Pages Menu
Categories Menu

Posted by on apr 17, 2017 in Muziek | 3 comments

Allan Holdsworth is overleden. Samen met Frank Zappa bepaalde hij mijn muzieksmaak.

Allan Holdsworth is overleden. Samen met Frank Zappa bepaalde hij mijn muzieksmaak.

Gisterochtend kwam er ergens in mijn Facebooktijdlijn al een berichtje voorbij: gitarist Allan Holdsworth (1946) zou overleden zijn. Het ‘bewijs’ was een anonieme aanpassing van diens Wikipediapagina. Het werd eerst afgedaan als onzin, maar ’s avonds kwam dan toch de bevestiging via één van zijn dochters.

Allan Holdsworth? Ik denk dat 99% van de mensen in mijn directe omgeving nooit van hem gehoord heeft. Maar dat diezelfde 99% wel iets van hem hoorde, maar dan ‘via’ andere gitaristen. Iedereen kent de beroemde gitaarsolo uit Michael Jackson’s Beat It. Wat minder mensen weten dat die wordt gespeeld door Eddie van Halen. En nog minder mensen weten dat Eddie van Halen’s stijl voor een groot deel is gestoeld op het vroege werk van Holdsworth. Holdsworth was namelijk een klassieke musician’s musician. Iemand die door vakgenoten op een schild werd gehesen, maar zelf voor het grote publiek vrijwel volstrekt onbekend zou blijven.

Het was Eddie van Halen die ervoor zorgde dat Holdsworth het album Road Games (1983) kon opnemen voor Warner Brothers, onder andere gebruikmakend van studioapparatuur van Frank Zappa. Het was ook het eerste album met Zappadrummer Chad Wackerman (hij zou ook spelen met andere Zappa-slagwerkers Vinnie Colaiuta en Terry Bozzio).

Ik probeerde gisteren terug te halen waar ik zijn muziek leerde kennen, maar dat lukte niet echt. Slechts bij benadering kon ik een periode benoemen waarin dat gebeurd zou moeten zijn. Ik zat sowieso nog op de middelbare school en begon me te verdiepen in jazzrock en progressieve rock uit de jaren ’70: Frank Zappa, Mahavishnu Orchestra, Rush. Ik luisterde in die tijd ook al intensief naar rock en metal met een progressieve inslag, waarvan veel van de muzikanten vaak refereerden aan een zekere gitarist, Allan Holdsworth. Die combinatie van luisterinvloeden moet me ertoe gebracht hebben me te gaan verdiepen in zijn oeuvre.

Dit was in de vroege jaren ’90 en de zoektocht naar Holdsworth’s muziek kreeg een enorme boost dankzij het internet. Ik ging studeren en kwam via de universiteitsfaciliteiten al snel terecht in zogenaamde tapetradernetwerken: muziekliefhebbers die internationaal tapes met vaak onbekende- of liveopnames met elkaar uitwisselden. De muziek van Holdsworth, notoir kritisch op zijn eigen albums en met een grote afkeer van ongeauthoriseerde (live)opnames, werd daar door een aantal afficionado’s driftig met elkaar geruild. Het was alsof ik in een exclusieve schatkamer terecht was gekomen, alhoewel ik wist dat Holdsworth het zelf zou verafschuwen.

It’s obviously flattering when somebody likes something one is doing,”, aldus Holdsworth in een interview in 2003, waarin hij onder andere refereert aan gitaristen als John McLaughlin die hem lof toezwaaien. “But at the same time, I get embarrassed about it. It’s the `I’m not worthy syndrome.’ I’m a very tough critic of my guitar-playing. Sometimes I don’t even want to do it anymore.

Ik moet vele tientalles tapes hebben verzameld, waarvan de bronopnames nu vaak op Youtube terechtgekomen zijn. In mijn geheugen gegrifd staan erg gruizige opnames van Eddie van Halen sámen met Allan Holdsworth en weergaloze liveshows van de kortstondige supergroep Tempest. Die laatste met een eveneens briljante gitarist, Ollie Halsall.


Waarom ik ze verzamelde? Allereerst omdat ik geen genoeg van zijn muziek kon krijgen. Maar ook omdat ik moeite moest doen er toegang tot te krijgen. Zeker het oudere materiaal schopte het niet tot officiële uitgaven en ook live-opnames waren lange tijd uit den boze. Wat me aantrok aan zijn muziek was de volstrekte uniciteit. Ik ben geen gitarist, maar wat Holdsworth doet met zijn gitaar beweegt me. Zijn toon, zijn lyriek, zijn ritmiek, maar vooral zijn ongrijpbaarheid. Dat laatste is denk ik de reden dat hij nooit is ‘doorgebroken’ op de traditionele manier.

Aan erkenning van vakgenoten echter, zoals gezegd, geen gebrek.

Ook Frank Zappa sprak een aantal keer met bewondering over hem, maar de journalisten leken er maar weinig van te begrijpen, zoals in dit onderstaande audiofragment. De journalist werkt een lijstje af, “wat vind je van deze gitaristen?“, waarop Zappa zelf aangeeft Holdsworth te waarderen, maar de journalist lijkt het niet te (willen) horen:

Of in dit fragment uit een interview in Guitar Player, waarin hij wel wat ruimte krijgt over hem uit te wijden:

[interviewer] In numerous interviews, you’ve cited the same guitarists you mentioned in your essay as the players who really moved you – Johnny Guitar Watson, Elmore James, Guitar Slim, early B.B. King …

[Frank Zappa] Well, you’d have to include Wes Montgomery and Allan Holdsworth in there, too, I’m afraid.

[interviewer] Allan Holdsworth seems like a far cry from Guitar Slim.

[Frank Zappa] When I listen to music, I listen to what the substance is, not necessarily the style of it. I’ve heard bluegrass players that knock me out, too.

[interviewer] Do you think the types of music that touch you are still “a direct extension of a personality of the men who played them.”

[Frank Zappa] Well, I get the same sensation listening to Wes Montgomery. You hear Wes when you hear him play, and the same thing with Holdsworth. He puts his personality, something about him as a person, into playing, and I don’t detect “watch me show off now” – there is none of that syndrome. That’s the thing that is most obnoxious about current guitar, because when people are attempting to play the guitar in a competitive way, in order to do somebody else’s style but just do it faster, that’s great from an Olympic competition kind of a standpoint, but I don’t think it’s particularly musical. And since I like music, it would not necessarily excite me to hear someone playing something real fast, if it wasn’t unique to the individual.

In die begintijd maakte ik veel gebruik van een fansite die nu niet meer online is: “The Unofficial Allan Holdsworth Web Site” (dankzij de Wayback Machine van Archive.org nog wel te bekijken). Voornamelijk voor radio-opnames en gastbijdragen op albums van anderen was dit een belangrijke bron en startpunt voor het zoeken naar materiaal. Veel van de albums van derden vond ik via de Openbare Bibliotheek Groningen in de collectie van de Centrale Discotheek Rotterdam.

En dan is er zijn solo-oeuvre. In de periode 1976-2017 bracht hij, inclusief live-albums, om en nabij de 16 platen uit. Vorig jaar kwam daar een aantal remixes en niet eerder uitgebrachte nummers bij via een crowdfundingcampagne: Tales from the Vault. En enkele weken geleden verscheen een geremastered overzicht van zijn oeuvre: The Man Who Changed Guitar Forever.

Dankzij Youtube is het nu goed mogelijk uit die solocarrière mooie professionale opnames te vinden. Zoals bijvoorbeeld een Japanse show uit 1984 met veel materiaal van Road Games en I.O.U., een trio-opname uit 1986 voor de Duitse televisie, of een liveregistratie van een show op een Koreaans jazzfestival.

Nieuw materiaal zal er waarschijnlijk niet meer verschijnen. Holdsworth werkte naar verluidt aan nieuw soloalbum, maar gezien zijn grote zelfkritiek zal denk ik niemand het in zijn hoofd halen dat ooit uit te brengen. Liefhebbers zullen het daarom moeten doen met dat wat er is.

Wat ze wel kunnen doen is bijdragen aan de kosten van zijn uitvaart. Daarvoor is een crowdfundingcampagne gestart. Die loopt gelukkig erg goed, maar het is triest dat een muzikant die zoveel invloed heeft gehad daar zo weinig financieel van heeft kunnen profiteren.

3 Comments

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Share This