Pages Menu
Categories Menu

Posted by on jun 15, 2014

Van makerspace naar seeing space

Van makerspace naar seeing space

In makerspaces worden eenvoudige, maar zeker ook complexe zaken gemaakt. Dit geldt bijvoorbeeld voor objecten die zijn voorzien van slimme materialen als sensoren en software. Bret Victor voorziet daarom de situatie dat de maker niet helemaal kan doorgronden wat het gemaakte object daadwerkelijk kán of waarom het doet wat het doet. Dat vindt hij jammer, waarop hij het concept van seeing spaces bedacht:

I think people need to work in a space that moves them away from the kinds of non-scientific thinking that you do when you can’t see what you’re doing — moves them away from blindly following recipes, from superstitions and rules of thumb — and moves them towards deeply understanding what they’re doing, inventing new things, discovering new things, contributing back to the global pool of human knowledge.

In de seeing space ziet hij het volgende verloop voor zich:

screenshot637

Prachtig concept! En met dank aan Jelle voor de link.

Read More

Posted by on apr 13, 2014

Google Glass en open data als privacybeschermer

Google Glass en open data als privacybeschermer

De Nederlandse mediakunstenaar Sander Veenhof bedacht een manier om Google Glass als privacybeschermer te laten fungeren. Met zijn toepassing Watch Your Privacy wordt via de bril melding gemaakt van bewakingscamera’s in de buurt. Hij combineert daarvoor Layar, open databronnen van camera’s en de locatiegegevens van OpenStreetMap.

bron: Laughing Squid

 

Afbeelding: Mali via Compfight cc

Read More

Posted by on mrt 14, 2014

Radiohead op een houten lasergesneden LP

Radiohead op een houten lasergesneden LP

Van die dingen waarvan ik heel erg blij word: Amanda Ghassaei kwam al eerder voorbij met een LP uit een 3D-printer, maar nu doet ze het met een lasersnijder. Digitale fabricage meets muziek in ultima forma. Naar eigen zeggen is dit project laagdrempeliger voor mensen die het ook willen uitproberen. Voor de techneuten onder ons zegt Ghassaei:

These records were cut on an Epilog 120 Watt Legend EXT to a theoretical precision of 1200dpi (the kerf of the cut and some tricks I used to avoid crashing the laser cutter dropped the actual precision down by ~1/6).  The audio on the records has a bit depth between 4-5 (typical mp3 audio is 16 bit) and a sampling rate up to about 4.5kHz (mp3 is 44.1kHz).  So far I’ve successfully cut audio on wood (figs 1-2), acrylic (figs 3-4), and paper (figs 5-6), and I’m sure there are many more materials that would work.  I wrote the Processing sketch that generates the record cutting paths so that it can be modified for any song, material, cutting machine, record size, and turntable speed (skip ahead to download the code and learn how to make your own records).

Laser Cut Record from Amanda Ghassaei on Vimeo.

Van de geluidskwaliteit moeten de platen het niet hebben, maar in visueel opzicht wordt wel heel veel goedgemaakt. Prachtig!

[nggallery id=74]

bron: Facebookattendering van Remco

Read More

Posted by on mrt 14, 2014

Where The Streets Have Your Name: persoons- en straatnamen gematcht #opendata

Where The Streets Have Your Name: persoons- en straatnamen gematcht #opendata

Wetenschapper en kunstenaar Stephen Von Worley doet onderzoek naar datavisualisatie. Op zijn site Data Pointed doet hij daarvan verslag, zo ook van een project waarbij hij persoonsnamen matcht met straatnamen en andere geografische locaties. De aanleiding daarvan was een persoonlijke:

Once upon a time, I lived in Oakland, California, near a tidy stripe of pavement called John Street. After the birth of my son John, who took my middle name, we’d occasionally roll by. I’d holler “Hey, look, it’s John Street!”, and even though he couldn’t read the signs, giggles and chuckles would invariably ensue.
Shortly after our move to Santa Cruz, we found a John Street there, and a few weeks ago, another in San Francisco. Gosh, roads named John seemed pretty common! Upon that realization, the geography dork sitting on my shoulder had something to quantify: how many existed, altogether, and where, exactly?

Von Worley maakt gebruik van de database van Open Street Map en visualiseert matches in Google Maps. Voor de namen put hij uit Wikipedia en officiële Amerikaanse en Britse naamdatabases. Zoeken op de naam Leo leidt dan bijvoorbeeld tot dit resultaat:

Data Pointed

Read More

Posted by on feb 16, 2014

Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Iedereen een bibliothecaris? In de oude zin van het woord misschien nog niet, maar de gereedschappen om bibliothecaris te spelen komen steeds sneller en gebruiksvriendelijker beschikbaar. Oude zin van het woord betekent in dit geval overigens (met dank aan Rob Bruijnzeels) Verzamelen – Ontsluiten – Beschikbaar stellen (VOB). Toevallig? Hoe het ook zij: het doorlopen van de gehele drietrapsketen VOB door gebruikers zie ik nog niet gelijk groots ontstaan, maar op elementen ervan zijn er wel degelijk niet te negeren ontwikkelingen waar te nemen. Bibliotheken kunnen en moeten hiervan leren.

Binnen bibliotheken lijkt een groeiende bijdrage van gebruikers in het bijdragen aan collectievorming nauwelijks voor te komen. De Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) reageerde bijvoorbeeld afwijzend toen ze tijdens een seminar over streaming muziek werd gevraagd of gebruikers ook mochten bijdragen aan de site. “De redactie wist zelf genoeg”. Bij een project waaraan ik zelf werkte, het Frysk Muzyk Argyf, speelt precies hetzelfde. Juist omdat het een lokaal archief betreft wilde ik graag de site in ieder geval zó laten opzetten dat (op termijn) gebruikers zelf konden bijdragen. “Maar dan kunnen we niet controleren of er wel de juiste dingen geplaatst worden“, was de reactie. Einde verhaal. Het resultaat mag er nog steeds zijn, maar er kan zoveel meer. Kijk bijvoorbeeld naar Middelburg Dronk van kompaan Edwin. Of naar de Petrucci Muziekbibliotheek, het grootste bladmuziekarchief ter wereld. Samengesteld door vrijwilligers, maar zeker in het geval van Petrucci, op een wijze waarvan een progressieve professionele bibliothecaris slechts blij kan worden.

De CDR, als zelfstandige stichting, kan helemaal zelf beslissen wat zij doet. In een breder bibliotheekperspectief is het echter hoog tijd gebruikers wel bij het collectieproces te betrekken en ze iets te laten doen wat bibliotheken jaren geleden hebben ‘geschonken’ aan de NBD: het produceren van beschrijvingen, biografieën, recencies etc. Iedere bibliothecaris zal bevestigen dat het maken van deze content eigenlijk tot het basiswerk behoorde, maar nu nemen we het af van een commerciële partij. Dat is op zich niet kwalijk, want als de kwaliteit goed is hebben beide partijen én de gebruiker er baat bij. Het probleem is echter dat bibliotheken nauwelijks meer over eigen content en data beschikken. In het licht van onze publieke taak is dat sowieso discutabel. Bij de ontwikkeling van nieuwe digitale diensten is dat ook een groot nadeel, omdat er altijd kosten gemaakt moeten worden voor de aanschaf van deze data. En laat het internet nu draaien op data en het ultieme internet op de vrije beschikbaarheid daarvan. Daaraan kunnen we in de huidige situatie dus nauwelijks bijdragen.

Gelukkig zijn er buiten bibliotheekland tal van initiatieven waarbij gebruikersparticipatie gewenst of zelf fundamenteel is. Wikipedia is daarvan natuurlijk het beste voorbeeld. Dat bibliotheken en archieven ervoor kiezen zogenaamde Wikipedians-in-residence aan te nemen is een prachtige ontwikkeling. De huidige status van het project Wiki loves bieb is sluimerend, maar het spreekt voor zich dat ik een groot voorstander ben van de combinatie. Gebruikers worden ook ‘opgevoed door diensten als Twitter en Facebook. Het taggen van tweets en statusupdates is in feite niets anders als het proces van metadateren. Dat op deze manier automatisch collecties gemaakt worden wordt misschien niet gelijk zo gezien als de huis-, tuin- en keukengebruiker. Het komt er echter op neer dat iedereen kan bijdragen aan het vormen van openbaar beschikbare contentverzamelingen. Het nadeel is echter dat niemand weet wat er met deze collecties gebeurt wanneer de bedrijven erachter mochten verdwijnen. Eveneens is niet inzichtelijk hoe de systemen gebouwd zijn en moeten we maar vertrouwen op de goede bedoelingen.

Daar ligt dus een grote kans en uitdaging voor de bibliotheek. Wanneer bibliotheken willen profiteren van de rol van de gebruiker als producent moet ze er alles aan doen deze actief te betrekken. Hoe? Natuurlijk allereerst door uit te dragen dat de bijdragen welkom zijn. We hebben de wijsheid al lang niet meer in pacht, onder andere doordat we veel zelf uit handen hebben gegeven (NBD). Een lichte pas op de plaats in tegenstelling tot een wij-weten-het-best-attitude is hier op zijn plek. Daarnaast moeten onze systemen zo ontwikkeld zijn dat ze gebruikersparticipatie ondersteunen (ópen dus) en moet de bibliotheek zich nog veel meer inhoudelijk manifesteren op de platforms waarop onze gebruikers al actief zijn. In wezen is dit de bibliotheek-als-platformtheorie van David Weinberger (zie hieronder). Hij stelt terecht dat het aansluiten op genetwerkte kennis een grote, maar zeker geen kansloze missie voor bibliotheken is.

Morgen Bibliotheekwerk in transitie – 3. Van… Collectie is eindproduct Naar… Collectie is grondstof

Wil je ook je licht laten schijnen over Bibliotheekwerk in transitie? Voeg je bijdrage dan toe aan dit publieke Google Doc

Afbeelding: Hc_07 via Compfight cc

Read More

Posted by on feb 15, 2014

Bibliotheekwerk in transitie – 1. Van… Distributie Naar… Kennis maken

Bibliotheekwerk in transitie – 1. Van… Distributie Naar… Kennis maken

Het is iets dat we als bibliotheken tot in de puntjes beheersen: het logistieke systeem waarbij boeken en andere media van A naar B worden verplaatst middels transportbusjes (interbibliothecair leenverkeer, of IBL). Steeds meer begint echter de vraag te spelen of IBL wel iets is dat past bij deze tijd en eveneens of er inmiddels geen partijen actief zijn die dat logistieke proces nog beter beheersen dan wij (bijvoorbeeld omdat het hun core business is). Je kan dan twee dingen doen:
1. doorgaan met waar je mee bezig bent en trachten dat zoveel mogelijk efficiënter te maken, of
2. de fundamentele vraag stellen of een distributiesysteem als IBL iets is wat onlosmakelijk aan de bibliotheek verbonden is.

Van oudsher staan bibliotheken voor het toegang bieden tot kennis en informatie. IBL is het antwoord op de vraag boeken als belangrijke informatiedragers bij gebruikers terecht te laten komen. Maar het monopolie van het boek als voornaamste vehikel voor kennisoverdracht begint stukje bij beetje af te kalven. Het internet en online informatievoorziening worden steeds belangrijker en komen in toenemende mate in het domein van de traditionele bibliotheekgebruiker. Daaraan doen bibliotheken zelf mee, bijvoorbeeld met het ebookplatform, maar commerciële aanbieders zingen meer dan een stevig deuntje mee (denk aan Spotify of Netflix, of het aangekondige ebookplatform van enkele grote uitgevers).

Tegelijkertijd is internet een platform voor andere distributievormen. Bij Bibliotheekservice Fryslân starten we binnenkort met een project rondom printing on demand. Deze ontwikkeling van het ter plekke printen van digitale objecten is in feite een andere manifestatie van IBL, zij het dat beperkingen rondom auteursrecht een 100% uitwisseling van titels nog deels in de weg staan. Internet biedt het gebruikers ook de mogelijkheid zelf in de huid van producent te kruipen. Dat uit zich in online markplaatsen voor fysiek gemaakte ambachtelijke producten (Etsy bijvoorbeeld), maar ook in webomgevingen waar digitale ontwerpen (al dan niet tegen betaling) beschikbaar worden gemaakt. Voorbeelden daarvan zijn Thingiverse of de website Instructables. Deze laatste twee zijn manifestaties van de maker movement, een beweging die is gebouwd op het fundament van digitale fabricage, gekoppeld aan een heilig geloof in de gedachte dat dit delen is gestoeld op open principes.

Het interessante aan de Thingiverse’s van deze wereld is dat distributie en maken/productie hand in hand gaan. Ook verdwijnt langzamerhand het onderscheid tussen gebruiker en maker, in die zin dat een gebruiker ook zelf producent kan worden. Geheel online is dat verschijnsel al veel langer zichtbaar, denk bijvoorbeeld aan Youtube, maar het interessante is dat het nu weer tastbaar wordt in het fysieke domein. Enerzijds door fysieke producten, anderzijds door de behoefte te leren van en samen te werken met mensen van vlees en bloed. En, heel belangrijk, om gebruik te kunnen maken van middelen om zelf te kunnen produceren, ook als je daar zelf de mogelijkheid niet toe hebt.

In dat laatste hebben bibliotheken altijd proberen te voorzien, natuurlijk met boeken, maar ook met computers en toegang tot het internet. Het begrip kennis maken is echter ook bij uitstek van toepassing op makerspaces/FabLabs. Het credo van ons project FryskLab luidt niet voor niets: Het kennis maken en delen van de toekomst. De rol die wij daarbij vanuit de bibliotheek innemen is die van facilitator, zowel op het vlak van fysieke mogelijkheden (machines, gereedschappen etc.),  maar we willen ook (samen met anderen) invulling geven aan scholing en ondersteuning.

In het geval van FryskLab voorzien we ook in onze eigen distributie van dat fysieke deel middels een bus, maar die keuze is het resultaat van een lokale afweging. Waar het om gaat is dat de bibliotheek haar gebruikers in staat stelt te kunnen maken en zo te kunnen bijdragen aan wat de bibliotheek biedt. Dat is een mooi bruggetje naar de veranderende rol van die gebruiker, dus morgen Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Wil je ook je licht laten schijnen over Bibliotheekwerk in transitie? Voeg je bijdrage dan toe aan dit publieke Google Doc

 

Afbeelding: StockMonkeys.com via Compfight cc

Read More

Pin It on Pinterest