Pages Menu
Categories Menu

Posted by on Nov 12, 2016

Te gast bij Stellenbosch University 14th Annual Library Symposium

Te gast bij Stellenbosch University 14th Annual Library Symposium

Hoe balletjes kunnen rollen. In het voorjaar van 2015 ondernamen we met FryskLab de Makertour, op en neer naar Florence. Onze presentatie daar trok de aandacht van Randa Al Chidiac, voorzitter van de
Lebanese Library Association, wat leidde tot haar verzoek om bij een bibliotheekcongrescongres in Beiroet ook een verhaal over bibliotheeklabs te houden. Dat gebeurde dit voorjaar en één van de andere sprekers aldaar was Ellen Tise, directeur van de universiteitsbibliotheek in het Zuid Afrikaanse Stellenbosch. Al tijdens het congres in Beiroet zei ze me dat ze er een uitnodiging zou volgen om ook bij haar een verhaal te komen vertellen.

Het officiële verzoek volgde kort daarop, wat inhield dat ik afgelopen week vertoefde in Stellenbosch en ik een verhaal vertelde tijdens het symposium Shaping the academic library of the future: adapt, empower, partner, engage. Erg interessant vond ik twee verhalen binnen de track Collaboration and partnerships driving academic libraries. Lindiwe Soyizwapi van de Universiteitsbibliotheek van Pretoria vertelde over hun makerspace en de wijze waarop studenten hiervan gebruik maken. En Anita Nel van de universiteit van Stellenbosch hield een verhaal over het bedrijf Innovus, dat studenten helpt van idee naar product.

Op mijn presentatie kreeg ik veel positieve reacties. De argumenten om de universiteitsbibliotheek als centrale makershub op een campus te gebruiken liggen voor het oprapen en kunnen ook naadloos verbonden worden met de essentie van het bibliotheekwerk: kennisdeling. In het artikel Making Sense: Can Makerspaces Work in Academic Libraries? (PDF) van John Burke zijn al die elementen bondig bijeengebracht.

In Nederland heeft helaas nog geen enkele universiteitsbibliotheek de stap gezet om een makerslab in haar dienstverlening op te nemen. Dat betekent overigens niet dat er niet over wordt nagedacht, maar in feite is het gewoon zaak te dóen. De voornamelijk Amerikaanse voorbeelden helpen weifelende managers wellicht over de streep. In die zin is er namelijk een lijn te trekken met de aanwas van labs in openbare bibliotheken. Ook daar liepen de Amerikanen voorop en zie enkele jaren later wat er in de rest van de wereld gebeurt. Goed voorbeeld doet volgen.

Read More

Posted by on Okt 20, 2016

Twee dagen bij Generation Code in het Europees Parlement

Twee dagen bij Generation Code in het Europees Parlement

In het kader van de Europese Codeweek vond op 18 en 19 oktober in het Europees Parlement het evenement Generation Code: born at the library plaats. Tijdens deze interactieve tentoonstelling, georganiseerd door Public Libraries 2020, presenteerden tal van Europese openbare bibliotheken wat zij kunnen betekenen op het gebied van coderen en maken.

Met FryskLab namen we deel aan de tentoonstelling, maar kregen we daarnaast nog een extra verzoek:

zouden wij voor tien Europarlementariërs tien Maker Boxes kunnen samenstellen die zij vervolgens overdragen aan een bibliotheekorganisatie in hun land van herkomst?

Deze opdracht hebben we met beide handen aangegrepen en stelden kits samen, gebaseerd op de maker boxes van Åke Nygren, die we gebruiken voor onze workshop MediawijzerMakers.

Tijdens Generation Code konden bezoekers kennismaken met de inhoud ervan, maar nog veel belangrijker, leren waarom wij de kits samenstelden en wij ze belangrijk vinden voor het bibliotheekwerk. De theoretische basis ervan ligt in het digitale geletterdheid-framework van Doug Belshaw: The Essential Elements of Digital Literacies. De praktische toepassing ervan in de vorm van de Maker Box is gelegd door Ake Nygren. Wij pasten dat in het kader van Generation Code aan tot een kit die budgettair interessant is voor elke bibliotheekorganisatie.

Deze aanpak kon rekenen op veel positieve reacties, onder meer van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Laurentien, Tibor Navracsics (Eurocommisaris voor Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Sport) en Catherine Stihler (voorzitter van de MEP Library Group).

In haar plenaire afsluitende woorden wijdde de prinses nog speciaal aandacht aan ons project: “Het is niet omdat ik uit Nederland kom, maar het project over digitale geletterdheid vond ik fantastisch.” Ook benoemde ze stuk voor stuk de acht competenties van digitale geletterdheid die bij de Maker Boxes de basis vormen. En daarop zijn we best trots.

Read More

Posted by on Okt 15, 2016

Te gast in Zweden bij de unconference Hackabibblan

Te gast in Zweden bij de unconference Hackabibblan

Afgelopen donderdag vertoefde ik in het Zweedse Vaggeryd, een dorp vlak ten zuiden van Jönköping. In de plaatselijke bibliotheek werd daar een dag gewijd aan maakcultuur, genaamd Hackabibblan. In het ochtenddeel daarvan mochten Åke Nygren en ikzelf een presentatie geven, terwijl de middag werd besteed aan een cardboard-challenge. En natuurlijk bracht Åke ook zijn geweldige Maker Boxes mee.

De reden van mijn bezoek was een al wat langer lopend contact met de Zweedse collega’s, in het bijzonder Ann Ostman en Lo Claesson. Ann en een groep Zweedse bibliothecarissen heetten we al in maart 2014 welkom in Lelystad, samen met de collega’s van Bibliolab. En in mei afgelopen jaar bezocht zij, Lo en een andere groep collega’s ons voor de tweede keer, onder andere bij een sessie met FryskLab in Zoutkamp.

Als manager van de bibliotheek in Vagerryd realiseerde Lo, met FryskLab als voorbeeld, een kleine mobiele makerspace en daarna een vaste makerspace in de bibliotheek. De Zweedse term voor maakbibliotheek, Skaparbibblan, is inmiddels een klein netwerk van Zweedse bibliothecarissen geworden. En de unconference Hackabibblan was daarvan een activiteit. Dat betekende dat er zo’n 30 geïnteresseerde deelnemers aanwezig waren.

In mijn presentatie (zie onderaan deze post) legde ik wat meer nadrukkelijk dan anders de link tussen bibliotheek, makersbeweging en digitale geletterdheid. Het gegeven te kunnen hergebruiken en remixen is daarin de verbindende factor. Dat betekent dat heren als Cory Doctorow en Lawrence Lessig, maar zeker ook remix-pleitbezorgers als Doug Belshaw (boek Essential Elements of Digital Literacies), Kirby Ferguson (online docureeks Everything Is A Remix) en Brett Gaylor (docu Rip! A Remix Manifesto) mijns inziens onder bibliotheekcollega’s veel bekender zouden moeten zijn. Ze zijn namelijk ontzettend inspirerend, want vertellen een verhaal waarin creativiteit, cultuur en informatievrijheid hoogtij vieren.

En dan natuurlijk ook nog even over de makerspace in Vaggeryd. Daarover kan ik kort zijn: het is een prachtige plek, met bibliothecaris Hanna Häljestig als drijvende kracht. De makerspace biedt tal van workshops, uiteenlopend van 3D printen en lasersnijden tot werken met textiel, hout en papier. Ik vind het een prachtig voorbeeld van hoe een kleine bibliotheek (Vaggeryd heeft rond de 12.000 inwoners) tot prachtige resultaten kan komen wanneer gedreven collega’s er samen de schouders onder zetten. Dat betekent dus ook dat de makerspace volkomen geïntegreerd is in de bieb en dat is precies wat uitermate belangrijk is. Niet alleen proberen te bouwen op vrijwilligers en mensen van buiten, want dat is eenvoudigweg een gemiste kans.

Foto’s van de makerspace in Vaggeryd:

Mijn presentatie van afgelopen donderdag:

Read More

Posted by on Okt 2, 2016

De geweldige omslagen van fictieve Bad Little Children’s Books

De geweldige omslagen van fictieve Bad Little Children’s Books

Of Arthur C. Gackley ooit echt geleefd heeft is onbekend, maar de uitgave Bad Little Children’s Books wordt in ieder geval aan hem toegeschreven. Het is een verzameling van 120 omslagen van fictieve kinderboeken met een stevige knipoog naar de brave jaren ’50. Of beter gezegd, parodieën, want titels als Polly Paints a Penis, Don’t Lick the Stripper Pole, Even Girls Fart, Rockets and Missiles of the Islamic State of Uncle Creepy werden natuurlijk nooit uitgegeven.

Over de auteur schrijft zijn uitgever:

Born in 1923, Arthur C. Gackley is the creator of many children’s books, none of which were ever actually published. Mysterious and hermetic by nature, he spent his life living and working in a small New England village, but was likely washed out to sea in the winter of 1962—or possibly fell penniless into an abandoned wishing well shaft around 1978. No body was ever found.

Enkele voorbeelden van de omslagen vind je hieronder. Meer informatie over Gackley is te vinden op een Facebookpagina.

bron: Dangerous Minds

001peepingtommycougar

002gotosleepforever

011pollypaintspenis

004dontlickstripperpole

via GIPHY

Read More

Posted by on Okt 1, 2016

Mozilla helpt gebruikers om auteursrecht te hervormen

Mozilla helpt gebruikers om auteursrecht te hervormen

Gisteren attendeerde Joost me erop: de startpagina van Mozilla Firefox toont gebruikers een kritische kijk op voorgestelde auteursrechthervormingen (PDF) in Europa. Op zich is dat al iets om een pluim voor te geven en kritiek was er al eerder (lees bijvoorbeeld hier, of volg de hashtag #fixcopyright).

Maar Mozilla gaat verder. Vanaf de startpagina wordt namelijk doorgelinkt naar de site Changecopyright.org. Hierop vinden gebruikers in begrijpelijke taal en korte animaties uitleg wat de hervormingen inhouden en waarom ze het internet en internetcultuur schade kunnen toebrengen.

Om hiertegen in protest te gaan helpt Mozilla gebruikers om een meme te maken, die vervolgens naar een Europarlementariër kan worden gestuurd. En dat is zo gedaan. De achtergrond van die memes, een verschijnsel dat sowieso potentieel onder druk komt te staan mochten de hervormingen doorgaan, zijn beroemde Europese landmarks. Het fotograferen daarvan en vervolgens het delen of bewerken van de beelden is ook iets dat mogelijk aan banden wordt gelegd.

Maar als dat teveel moeite is kan ook een petitie ondertekend worden. Hulde!

Startpagina Mozilla Firefox Startpagina Mozilla Firefox
Mozilla memes

Read More

Posted by on Jul 2, 2016

Artikel in Kinfolk Magazine over (makerspaces in) bibliotheken

Artikel in Kinfolk Magazine over (makerspaces in) bibliotheken

In augustus 2015 werd ik benaderd door journaliste Adrienne Matei. Zij schreef voor het trendy Amerikaanse magazine Kinfolk een artikel over bibliotheken. Het eigenlijke stuk werd in november gepubliceerd (maar was in alle eerlijkheid aan mijn aandacht ontsnapt). Gisteren stuitte ik op de volledige tekst op Matei’s website: Kinfolk issue 18 – Libraries.

Hieronder de vragen en mijn antwoorden daarop die ik destijds aan haar mailde.

Could you please describe a Makerspace and explain its intended function?
Makerspaces are creative, DIY spaces where people can gather to create, invent and learn. It’s basically a kind of mini factory where objects are manufactured, often based on digital designs. Besides machines such as 3D printers and laser cutters other types of more traditional equipment like lathes are being used, as well as more basic methods using textiles and other materials. Often learning about electronics and programming is also part of a makerspace offering. It’s important to realize that people who come together in a makerspace do share the acquired knowledge with each other. In that sense they always respond to questions from the people who use it. The core function of a makerspace could be described as bringing back the value of making things yourself and with others.

When did Makerspaces begin popping up, and in response to what need?
Making things is of all times. In that sense makerspaces aren’t new. What ís new is the combination of the physical and the online world we have nowadays. Thanks to the Internet people can quickly share knowledge and information and can get inspired by each other. In that sense makerspaces are relevant in itself. Their success is composed of the combination of low-cost hardware and software, and the power of the Internet and social media. And most importantly, people find it fun to make and share things together. It’s in our nature.

Do you know where the first opened, and approximately how many there are worldwide?
The maker movement as we know it today is rooted in the European hacker movement, which emerged in the late 1990s and early 2000s. The first hacker space was c-base in Berlin. NYC Resistor and HacDC, in Washington, D.C., both of which opened in 2007, followed by Noisebridge in San Francisco in 2008, were the first US efforts. A makerspace is the more DIY (Do It Yourself) oriented cousin of the hackerspace, inspired by MAKE: magazine, which came out in 2005.  In 2006,  MAKE hosted the first ever Maker Faire, in San Francisco. Maker Faire created a gathering opportunity for tinkers, crafters, hobbyists, artists and more to come together in a family friendly environment, and made the word “Maker” a new buzzword if not yet exactly a household name.
Many hacker and makerspaces are membership based with various member levels allowing access to different tools and resources, and are focused on independent craft, repair and construction.  FabLabs (fabrication laboratories), typically associated with academic institutions or sponsored by a foundation or organization, tend to have a manufacturing focus and a client base seeking business incubation through rapid prototyping. It’s safe to say there are more than 2.000 makerspaces worldwide.

How do Makerspaces encourage community engagement?
The whole idea of a makerspace or a FabLab is making tools and knowledge available for anyone who wants to use it. Therefore they can not exist without people who want to come in. The users are actually responsible for the success of the makerspace. This commitment and the willingness to share knowledge are fundamental. What I see is that schools, libraries and maker spaces are approaching each other. This is great, because they can benefit from each other’s qualities and scope.

Will Makerspaces become increasingly important elements of libraries?
Yes, I believe so. Libraries have always been places for making knowledge, building insight and launching investigations into the nature of things. Worldwide, there are hundreds of libraries that already have or are about to integrate makerspaces in their services. The reason is simple: makerspaces and libraries fit very well together. They share the same core values such as knowledge-sharing and openness. Additionally both places are intended for the general public and accessible for anyone. Since this is essentially the job of a library, and with the growing number of great best practices and online resources, the service will only increase and improve.

Can you cite an example, possibly from your book, of a situation or case study in which a Makespace demonstrated significant value? (I read about doctors printing a model of a boy’s skull to aid with delicate surgery, but another example would be great!)
What I find a very nice project is Low-cost prosthesis. This is a collaboration between FabLab Amsterdam (The Netherlands), FabLab Yogyakarta (Indonesia) and a number of other partners. The project examines how lower-knee prostheses can be manufactured cheaply using the tools of a FabLab. The prosthesis is produced using local materials such as pineapple tree fibers and bamboo. The blueprints of the prosthesis are free to share, re-use, adapt and transform. Calculations show that a prosthesis can be made locally for $ 50 where it would normally cost close to $ 4,000.

Finally, could I have a bit about your background and why Makerspaces caught your interest specifically?
I work for a public library in the Netherlands (Library Service Friesland or BSF) and studied Arts Management at the University of Groningen. Since I work in the field of library innovation I was drawn to library makerspaces because of a number of fine examples in the US. This is the reason why me and my colleagues set up our own library makerspace, FryskLab, which is a 12 meter long bookmobile turned into a library FabLab, the first one in Europe. Partly because of this project I am nominated to become Librarian of the Year in the Netherlands in 2015.

Read More