Pages Menu
Categories Menu

Posted by on mrt 14, 2014

Where The Streets Have Your Name: persoons- en straatnamen gematcht #opendata

Where The Streets Have Your Name: persoons- en straatnamen gematcht #opendata

Wetenschapper en kunstenaar Stephen Von Worley doet onderzoek naar datavisualisatie. Op zijn site Data Pointed doet hij daarvan verslag, zo ook van een project waarbij hij persoonsnamen matcht met straatnamen en andere geografische locaties. De aanleiding daarvan was een persoonlijke:

Once upon a time, I lived in Oakland, California, near a tidy stripe of pavement called John Street. After the birth of my son John, who took my middle name, we’d occasionally roll by. I’d holler “Hey, look, it’s John Street!”, and even though he couldn’t read the signs, giggles and chuckles would invariably ensue.
Shortly after our move to Santa Cruz, we found a John Street there, and a few weeks ago, another in San Francisco. Gosh, roads named John seemed pretty common! Upon that realization, the geography dork sitting on my shoulder had something to quantify: how many existed, altogether, and where, exactly?

Von Worley maakt gebruik van de database van Open Street Map en visualiseert matches in Google Maps. Voor de namen put hij uit Wikipedia en officiële Amerikaanse en Britse naamdatabases. Zoeken op de naam Leo leidt dan bijvoorbeeld tot dit resultaat:

Data Pointed

Read More

Posted by on feb 16, 2014

Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Iedereen een bibliothecaris? In de oude zin van het woord misschien nog niet, maar de gereedschappen om bibliothecaris te spelen komen steeds sneller en gebruiksvriendelijker beschikbaar. Oude zin van het woord betekent in dit geval overigens (met dank aan Rob Bruijnzeels) Verzamelen – Ontsluiten – Beschikbaar stellen (VOB). Toevallig? Hoe het ook zij: het doorlopen van de gehele drietrapsketen VOB door gebruikers zie ik nog niet gelijk groots ontstaan, maar op elementen ervan zijn er wel degelijk niet te negeren ontwikkelingen waar te nemen. Bibliotheken kunnen en moeten hiervan leren.

Binnen bibliotheken lijkt een groeiende bijdrage van gebruikers in het bijdragen aan collectievorming nauwelijks voor te komen. De Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) reageerde bijvoorbeeld afwijzend toen ze tijdens een seminar over streaming muziek werd gevraagd of gebruikers ook mochten bijdragen aan de site. “De redactie wist zelf genoeg”. Bij een project waaraan ik zelf werkte, het Frysk Muzyk Argyf, speelt precies hetzelfde. Juist omdat het een lokaal archief betreft wilde ik graag de site in ieder geval zó laten opzetten dat (op termijn) gebruikers zelf konden bijdragen. “Maar dan kunnen we niet controleren of er wel de juiste dingen geplaatst worden“, was de reactie. Einde verhaal. Het resultaat mag er nog steeds zijn, maar er kan zoveel meer. Kijk bijvoorbeeld naar Middelburg Dronk van kompaan Edwin. Of naar de Petrucci Muziekbibliotheek, het grootste bladmuziekarchief ter wereld. Samengesteld door vrijwilligers, maar zeker in het geval van Petrucci, op een wijze waarvan een progressieve professionele bibliothecaris slechts blij kan worden.

De CDR, als zelfstandige stichting, kan helemaal zelf beslissen wat zij doet. In een breder bibliotheekperspectief is het echter hoog tijd gebruikers wel bij het collectieproces te betrekken en ze iets te laten doen wat bibliotheken jaren geleden hebben ‘geschonken’ aan de NBD: het produceren van beschrijvingen, biografieën, recencies etc. Iedere bibliothecaris zal bevestigen dat het maken van deze content eigenlijk tot het basiswerk behoorde, maar nu nemen we het af van een commerciële partij. Dat is op zich niet kwalijk, want als de kwaliteit goed is hebben beide partijen én de gebruiker er baat bij. Het probleem is echter dat bibliotheken nauwelijks meer over eigen content en data beschikken. In het licht van onze publieke taak is dat sowieso discutabel. Bij de ontwikkeling van nieuwe digitale diensten is dat ook een groot nadeel, omdat er altijd kosten gemaakt moeten worden voor de aanschaf van deze data. En laat het internet nu draaien op data en het ultieme internet op de vrije beschikbaarheid daarvan. Daaraan kunnen we in de huidige situatie dus nauwelijks bijdragen.

Gelukkig zijn er buiten bibliotheekland tal van initiatieven waarbij gebruikersparticipatie gewenst of zelf fundamenteel is. Wikipedia is daarvan natuurlijk het beste voorbeeld. Dat bibliotheken en archieven ervoor kiezen zogenaamde Wikipedians-in-residence aan te nemen is een prachtige ontwikkeling. De huidige status van het project Wiki loves bieb is sluimerend, maar het spreekt voor zich dat ik een groot voorstander ben van de combinatie. Gebruikers worden ook ‘opgevoed door diensten als Twitter en Facebook. Het taggen van tweets en statusupdates is in feite niets anders als het proces van metadateren. Dat op deze manier automatisch collecties gemaakt worden wordt misschien niet gelijk zo gezien als de huis-, tuin- en keukengebruiker. Het komt er echter op neer dat iedereen kan bijdragen aan het vormen van openbaar beschikbare contentverzamelingen. Het nadeel is echter dat niemand weet wat er met deze collecties gebeurt wanneer de bedrijven erachter mochten verdwijnen. Eveneens is niet inzichtelijk hoe de systemen gebouwd zijn en moeten we maar vertrouwen op de goede bedoelingen.

Daar ligt dus een grote kans en uitdaging voor de bibliotheek. Wanneer bibliotheken willen profiteren van de rol van de gebruiker als producent moet ze er alles aan doen deze actief te betrekken. Hoe? Natuurlijk allereerst door uit te dragen dat de bijdragen welkom zijn. We hebben de wijsheid al lang niet meer in pacht, onder andere doordat we veel zelf uit handen hebben gegeven (NBD). Een lichte pas op de plaats in tegenstelling tot een wij-weten-het-best-attitude is hier op zijn plek. Daarnaast moeten onze systemen zo ontwikkeld zijn dat ze gebruikersparticipatie ondersteunen (ópen dus) en moet de bibliotheek zich nog veel meer inhoudelijk manifesteren op de platforms waarop onze gebruikers al actief zijn. In wezen is dit de bibliotheek-als-platformtheorie van David Weinberger (zie hieronder). Hij stelt terecht dat het aansluiten op genetwerkte kennis een grote, maar zeker geen kansloze missie voor bibliotheken is.

Morgen Bibliotheekwerk in transitie – 3. Van… Collectie is eindproduct Naar… Collectie is grondstof

Wil je ook je licht laten schijnen over Bibliotheekwerk in transitie? Voeg je bijdrage dan toe aan dit publieke Google Doc

Afbeelding: Hc_07 via Compfight cc

Read More

Posted by on feb 15, 2014

Bibliotheekwerk in transitie – 1. Van… Distributie Naar… Kennis maken

Bibliotheekwerk in transitie – 1. Van… Distributie Naar… Kennis maken

Het is iets dat we als bibliotheken tot in de puntjes beheersen: het logistieke systeem waarbij boeken en andere media van A naar B worden verplaatst middels transportbusjes (interbibliothecair leenverkeer, of IBL). Steeds meer begint echter de vraag te spelen of IBL wel iets is dat past bij deze tijd en eveneens of er inmiddels geen partijen actief zijn die dat logistieke proces nog beter beheersen dan wij (bijvoorbeeld omdat het hun core business is). Je kan dan twee dingen doen:
1. doorgaan met waar je mee bezig bent en trachten dat zoveel mogelijk efficiënter te maken, of
2. de fundamentele vraag stellen of een distributiesysteem als IBL iets is wat onlosmakelijk aan de bibliotheek verbonden is.

Van oudsher staan bibliotheken voor het toegang bieden tot kennis en informatie. IBL is het antwoord op de vraag boeken als belangrijke informatiedragers bij gebruikers terecht te laten komen. Maar het monopolie van het boek als voornaamste vehikel voor kennisoverdracht begint stukje bij beetje af te kalven. Het internet en online informatievoorziening worden steeds belangrijker en komen in toenemende mate in het domein van de traditionele bibliotheekgebruiker. Daaraan doen bibliotheken zelf mee, bijvoorbeeld met het ebookplatform, maar commerciële aanbieders zingen meer dan een stevig deuntje mee (denk aan Spotify of Netflix, of het aangekondige ebookplatform van enkele grote uitgevers).

Tegelijkertijd is internet een platform voor andere distributievormen. Bij Bibliotheekservice Fryslân starten we binnenkort met een project rondom printing on demand. Deze ontwikkeling van het ter plekke printen van digitale objecten is in feite een andere manifestatie van IBL, zij het dat beperkingen rondom auteursrecht een 100% uitwisseling van titels nog deels in de weg staan. Internet biedt het gebruikers ook de mogelijkheid zelf in de huid van producent te kruipen. Dat uit zich in online markplaatsen voor fysiek gemaakte ambachtelijke producten (Etsy bijvoorbeeld), maar ook in webomgevingen waar digitale ontwerpen (al dan niet tegen betaling) beschikbaar worden gemaakt. Voorbeelden daarvan zijn Thingiverse of de website Instructables. Deze laatste twee zijn manifestaties van de maker movement, een beweging die is gebouwd op het fundament van digitale fabricage, gekoppeld aan een heilig geloof in de gedachte dat dit delen is gestoeld op open principes.

Het interessante aan de Thingiverse’s van deze wereld is dat distributie en maken/productie hand in hand gaan. Ook verdwijnt langzamerhand het onderscheid tussen gebruiker en maker, in die zin dat een gebruiker ook zelf producent kan worden. Geheel online is dat verschijnsel al veel langer zichtbaar, denk bijvoorbeeld aan Youtube, maar het interessante is dat het nu weer tastbaar wordt in het fysieke domein. Enerzijds door fysieke producten, anderzijds door de behoefte te leren van en samen te werken met mensen van vlees en bloed. En, heel belangrijk, om gebruik te kunnen maken van middelen om zelf te kunnen produceren, ook als je daar zelf de mogelijkheid niet toe hebt.

In dat laatste hebben bibliotheken altijd proberen te voorzien, natuurlijk met boeken, maar ook met computers en toegang tot het internet. Het begrip kennis maken is echter ook bij uitstek van toepassing op makerspaces/FabLabs. Het credo van ons project FryskLab luidt niet voor niets: Het kennis maken en delen van de toekomst. De rol die wij daarbij vanuit de bibliotheek innemen is die van facilitator, zowel op het vlak van fysieke mogelijkheden (machines, gereedschappen etc.),  maar we willen ook (samen met anderen) invulling geven aan scholing en ondersteuning.

In het geval van FryskLab voorzien we ook in onze eigen distributie van dat fysieke deel middels een bus, maar die keuze is het resultaat van een lokale afweging. Waar het om gaat is dat de bibliotheek haar gebruikers in staat stelt te kunnen maken en zo te kunnen bijdragen aan wat de bibliotheek biedt. Dat is een mooi bruggetje naar de veranderende rol van die gebruiker, dus morgen Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Wil je ook je licht laten schijnen over Bibliotheekwerk in transitie? Voeg je bijdrage dan toe aan dit publieke Google Doc

 

Afbeelding: StockMonkeys.com via Compfight cc

Read More

Posted by on feb 9, 2014

Hoe ziet een fysieke Google Map-locatie eruit?

Hoe ziet een fysieke Google Map-locatie eruit?

Eerder maakte Aram Bartholl al mooi inzichtelijk hoe gehackte LinkedIn-wachtwoorden er in fysieke vorm uit zouden zien. Nu doet hij hetzelfde met locaties in Google Maps. Over zijn werk Map:

In the city center series ‘Map’ is set up at the exact spot where Google Maps assumes to be the city center of the city. Transferred to physical space the map marker questions the relation of the digital information space to every day life public city space. The perception of the city is increasingly influenced by geolocation services.

bron: we make money not art

Read More

Posted by on jan 27, 2014

Spannend: met je klas een vergeten begraafplaats vinden

Spannend: met je klas een vergeten begraafplaats vinden

Het lijkt een plot uit een jongensboek, maar in New York is het echt gebeurd. Op basis van een oude archieffoto (zie hieronder) vonden leerlingen en docenten  van P.S. 48 een voormalige begraafplaats voor Afrikaanse slaven, Hunts Point Road.

The investigation by the local elementary school began with a single black-and-white photograph from 1910 showing an overgrown landscape with several markers resembling headstones. On the back it was labeled, “Slave burying ground, Hunts Point Road.” It was brought to the attention of a teacher at P.S. 48, Justin Czarka, by Philip Panaritis, an official with the city’s Education Department who oversees a federally financed grant program for the Bronx called Teaching American History.

“That was the initial spark for the project,” said Mr. Czarka, who teaches English as a second language and who led the research project with another teacher at the school, Grace Binuya. “Phil was going through archives from the Museum of the City of New York and came across that image, and he sent it to me and the principal. I had an ‘aha’ moment and thought this is a perfect opportunity for an authentic learning experience.”

Leerlingen en leerkrachten zochten naar aanvullend bewijs in bevolkingsregisters en andere oude documenten. De locatie werd dankzij kaarten en GPS bepaald. Wat een prachtige manier om met de geschiedenis van je plaatselijke omgeving om te gaan en hulde voor de leerkrachten die deze mogelijkheid met beide handen aangrepen.

bron: New York Times

burial-2-superJumbo-v2

Read More

Posted by on dec 23, 2013

“Focusing on universal access to all knowledge has been a great career choice”

“Focusing on universal access to all knowledge has been a great career choice”

Gistermiddag las ik een interview met Brewster Kahle op de website On The Commons. Op de vraag wat hem ertoe bracht technologie en algemene beschikbaarheid van kennis samen te brengen antwoordt hij:

A friend once said to me, Brewster, you’re an idealist. I replied, Yes. Then he said, And you’re a technologist. My reply was the same. Finally he challenged me to describe how I could use technology to make things better, which was not an easy question to answer. I came up with two ideas: enhanced privacy and building the great library. It quickly became clear, however, that it would be too difficult to create affordable privacy solutions for the commons with the technology available at the time. So I turned to the digital library, an idea I’ve been working on ever since.

And focusing on universal access to all knowledge has been a great career choice. By picking a goal that I can never achieve, not only do I have something to work on forever, but other people can also participate. The true beauty of it is that we’re all working toward the same thing, yet we don’t have to work for one another. Competing organizations can even agree.

Prachtig toch? De rest van het interview barst van de andere inspirerende uitspraken, dus een absolute aanrader. Lees het hier.

Afbeelding: Joi Ito [CC-BY-2.0], via Wikimedia Commons

Read More

Pin It on Pinterest