Weekendmuziek
Giacinto Scelsi – Aion 1
Web 2.0 is het internet van lezen en schrijven, het ReadWriteWeb. Websites en diensten zijn zo ontwikkeld dat ze dynamisch zijn en, bijvoorbeeld in het geval van wiki’s, openstaan voor contentbijdragen van gebruikers. Om aan deze voorwaarden te kunnen voldoen moet elke drempel die deelname belemmert worden weggenomen, zowel voor de ontwikkelaars als voor de gebruikers. Open standaarden dus.
Voor talloze op zichzelf staande diensten werkt dat al uitstekend. En uitwisseling ertussen is ook, zij het in bescheiden mate, mogelijk. Embedden van een Youtube-filmpje in een blog? Geen probleem. Integreren van een Twitter-feed in je gebruikerspagina op Facebook of LinkedIn? Zo geregeld. Je bent als gebruiker echter nog steeds verplicht om verschillende websites te bezoeken. Vanzelfsprekend kan je de tijd die je hieraan vroeger besteedde deels ondervangen met een goed functionerende RSS-feed, maar voor het lezen van bijvoorbeeld de comments bij een artikel is surfen naar de originele bronsite vereist.
Van de week las ik dankzij een tweet het artikel Coming soon: the disruptive molecular age of information. In het stuk voorziet de auteur een internet waarbij alle data (blogs, foto’s, mp3’s, tweets, etc.) in zodanige mate van tags voorzien zijn dat er altijd een koppeling tussen mogelijk is. Je kan je voorstellen dat content en gebruiker automatisch samenkomen, bijvoorbeeld op een netwerksite als Facebook. Op dit soort netwerksites vindt namelijk de interactie tussen de gebruiker met familie, vrienden, bekenden en collega’s plaats. Het nieuwe internet draait daarom niet meer om websites, maar in toenemende mate om de plaatsen waar gebruikers en content samenkomen.En het bezoek aan dit soort sites stijgt explosief.
JESS3 / The State of The Internet from Jesse Thomas on Vimeo.
In het geval van een bibliotheek is het denkbaar dat er een bibliotheek-Facebookpagina (of ongeacht welke andere netwerksite) is die toegang geeft tot de catalogus of tot een feed met nieuwe aanwinsten. Vanzelfsprekend op basis van metadata van de content en gebruikersgegevens van de klant. Een stapje verder, maar allerminst onmogelijk, is het op basis van deze informatie aanbieden van links naar te lenen (digitaal) materiaal. Wanneer de infrastructuur hierin voorziet zijn de mogelijkheden eindeloos.
Read MoreHet internet opent muzikale deuren. Ik ontdekte dat toen ik begon met studeren en via nieuwsgroepen in contact kwam met mensen die mijn persoonlijke smaak deelden. Hierdoor werd ik geattendeerd op een fenomeneen dat ik slechts als buitenstaander kende: tapetraden. De werkwijze was simpel. Via een website, Tape Trader Network, konden contacten gelegd worden met gelijkgestemde zielen en werden lijsten met beschikbare muziek uitgewisseld. Vervolgens was er een ruilprincipe op van toepassing. Ik wil dit van jou en dan krijg jij dat van mij. Voor alle duidelijkheid: het betrof hier geen reguliere uitgaven, maar opnames van concerten, interviews, radioprogramma’s etc. Officiële releases waren eenvoudigweg niet toegestaan.En, oh ja, alles op cassettes.
Via het network kon ik daardoor een ruime collectie van Frank Zappa- en Britse 70’s progrock bootlegs opbouwen en deze vervolgens weer ruilen met andere verzamelaars. Elke keer als er weer een bubbeltjesenvelop op de deurmat plofte was weer een spannend feestje. Zou de opname zo goed zijn als beloofd? Was dit het concert van die langverwachte eerste keer dat nummer X of Y live uitgevoerd werd? Liet in dit interview de zanger echt het achterste van zijn tong zien?
Een band die op het Tape Trader Network ruimschoots vertegenwoordigd was, was The Grateful Dead. In een artikel in The Guardian van dit weekend worden zij aangehaald als visionairs van het web. Door hun fans, de Deadheads, te stimuleren in het opnemen van liveconcerten en deze met elkaar uit te wisselen, voorzag de band dat zij hiermee haar eigen promotie verzorgde. In tegenstelling tot het beperken van fans in hun uitwisseling van muziek trachtte de The Dead hen juist te prikkelen concerten te bezoeken, de meest waanzinnige live-opnames te maken en deze in omloop te brengen. De band spon vervolgens garen bij de verkoop van merchandise doordat concerten steevast uitverkocht waren. Geen tunnelvisie wat betreft het verkopen van albums dus, maar het bieden van een totaalervaring (fanmeetings, concerten, uitwisseling van bootlegs, merchandise én albumverkoop).
In hetzelfde Guardian-artikel wordt David Bowie aangehaald die in 2002 stelde dat muziek
“is going to become like running water or electricity”
Hij voorzag, met andere woorden, een wereld waarin muziek alomtegenwoordig zou zijn. Op elke plek, op elk moment de muziek waaraan iemand behoefte heeft. De opkomst van streaming diensten als Spotify en YouScrobble zijn hiervan sprekende voorbeelden.
Het overal kunnen krijgen wat je hebben wilt heeft voor mij echter ook een keerzijde. Er is namelijk niets leuker dan iets te vinden waarnaar je lang hebt moeten zoeken of moeite voor hebt gedaan. Of waaraan een persoonlijk verhaal of boodschap vastzit. Een puur menselijke eigenschap lijkt me.
Afgelopen weekend wisselde ik via Rapidshare muziek uit met een vriendin die ik lang niet meer had gesproken, maar met wie ik altijd een muzikale verwantschap deelde. Het werkte volgens het aloude principe ik iets voor jou en jij iets voor mij. Resultaat is dat we schitterend materiaal aan onze verzamelingen hebben toegevoegd, maar daar vanzelfsprekend ook over communiceren. Dat beetje menselijkheid zou ook opgenomen worden in al die innovatieve muziekdiensten. Alsof je een download ervaart als die op de deurmat neerploffende bubbeltjesenvelop.
Read MoreWired trok mijn aandacht met het bericht Free, Ad-Supported Music … With a Twist. Onderwerp is de Australische muziekdienst Guvera en haar verdienmodel in het bijzonder. Guvera laat adverteerders namelijk hun merk verbinden met een muziekkanaal. Dit betekent dat een bepaald kanaal geheel is aangekleed met de uitstraling van het merk, maar daar staat tegenover dat er geen commercials worden vertoond. Luisteren zonder hindernissen dus, temeer daar het gebruik gratis is.
Voorwaarde voor het slagen van de dienst is vanzelfsprekend de bereidheid van merken zich in te kopen. Zonder merk geen muziek. De dienst wordt in de VS vanaf 30 maart gratis aangeboden aan in eerste instantie 100.000 gebruikers en heeft al flink wat startkapitaal opgehaald.
Interessant is natuurlijk de vraag in hoeverre niet-mainstream muziek binnen dit model een kans maakt en wel om twee redenen: ten eerste dient er een merk te zijn dat kapitaalkrachtig genoeg is een zender te ‘branden’ en ten tweede dient een nichepubliek haar weg te vinden naar een site die commercie met een grote C schrijft. Het is in ieder geval goed te zien dat de markt van vrije download- en streamingsites erg in beweging is.
Read More