Pages Menu
Categories Menu

Posted by on okt 2, 2015

Jeroen de Boer: “Visionair met hart voor de zaak” #bestebibliotecaris

Jeroen de Boer: “Visionair met hart voor de zaak” #bestebibliotecaris

Gisteren is de verkiezing Beste Bibliothecaris 2015 geopend. Samen met Erik Boekesteijn en Margot Bosch behoor ik tot de drie door vakgenoten genomineerde kandidaten. Ontzettend eervol, ik kan écht niet anders zeggen.

Stemmen kan tot 31 oktober.

Op de site van Bibliotheekblad verscheen een artikel over mij, geschreven door Wendy de Graaf. Een fragment daaruit:

“Zijn engagement blijkt ook uit zijn bewondering voor internationale vakgenoten, zoals Cory Doctorow en Brewster Kahle, die bibliotheekwerk verbinden met fundamentele rechten als internet- en informatievrijheid. OpenBibliotheken.nl, dat hij opzette samen met Edwin Mijnsbergen, kwam voort uit hetzelfde engagement. Deze activistische kant van het werk zou wat hem betreft veel meer uitgedragen moeten worden, een kant die hij in Nederland nog te veel mist in de visie op wat een bibliotheek is of zou moeten zijn. Hij ziet collega-bibliothecarissen en landelijke organisaties graag meer op de barricaden, of in elk geval in de pers en de media. Zijn nominatie als Beste Bibliothecaris van Nederland wil hij dan ook gebruiken om meer aandacht voor eigentijds bibliotheekwerk los te maken en om waar nodig discussies aan te zwengelen over de maatschappelijke rol van de bibliotheek.”

Lees hier het volledige artikel.

Goede vriend Jurgen Bakker maakte onderstaande video.

Foto: Jørgen Koopmanschap

Read More

Posted by on mrt 13, 2013

Prioriteitsstelling digitale bibliotheek onder vuur: mijn volledige antwoorden

Prioriteitsstelling digitale bibliotheek onder vuur: mijn volledige antwoorden

In de meest recente editie van Bibliotheekblad is een artikel verschenen, getiteld Prioriteitsstelling digitale bibliotheek onder vuur, waarvoor ik vragen beantwoordde. In het artikel is daarvan natuurlijk een selectie gemaakt, dus bij deze mijn volledige antwoorden.

1)    Wat is je functie binnen de (openbare) bibliotheek?
Ik ben domeinspecialist nieuwe media bij Bibliotheekservice Fryslân.

2)    Waarom ben je met OpenBibliotheek gestart? Wat houdt het initiatief in, wat heb je er tot nu toe mee bereikt en wat zijn je plannen voor de toekomst?
Met OpenBibliotheek lichten we een tipje van de sluier op van de rijkdom aan vrije bronnen op het web. Ik heb het initiatief ervoor genomen omdat ik vond (en vind) dat een onderwerp als internetvrijheid door bibliotheken niet of nauwelijks als punt van aandacht wordt gezien. Het lijkt erop dat de belangen van uitgevers voorrang hebben op de vrije toegang tot informatie. Ik begrijp heus dat dit een lastig te manoevreren terrein is voor de onze onderhandelaars uit de bibliotheeksector, maar het stemt me droevig dat er vanuit deze organen geen enkele geluid naar buiten komt dat het belang van internetvrijheid onderschrijft. Wat met OpenBibliotheek beoogd wordt is het openen van de discussie omtrent dit onderwerp. Dat gebeurt echter nog steeds veel te weinig.

3)    Ben je het eens met de stelling van Thijs Kuipers, directeur van Bibliotheek Eindhoven, dat je tot in je tenen de digitale media moet beheersen, omdat je anders niet geschikt bent voor bibliothecaris?
Ja, daarmee ben ik het eens. Hoe je het ook wendt of keert: informatie en content wordt digitaal en maakt daarmee deel uit van een nieuw ecosysteem van uitwisseling en sharing. Bibliothecarissen zouden er als de kippen bij moeten zijn om die veranderingen kritisch te bekijken vanuit het punt van informatiespreiding en kennisvergaring, maar daarvoor moet je je allereerst als gebruiker volledig vrij kunnen bewegen in die nieuwe wereld. Als je daar uit eigen beweging buiten plaatst neem je het vak dat je uitoefent eenvoudigweg niet serieus. Ik vind echter dat beheersen in de zin van knoppenkennis zeker niet genoeg is. Beheers je digitale media tot in je tenen als je een Facebookpagina kunt aanmaken of en Dropbox syncen met je mobiele telefoon? Nee, je moet antwoord kunnen geven of een mening kunnen formuleren over de voors en tegens van dat soort services voor jezelf, je werk en voor je klanten. Ik vind dat zaken als social media nog teveel in het licht van marketing worden bezien. Daarmee is niks mis, maar laten we ons bijvoorbeeld ook eens afvragen of een netwerk als Facebook, vanuit het punt van privacy, spoorslags door bibliotheken omarmd zou moeten worden.

4)    Waarom komen volgens jou digitale initiatieven maar heel erg moeizaam van de grond?
Het lijkt erop dat er nog steeds de gedachte bestaat dat initiatieven centraal opgezet en aangestuurd moeten worden. Vanuit de historie van de organisatie van het bibliotheekwerk bezien is dat het meest vertrouwd, maar het staat haaks op de wijze waarop het web vandaag de dag functioneert en de geweldige, vaak open source instrumenten, die voorhanden zijn om projecten op te starten. Daarnaast ben ik bang dat het eenvoudigweg ontbreekt aan kennis en daarmee meninsgvorming over issues die een initiatief verdienen. Een site opzetten kunnen we allemaal (laten doen), maar waarheen en waarvoor?

5)    Denk je dat de rol van de openbare bibliotheken op digitaal vlak überhaupt nog toekomst heeft?
Ja. Als je kijkt naar de projecten waarmee bijvoorbeeld Bibliotheek.nl bezig is denk ik dat zeker. Ik vind dat de wijze waarop zij omgaan met het ontsluiten van informatie en de koppeling van bronnen op basis van open standaarden alle lof verdient. In dat geval gaat het echter in hoofdzaak om de technische invulling.

Waar bibliotheken wat mij betreft nog veel te veel laten liggen is een stellingname die fundamenteel inhoudelijk van aard is. Wat vinden wij bijvoorbeeld van DRM op ebooks? Zouden wij afgesloten boeken in onze boekenkast ook zo gemakkelijk accepteren? Of laten we eens een stevige discussie voeren over internetfilters in de bibliotheek, zonder daarbij te verzanden in beheersmatige aspecten. Waarom zijn bittorrentsites in bibliotheken bijvoorbeeld vaak geblokkeerd? Als we met z’n allen claimen dat mediawijsheid één van onze kerndoelen is eist dat wat mij betreft inhoudelijke discussies over de bibliotheek in relatie tot privacy, internetvrijheid, drm etc.

Read More

Posted by on mei 31, 2012

OpenBibliotheken wil de stilte doorbreken

OpenBibliotheken wil de stilte doorbreken

Dit artikel verscheen onder de titel OpenBibliotheken, vrijhaven voor materiaal in publiek domein, enkele weken geleden op de website van Bibliotheekblad. Hieronder de auteursversie.

Via Twitter grapten Edwin Mijnsbergen en ik wel eens over het opzetten van Biebtorrent of de Bibliobay: websites die bibliotheken wat van hun brave imago zouden moeten afhelpen. Die privéconversaties hadden echter wel degelijk een serieuze ondertoon. Regelmatig wonden we ons namelijk op over de zoveelste aantasting van het digitale contentdomein en vroegen ons daarbij af of we nou echt de enige informatieprofessionals waren bij wie deze emotie losgemaakt werd.

Als ik voor mezelf spreek was de termijnverlenging van de naburige rechten op geluidsdragers, eind vorig jaar, de spreekwoordelijke druppel. Tot dat moment had ik me slechts op afstand kwaad kunnen maken over de Mickey Mouse Act (1998) in de Verenigde Staten, waarbij destijds dankzij een stevig lobby van de Disney Corporation de auteursrechttermijn voor rechthebbende bedrijven met 25 jaar extra opgerekt werd. De reden daarvoor was dat het in 2003 zover zou zijn dat de eerste Mickey Mousefilmpjes in het publieke domein terecht zouden komen. En die inkomstenderving was iets wat het bedrijf niet zinde. Oervader Walt Disney zou zich overigens waarschijnlijk omdraaien in zijn graf wanneer hij zou weten van deze handelswijze van zijn bedrijf. Wat zou hij immers begonnen zijn als hij geen gebruik kon maken van de sprookjes waarop zijn klassieke succesvolle tekenfilms gebaseerd waren?

Maar goed, afgelopen najaar gebeurde in Europa iets vergelijkbaars. Een muzikale grootheid als Cliff Richard zag met lede ogen toe hoe zijn oeuvre in het publieke domein terecht zou komen en wilde dat graag voorkomen. Saillant detail daarbij is dat Richard bijna geen van de nummers die hij uitvoerde zelf schreef. Hij kan dus niet bogen op het auteursrecht voor makers, geldig tot 70 jaar na zijn overlijden. Cliffs Law, de titel die de verlenging inmiddels meegekregen heeft, is daarom veelzeggend. Andy Gowers, voormalig financieel expert van de Financial Times, die in opdracht voor de Britse overheid uitgebreid onderzoek (Gowers Review) naar auteursrechtverlenging deed concludeert:

Auteursrechtverlenging is een belang van een kleine, uitermate goed georganiseerde groep belanghebbenden. Het is echter de maatschappij die opdraait voor de kosten. Het is lastig in te schatten hoe hoog die zijn, maar ze zijn aanzienlijk.”

Gowers aanbeveling zou dan ook zijn geweest de termijn juist te verkorten tot 20 jaar, maar dat zou volgens hem politiek onhaalbaar zijn geweest. Om de waanzin daarvan te illustreren verklaart hij:

Niets of niemand kan de prikkel om muziek te maken en uit te brengen wegnemen. Zouden de Beatles Love Me Do niet hebben opgenomen als de termijn op naburige rechten op 30 jaar  in plaats van 50 jaar vastgesteld zouden zijn? Het is belachelijk.”

Martin Kretschmer, directeur van Bournemouth University’s Centre for Intellectual Property Policy & Management, die de nadelige kosten voor de samenleving overigens inschat op een miljard euro , legt eveneens de vinger op de zere plek:

Labels willen hun inkomsten uit de klassieke albums van de jaren ‘60 die tegen de termijn van 50 jaar lopen niet verloren laten gaan. In tegenstelling tot vernieuwen vinden rechthebbenden het veel gemakkelijker op deze manier de concurrentie de kop in te drukken. Europa riskeert het gevaar dat, juist nu digitale technologie het mogelijk maakt archieven te ontsluiten, muzikaal erfgoed achter slot en grendel terecht komt.”

Het gaat me in dit geval niet eens over Cliff Richard. Hij heeft z’n lobby goed laten voeren en is daarvoor beloond. Nee, wat me opwond was het gegeven dat muziekbibliotheken nog twintig jaar de beurs kunnen trekken wanneer de zoveelste luxe uitgegeven heruitgave van ‘s mans albums weer, al dan niet via de NBD, de weg naar bibliotheken vindt. En dat geldt overigens voor ál het materiaal dat uit die tijd afkomstig is. De hoogtijdagen van de Britse popmuziek (dus de Beatles, Stones, noem maar op) worden door een wetswijziging commercieel tot op meer dan de bodem uitgemolken.

Nu kan je natuurlijk stellen dat wij tegen die tijd de cd allang hebben afgezworen, maar ook het op een andere manier gebruiken van het materiaal is niet toegestaan. Waar we het werk dus in principe op allerlei manieren hadden kunnen aanbieden, blijft het nog twee decennia in bezit van maker en/of uitgever. Het kost bibliotheken dus, op welke manier dan ook, geld. En dat was niet de afspraak. Mike Masnick van het invloedrijke technologieblog Techdirt stelt dat de verlenging in principe een eenzijdig opzeggen van het contract tussen rechthebbende en samenleving is en daarmee een overtreding, waardoor de consument het zou kunnen opzeggen. Volgens de lettter van de wet is dat in dit geval niet zo, maar hij heeft ergens wel een punt. Maar hebben bibliotheken van zich laten horen? Het enige dat ik vernomen heb is een oorverdovende stilte. Van de week hoorde ik persoonlijk van IFLA’s Stuart Hamilton dat zij het hier hebben laten lopen. Men verwachtte eenvoudigweg niet dat het voorstel het zou halen. En die stilte, of noem het ongewisheid van wat er speelt, willen wij met OpenBibliotheken doorbreken.

De manier waarop we dat aanpakten is eigenlijk grotendeels impulsief. Tijdens één van onze voornoemde privé-Twitterconversaties brainstormen we over een naam voor ons initiatief, waarop het domein werd vastgelegd en we bedachten hoe we de site technisch en inhoudelijk moesten vormgeven. WordPress als mogelijkheid passeerde de revue, maar na ruggespraak met hacker Jelle Akkerman bleek dat we het zo eenvoudig mogelijk moesten aanpakken, vooral om de snelheid erin te houden. Het concept is eigenlijk betrekkelijk eenvoudig: OpenBibliotheken is een voorbeeld van hoe naar ons idee toegang verschaft kan worden aan vrije bronnen op het internet. Daarbij willen we de boodschap uitdragen dat deze momenteel welsiwaar vrij toegankelijk zijn, maar dat dat ook zomaar kan veranderen, bijvoorbeeld omdat uitgevers hun bron van inkomsten in gevaar zien komen. De contentbronnen worden momenteel verzameld in een publiek toegankelijk Google Doc. Hierdoor kunnen bezoekers ook een bijdrage leveren en mede daardoor omvat de collectie momenteel ruim 300 verwijzingen naar websites en databases die content aanbieden die valt binnen uiteenlopende gebieden als (blad)muziek, literatuur, wetenschap en (bewegend) beeld.

Alhoewel het overgrote deel daarvan publieke domeinmateriaal betreft nemen we ook contentbronnen op die wat minder duidelijk legaal van opzet zijn. Een goed voorbeeld daarvan is BookFinder, een Russische website die meer dan een miljoen digitale boeken ontsluit en die rechtstreeks is aangesloten op ons zoekvenster. Omdat het downloaden van (illegale) content voor eigen gebruik in Nederland nog steeds is toegestaan vinden wij dat het onze plicht is deze bronnen ook aan de bibliotheekgebruikers zichtbaar te maken. Hetzelfde geldt voor de manier, om The Pirate Bay doorzoekbaar te blijven maken. We weten dat we daarmee niet overal vrienden maken, maar we vinden het tijd dat bibliotheken maar eens een statement moeten maken wanneer zaken als internetblokkades blijkbaar steeds gewoner worden. En dat ondanks het feit dat, behalve de eisers, iedereen het erover eens is dat blokkades geen enkel effect hebben en tegelijkertijd vrijheid van meningsuiting en privacy aantasten. Of zoals iemand het op Twitter mooi duidde: blokkades gaan niet om auteursrecht, maar om handhaving. Het is een negatieve benadering van een principe dat ook wij belangrijk vinden, maar indruist tegen alles wat als redelijk en ‘van deze tijd’ zouden betitelen.

Zoals gezegd is de site momenteel uitermate basaal van opzet. De zoekinterface biedt slechts toegang tot één bron per categorie. De reden daarvoor is een puur technische. We zouden graag ons bronnendocument geheel doorzoekbaar maken. Dat vraagt echter om de ontwikkeling van een zoekmachine. Zover reikt onze kennis niet. Een uitkomst hiervoor kan echter de interesse van derden in OpenBibliotheken zijn. Zowel vanuit de bibliotheekwereld, maar ook van daarbuiten, hebben wij inmiddels te horen gekregen dat onze site tot de verbeelding spreekt en dat men graag helpt bij het vervolmaken ervan. De volgende stap is daarom het organiseren van een hackathon waarbij we het zoekmechanisme willen verbeteren en via één interface ons brondocument kunnen doorzoeken.

Het uiteindelijke doel is echter het realiseren van een vrijhaven voor materiaal dat ooit in het publieke domein terechtgekomen is of nog gaat komen. Dat betekent bijvoorbeeld dat we materiaal automatisch als zodanig oormerken, bijvoorbeeld met het Public Domain Mark van Creative Commons. Vervolgens is het dan de uitdaging te realiseren dat het materiaal ook beschikbaar blijft mocht de juridische situatie veranderen. Bibliotheken moeten namelijk staan voor de vrijheid van informatie, zeker als deze onder druk komt te staan.

Read More

Posted by on jan 5, 2012

Graag ook de bibliotheek in Spotify Platform

Met Spotify Platform heeft de populaire muziekdienst Spotify voor ogen een ecosysteem rond muziekcontent te creëren. Via een aantal koppelingsmogelijkheden wordt het voor ontwikkelaars mogelijk apps te maken die fungeren binnen Spotify én onbeperkt gebruik maken van de muziekcontent. Daarmee zet men de concurrentie op een flinke achterstand en geeft en passant een voorbeeld voor bibliotheken hoe inhoud en deskundigheid aan content gekoppeld wordt. Of moeten we het eerder zien als een waarschuwing?

Het streamingveld in Nederland
Het is een understament dat de Nederlandse markt voor digitale muziek in beweging is. Naast inmiddels bekende partijen als Spotify, iTunes en Grooveshark zijn sinds kort ook Deezer en Rara.com beschikbaar voor de Nederlandse gebruiker. Daarnaast mengen ook de bibliotheken zich in de strijd, zij het vooralsnog op bescheiden wijze. Het streaming aanbod van de Centrale Discotheek komt in 2012 gefaseerd beschikbaar voor bibliotheekvestigingen. Daarnaast wordt er met de platenmaatschappijen gepraat over het aanbieden van deze dienst voor thuisgebruik. Het roept echter de vraag op of de termijn die daarvoor staat (eind 2012) niet te laat is. Allereerst omdat gebruikers nu al een keuze maken waar zij hun digitale muzikale behoefte stillen. Dat maakt het weliswaar niet onmogelijk op een latere termijn een overstap te maken, maar wel lastig. Het transporteren van afspeellijsten, eigenlijk het enige wat een digitale dienst een persoonlijk karakter geeft, is namelijk nergens een optie. En ten tweede omdat de reeds bestaande diensten zich steeds verder ontwikkelen. Dat vraagt van een bibliotheekdienst dat deze minimaal aan de eisen zou moeten voldoen die de bestaande diensten tot standaard hebben verheven.

Tot voor kort was een dienst als Spotify niet meer dan een grote bak digitale muziek die op minimale wijze werd ontsloten. De zoekfunctie was beperkt en de luistertips weinig diepgaand. Daarin is op spectalulaire wijze verandering gekomen met de lancering van het Spotify Platform, 30 november jongstleden. Dit is een op Apple- en Facebook leest geschoeide structuur waarbij apps binnen de Spotify-app worden aangeboden na eerst door de ballotage gegaan te zijn. Spotify zelf heeft drie redenen aangeven waarom het ontwikkelen van een app interessant is: Ten eerste is het is de de eerste keer dat er ontwikkeld kan worden op een vrije muziekcatalogus met 15 miljoen nummers. Daarnaast biedt het mogelijkheden een merk onder de aandacht van meer dan tien miljoen actieve gebruikers te promoten. En tenslotte worden de apps geschreven in html, CSS en JavaScript en zijn daardoor niets anders dan een reguliere web-app met een voor ontwikkelaars laag complexiteitsniveau.

De apps
Bij de lancering van het platform werd al een aantal voorbeeldapps gepresenteerd. Voor de gebruiker zijn deze vooralsnog beschikbaar in een previewversie die hier te downloaden is. De apps geven een meer dan aardig beeld van wat er de gebruiker te wachten staat. Zo bieden Rolling Stone Magazine, The Guardian en Pitchfork recensies waarbij het lezen daarvan naar believen wordt gecombineerd met het beluisteren van de bijbehorende muziek. De recensenten van deze magazines vertolken hierbij dus in principe de rol van content curator, een rol die we ons als bibliotheken zo graag toeëigenen. De bekende muziekdienst Last.fm, al geruime tijd gekoppeld aan Spotify middels haar systeem dat de luistergeschiedenis bijhoudt (scrobbling), biedt nu binnen Spotify luisteradviezen en koppelingen naar andere artiesten en genres. Omdat de Spotifygebruiker binnen de app inlogt met het eigen Last.fm-account liggen de persoonlijke luistergeschiedenis en daarbij geaggregeerde adviezen voor het oprapen, vanzelfsprekend gekoppeld aan de muziek van Spotify. Dat het daarnaast al een tijdje mogelijk is muziek van je harde schijf in de Spotifybibliotheek op te nemen heft de beperking op dat er slechts uit het streaming aanbod geput kan worden. Ook dit eigen materiaal wordt door Last.fm geïndexeerd en gekoppeld aan adviezen. Daarmee wordt het erg eenvoudig gemaakt de suggesties die Spotify doet zoveel mogelijk op je muzieksmaak van toepassing te laten zijn.

Maar naast bedrijven kunnen ook individuele ontwikkelaars met de API aan de slag. Een aardig voorbeeld daarvan is de app CrowdJuke. Deze is weliswaar nog niet in Spotify opgenomen, maar maakt wel duidelijk wat individuele ontwikkelaars kunnen bewerkstelligen. CrowdJuke maakt het mogelijk de luistervoorkeuren van Facebookvrienden geautomatiseerd op te nemen in een playlist. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een concert of andere gebeurtenis waaraan gebruikers muziek koppelen. Alhoewel CrowdJuke zich nog in de conceptfase bevindt is de technologie om muziek aan gebruikersvoorkeuren te koppelen al gerealiseerd. Het enige wat ontbrak was de toegang tot volledige tracks en die mogelijkheid wordt middels Spotify Platform geboden.

Een andere interessante app is Moodagent, waarmee afspeellijstem worden samengesteld op basis van uiteenlopende gemoedstoestanden (sensueel, gevoelig, gelukkig en boos). Het werkt daarbij twee kanten op: er kan gekozen worden voor een automatische playlist die door Moodagent wordt gegenereerd, of de gebruiker dragt & dropt favoriete muziek (afzonderlijke nummers, maar ook volledige playlists) in de app, waarna er bijpassende muziek gezocht wordt. De afspeelvolgorde ervan kan je daarna desgewenst nog instellen met behulp van de gemoedstoestanden, die elk een eigen curve kennen (bijvoorbeeld met variatie in tempo of agressiviteit).

En de bibliotheek?
De radicale verbetering van Spotify, want daarvan kan je best spreken, is een waarschuwing voor de muziekdienst waarmee de Nederlandse bibliotheken eind 2012 voor de dag gaan komen en waarvoor momenteel onderhandelingen gaande zijn tussen Bibliotheek.nl en de grote platenmaatschappijen. De groeiende hoeveelheid Spotifygebruikers zal gedurende die periode alleen maar meer gewend raken aan de dienst, die alleen maar aan functionaliteit wint als de ontwikkeling van apps op stoom raakt. Het vaak gehoorde argument dat het Spotify, in tegenstelling tot Muziekweb, ontbreekt aan metadata en aanvullende content, is niet meer geldig. Vooral de toegevoegde functionaliteit van Last.fm is wat dat betreft waardevol. Omdat Spotify zo langzamerhand is uitgegroeid tot dé streamingdienst op de Nederlandse markt ben ik er een voorstander van ook als bibliotheken een app te ontwikkelen. Wat dat betreft wordt een volledig ander, maar wellicht veel vruchtbaarder pad belopen dan het geval was toen een half jaar geleden met Spotify werd gesproken over een samenwerking. We brengen de dienst namelijk niet naar de bibliotheekgebruiker (wat toen het plan was), maar bereiken in theorie alle Nederlandse Spotifygebruikers. De invulling van de app zou wat mij betreft in de categorie Rolling Stone en Pitchform moeten vallen: een inzet dus op curated content, waarbij muziekbibliotheekmedewerkers recensies en besprekingen beschikbaar maken. Dat daarnaast verder wordt gewerkt aan de thuisgebruikversie van Muzieweb vormt daarin geen enkele belemmering. Ik vraag me echter in alle eerlijkheid af of daarvan in grote getale gebruik gemaakt gaat worden. Persoonlijk heb ik mijn keuze al gemaakt.

**

dit artikel verscheen eerder in enigszins gewijzigde vorm op de website van Bibliotheekblad.

Read More

Posted by on sep 6, 2011

Het ontwikkelplatform van The Echo Nest biedt mogelijkheden

Het ontwikkelplatform van The Echo Nest biedt mogelijkheden

Dat je er niet meer zonder kunt is misschien niet volledig waar, maar mooie en goede apps dragen ontegenzeggelijk bij aan het digitale imago van een organisatie. En dus ook voor een bibliotheek. Ik zeg bewust, mooie en goede, want kwaliteit en gevoel voor esthetiek zijn absolute voorwaarden voor succes. Een slechte app een tweede kans te geven is namelijk, zeker nu het aanbod en daarmee de concurrentie op die markt sterk groeit, allesbehalve voor de hand liggend. The Echo Nest biedt een ontwikkelplatform waarmee de basis van een kwaliteitsmuziekapp uitstekend gelegd kan worden.

The Echo Nest
De boodschap van Jim Lucchese is duidelijk: “The future of the music business is application developers. They’re the new Tower Records. They’re the new college radio. That’s great news.” Lucchese is CEO van The Echo Nest, een bedrijf dat een open ontwikkelplatform biedt voor ontwikkelaars van muziekaps, ongeacht voor het web of voor tablets als de iPad. Het bedrijf werd in 2005 opgezet door Brian Whitman en Tristan Jehan, twee voormalige postdocs van het fameuze MIT Media Lab. De muziekdata die The Echo Nest ontsluit wordt geaggregeerd door een lerend muziekherkenningssysteem (een techniek die beter bekend staat als ‘fingerprinting’) dat werd ontwikkeld bij datzelfde MIT en de universiteiten van Columbia en Berkeley. Deze technologie werd onlangs onder de naam Echoprint op open source-basis voor ontwikkelaars vrijgegeven en is koppelbaar met onder andere de open muziekencyclopedie MusicBrainz.

Op het moment van schrijven zijn er al 195 apps die ontwikkeld zijn op basis van de api van The Echo Nest. Aan deze hoeveelheid draagt ontegezeggenlijk de deelname aan hackerbijeenkomsten als de Music Hack Day bij. Ontwikkelaars kunnen tijdens deze grassroots sessies aan de slag met de api van The Echo Nest en, al dan niet in samenwerking met anderen, binnen een weekend een app realiseren.
Voor bibliotheken zijn een aantal daarvan een mooi voorbeeld van hoe intuïtieve apps kunnen functioneren wanneer het gaat om kennismaking met (nieuwe) content. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat de metadata rondom een bepaalde artiest of stroming aansprekend ontsloten wordt. Het is echter vanzelfsprekend dat het de muziek zelf is waarom het draait. Dit aanbod binnen de apps van The Echo Nest wordt mogelijk gemaakt door licentieovereenkomsten met 7Digital (Groot Britannië) en Rdio (Verenigde Staten). In Nederland tamelijk onbekende partijen met beperkte mogelijkheden, maar daarover later meer.

Discovr Music
Een mooi voorbeeld van een (overigens prijswinnende) Echo Nest-app is Discovr Music. Zoals de appnaam aangeeft is deze vooral bedoeld om muziek mee te ontdekken. Dat gaat op de volgende manier: typ een artiestnaam in een zoekscherm, waarop een pagina verschijnt waarin vertakkingen te zien zijn rondom de gezochte artiest. Een dubbeklik op deze oorspronkelijke act leidt naar een pagina met biografische informatie, blogteksten, Youtubefilmpjes en songs. Een enkele klik op een verwante artiest leidt weer tot vertakkingen rondom die betreffende artiest, die op zijn beurt op weer gedubbeklklikt kan worden. Op deze manier kan razendsnel kennisgemaakt worden met (on)bekende artiesten. Vanzelfsprekend is het daarnaast mogelijk deze informatie gemakkelijk te delen op sociale netwerken als Twitter en Facebook.

Het beluisteren van muziek binnen een app als Discovr Music heeft naar mijn mening echter één groot nadeel: voor Nederland zijn de muziekrechten slechts beperkt geregeld. Dat betekent dat alleen previews van albums te beluisteren zijn. Voor een eerste kennismaking misschien voldoende, maar de app wekt de indruk (en heeft ook de capaciteit) om als meer serieuze mediaspeler gebruikt te worden. Het enige wat daarvoor nodig lijkt is gelicenseerd aanbod. En zou dat nou niets voor bijvoorbeeld Muziekweb zijn? Stel voor Nederland, of in eerste instantie Nederlandse bibliotheken, een licentie beschikbaar waarmee ontwikkelaars Echo Nest-data kunnen koppelen aan muziek en beschrijvende informatie van de Centrale Discotheek en je hebt een biebapp waar je u tegen zegt. En de content is inwisselbaar, wat blijkt uit het feit dat sinds kort ook Discovr Apps het licht heeft gezien. Deze laat gebruikers op exact dezelfde manier kennismaken met aan apps verwante apps.

Music Hunter
Een andere app die gebruikmaakt van de data van 7Digital en gebouwd is op het Echo Nest-platform is Music Hunter. Het interessante aan deze app is hoe zij gebruikmaakt van metadata. Je kan bijvoorbeeld zin hebben in popmuziek, maar dan met een slider kiezen uit karakteristieken als Let’s Dance, Slow Tempo, Nice and Quiet, Classic Artists en zo wat meer. Omdat de databronnen van The Echo Nest naast genreyperingen ook meer subjectieve beschrijvingen kennen is het mogelijk hierop artiesten en songs te selecteren. Zo kan het bijvoorbeeld prima zijn dat je nummers van eenzelfde artiest vindt onder verschillende karakteristieken. Ook deze app heeft evenwel weer de beperking dat er slechts beperkte fragmenten beluisterd kunnen worden.

API voor iedereen
Het interessante aan het api-aanbod van Echo Nest is dat elke ontwikkelaar, van klein tot groot, er gebruik van kan maken. Zo is er bijvoorbeeld aan de ene kant de BBC, die haar site BBC Music Showcase bouwde op het Echo Nest platform om verwante clipsuggesties te kunnen doen. Aan de andere kant kunnen ook individuele ontwikkelaars ermee een de slag, bijvoorbeeld Paul Lamere, die webapp The Music Maze ontwikkelde. Van Nederlandse bodem komt het populaire Shuffler.fm, dat muziekblogs indexeert en ontsluit. De fingerprintingcapaciteit van Echo Nest wordt door Shuffler gebruikt om vaker voorkomende songs die voorzien zijn van afwijkende metadata te kunnen herkennen en categoriseren.

Zoals eerder gezegd ligt er bibliotheken niets in de weg ook gebruik te maken van deze technologie en metadata. En waarom dan ook gelijk niet een literatuurversie maken, door titelbeschrijvingsinformatie, straks bijvoorbeeld via de Open Index, te koppelen met het Echo Nest-platform? Een app als Discovr Apps illustreert dat de content namelijk inwisselbaar is.

**
Dit artikel verscheen eerder op de website van Bibliotheekblad.
Read More

Pin It on Pinterest