Pages Menu
Categories Menu

Posted by on mei 20, 2015 in Bibliotheek, FabLab, Maken, Mediawijsheid, Onderwijs, Uitgelicht | 4 comments

Een 3D printer bouwen in de klas was mijn ding niet geweest

Een 3D printer bouwen in de klas was mijn ding niet geweest

Ik hoor jullie al denken: “Wat zeg je me nou Jeroen? Dat is toch juist waarover het gaat en waarmee je bezig bent?” Nee, beste lezers. Ikzelf heb twee linkerhanden en zou nooit geprikkeld zijn (en ben dat nog steeds niet) om zo’n (of elk ander willekeurig apparaat) in elkaar te zetten. Of met techniek bezig zou zijn, volstrekte non-bèta die ik ben. Geen haar op m’n hoofd die daaraan zou denken. Het sleutelen aan mijn kapotte brommer liet ik als puber graag over aan een vriend die daar veel plezier uithaalde. Ik beloonde hem dan met nieuwe muziek die ik verzamelde in de bibliotheek.

De nadruk op techniekonderwijs en de vele miljoenen euro’s die daarin omgaan zouden dus letterlijk en figuurlijk nooit aan mij besteed zijn. Ik was dolgelukkig eindelijk al mijn exacte vakken te kunnen laten vallen en me niet meer voortdurend van zware onvoldoende naar zware onvoldoende te hoeven zwoegen, voorafgegaan door slapeloze nachten omdat een vernedering bij het oproepen van de tentamencijfers één van de weinige zekerheden van mijn middelbare schooltijd was. Ik hield van taal en geschiedenis en aardrijkskunde en muziek.

Maar terug naar het hier en nu, want dit stukje gaat niet over mij. Ik begrijp de groeiende belangstelling van het techniekonderwijs (en de platforms die dat stimuleren) voor digitale fabricage en maken. De makersinitiatieven zijn namelijk sympathiek en energiek en daarvan wil iedereen graag een graantje meepikken. Het is echter niet iets waar ik als non-bèta veel mee heb. En ik denk dat dat voor veel non-bètakinderen van vandaag de dag ook geldt. Wat is dat ontzettend jammer – en gezien de belofte van digitale fabricage en maken – onterecht: die belofte is namelijk dat je door open kennisdeling en toegankelijke middelen tot ontzettend veel in staat bent. Die ontwikkeling mag niet voorbehouden blijven aan bepaalde schoolvakken, maar moet voor alle scholieren toegankelijk zijn.

De vaardigheden die nodig zijn om je in een makersomgeving te bewegen en, allerbelangrijkst, dit met plezier te doen, zijn namelijk zinvol voor elk schoolgaand kind. In dat opzicht was ik heel erg blij dat minister Bussemaker bij de ronde tafel over het makersonderwijs, 13 april jl., benoemde dat zij de rol van de bibliotheek interessant vindt en ook een rol weggelegd ziet voor kunst- en cultuureducatie. Het is haar volkomen duidelijk dat creativiteit de basis vormt voor alles wat gemaakt wordt. Geen focus op techniek dus, maar op de competenties die het gebruik van die technologie zinvol maken. Technologie is namelijk niet meer voorbehouden aan bètaopleidingen of de bedrijven die daarmee geassocieerd worden. Het gelabelde budget voor techniekonderwijs zou daarom ook deels beschikbaar moeten zijn voor een veel breder onderwijsaanbod.

Begrijp me overigens niet verkeerd: ik vind het volstrekt te verdedigen dat er geld voor techniekonderwijs beschikbaar is. Ik vind de afkadering echter achterhaald en de besteding van de middelen soms discutabel en ondoorzichtig. De vaak automatische reflex van overheden om te wensen dat het bedrijfsleven participeert in projecten is, sprekend uit ervaring, volstrekt onhaalbaar, zéker als het initiatief niet per se over techniek, maar over het bredere pallet gaat. Met één of enkele keren de gage van goedbetaalde pleitbezorgers bij grootschalige techniekonderwijsevenementen op dure locaties kan een gemiddeld grassroots maakinitiatief heel veel zinvolle dingen bereiken die direct bij de doelgroep terecht komen.

Juist daarom vind ik het zo ontzettend belangrijk en zinvol dat er een groeiend aantal makersinitiatieven voortkomt vanuit de bibliotheek. Die ene plek die voor iedereen is en die vanuit haar publieke taak en fundament van openheid, kennisdeling en toegankelijkheid zo prachtig aansluit op de makersbeweging. En ik vind prachtig om te zien dat FabLabs, zelfstandige makers en bevlogen docenten zich serieus met het onderwijs willen bezighouden en waardevol aanbod beschikbaar hebben. Als zij ook een klein graantje kunnen meepikken uit de techniekgeldenruif komt dat uiteindelijk iedereen ten goede.

 

Afbeelding: kmohman via Compfight cc

4 Comments

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Share This