aanschafbeleid kan herzien. Dat laatste is volgens Holden namelijk noodzakelijk.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on jul 9, 2010

Vervreemding van de klant heb je zelf in de hand

Vervreemding van de klant heb je zelf in de hand

De belichaming van de starre entertainmentindustrie is sinds kort ook van de partij op Twitter: Stichting Brein, vertegenwoordigd door haar directeur Tim Kuik. Hij heeft het aldaar zwaar te verduren, maar blijft stug (en daarvoor kan bewondering opgebracht worden) volhouden waarom zijn organisatie de rechten van de entertainmentindustrie moet verdedigen. Onder veel internetgebruikers is Brein echter allerminst geliefd. Dat zal onder meer te maken hebben met de wijze van communiceren van de organisatie, getuige onderstaand citaat uit een recent persbericht:

…maar ook kleine illegale sites voelen de lange arm en adem van BREIN in de strijd tegen illegaliteit op Internet,”

De werkwijze van Brein wordt door de rechter echter met argusogen bekeken.

Talloze onderzoeken tonen aan dat mensen die gebruikmaken van filesharingdiensten met alle plezier willen betalen voor content. De voorwaarden moeten dan echter wel in orde zijn: een online dienst dient gebruiksvriendelijk en snel te zijn en de prijzen eerlijk.

Voor muziekliefhebbers is bijvoorbeeld de komst van Spotify wat dat aangaat een welkome verrassing. Niemand zal echter ontkennen dat een dienst in díe vorm wel erg lang op zich heeft laten wachten. De reden daarvoor ligt ontegenzeggelijk bij de industrie, die koste wat kost heeft willen vasthouden aan haar vertrouwde businessmodel. Tegelijkertijd dreigen nog steeds three-strikes maatregelen en vinden de onderhandelingen over Acta wederom achter gesloten deuren plaats.

Downloaden wordt, met andere woorden, nog steeds gezien als een misdrijf, maar dat is het niet. Bijna even hardnekkig is het uitgangspunt dat auteursrecht je schathemeltjerijk moet maken. Maar die overtuiging is blijkbaar van alle tijden, getuige onderstaande advertentie.

bron

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on jul 8, 2010

Zweeft u mee?

Zweeft u mee?

Electronic Kabuki Mambo is een album dat ik ongeveer tegelijkertijd aanschafte met Erkki Kurenniemi’s Äänityksiä Recordings 1963-1973. Beide tonen een overzicht van baanbrekende en bijzondere elektronische muziek met historische waarde. Eerstgenoemd album kwam ik onder een andere titel, Highlights of Vortex, tegen op Spotify, wat me ertoe verleidde deze titel ook eens op het web op te zoeken. Die zoektocht bracht me op de blog Tlasila, waarop een heuse vinylrip ervan beschikbaar is. Aangezien het om oud materiaal gaat, uitgebracht in 1959, betekent dat een opname met huiselijke kraak en ruis. De combinatie met het materiaal wat op het album staat is echter oersterk. Of zoals de blogger het verwoordt:

but the 49-year-old grooves presented herein grope and flutter in a far more interesting manner…

Het project kwam uit de koker van het radiostation KPFA en de California Academy of Sciences. De composities op het album werden eind jaren vijftig speciaal geschreven voor 38 luidsprekers die opgesteld waren in het Morrison Planetarium te San Francisco. De bijzondere luidsprekeropstelling zou tot resultaat hebben dat de ervaring van bewegend geluid werd gerealiseerd. Vanzelfsprekend is dit niet in de praktijk te brengen via reguliere stereoinstallaties, maar dat maakt het materiaal niet minder bijzonder. Psychedelica met een hoofdletter P.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on jul 7, 2010

Bibliotheekinnovatie en NHL Communication & Multimedia Design

Bibliotheekinnovatie en NHL Communication & Multimedia Design

Vanmorgen informeerde ik collega’s over het besluit in onze bibliotheek een crossmedialaboratorium te huisvesten. Nu klinkt dit wellicht wat groter dan het is, maar het komt erop neer dat zes studenten van de minor Crossmedia (behorend bij de opleiding Communication & Multimedia Design) van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden bij ons gedurende vijf maanden intern aan een project komen werken. Een soort van hackerspace light dus. Inhoudelijk is er nog niet al te veel over te zeggen, maar de kans is aanwezig dat er gewerkt zal worden aan een zogenaamde alternate reality game. Dat de collectie van de bibliotheek hierin een rol zal spelen ligt voor de hand. En aangezien we hiermee op 1 september a.s. van start willen gaan volgt er sowieso op korte termijn meer inhoudelijke informatie.

Read More

Posted by on jul 5, 2010

Hongerstaking tijdens het muziekexamen

Hongerstaking tijdens het muziekexamen

Een album dat ik, naast het in mijn vorige post genoemde Badmotorfinger, begin jaren ’90 grijsdraaide was de plaat van Temple Of The Dog. Deze band was een eerbetoon aan de aan een overdosis overleden zanger Andrew Wood, voorman van Mother Love Bone. Muzikanten van dienst waren de voormalige Mother Love Bone (en latere Pearl Jam)-leden Stone Gossard (gitaar) en Jef Ament (bas) en vocalisten Chris Cornell en Eddie Vedder. Het slagwerk werd verzorgd door Matt Cameron.

Maar voor zover de feitelijkheden. Voornoemde eerdere post over Soundgarden’s Badmotorfinger bracht me weer op het spoor van Temple Of The Dog en daarmee het gegeven dat ik ooit een nummer van hen zong. Nee, ik ben geen zanger, maar voor mijn VWO-eindexamen muziek hoorde het bij de eisen ook iets vocaal ten gehore te brengen. Dat mocht een nummer naar keuze zijn en in mijn geval werd dat Temple Of The Dog’s Hunger Strike. Mijn muziekdocent John de Jong was daarover blijkbaar wel te spreken, want als ik me het goed herinner kreeg ik een acht.

Tot dat eindexamen behoorde naast deze vocale toets ook een praktijkexamen op eigen instrument. Dat betekende dat ik mijn volledige toenmalige uit de Veenkoloniale klei onttrokken band Lost (waarmee we twee maanden daarvoor zelfs een heuse demo opnamen die in de Aardschok goed beoordeeld werd) optrommelde om in het klaslokaal onze instrumentale progrock ten gehore te brengen. Later hoorde ik dat de gehele school daarvan heeft kunnen meegenieten. Terecht, want we kregen een negen!

Temple Of The Dog is ook te vinden op Spotify.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Pin It on Pinterest