Pages Menu
Categories Menu

Posted by on feb 16, 2014 in Bibliotheek, Bibliotheekwerk in transitie, Innovatie, Open Access, Open Data, Open Source, Open Standaarden, Social Media | 0 comments

Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Bibliotheekwerk in transitie – 2. Van… Voor de gebruiker Naar… Door de gebruiker

Iedereen een bibliothecaris? In de oude zin van het woord misschien nog niet, maar de gereedschappen om bibliothecaris te spelen komen steeds sneller en gebruiksvriendelijker beschikbaar. Oude zin van het woord betekent in dit geval overigens (met dank aan Rob Bruijnzeels) Verzamelen – Ontsluiten – Beschikbaar stellen (VOB). Toevallig? Hoe het ook zij: het doorlopen van de gehele drietrapsketen VOB door gebruikers zie ik nog niet gelijk groots ontstaan, maar op elementen ervan zijn er wel degelijk niet te negeren ontwikkelingen waar te nemen. Bibliotheken kunnen en moeten hiervan leren.

Binnen bibliotheken lijkt een groeiende bijdrage van gebruikers in het bijdragen aan collectievorming nauwelijks voor te komen. De Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) reageerde bijvoorbeeld afwijzend toen ze tijdens een seminar over streaming muziek werd gevraagd of gebruikers ook mochten bijdragen aan de site. “De redactie wist zelf genoeg”. Bij een project waaraan ik zelf werkte, het Frysk Muzyk Argyf, speelt precies hetzelfde. Juist omdat het een lokaal archief betreft wilde ik graag de site in ieder geval zó laten opzetten dat (op termijn) gebruikers zelf konden bijdragen. “Maar dan kunnen we niet controleren of er wel de juiste dingen geplaatst worden“, was de reactie. Einde verhaal. Het resultaat mag er nog steeds zijn, maar er kan zoveel meer. Kijk bijvoorbeeld naar Middelburg Dronk van kompaan Edwin. Of naar de Petrucci Muziekbibliotheek, het grootste bladmuziekarchief ter wereld. Samengesteld door vrijwilligers, maar zeker in het geval van Petrucci, op een wijze waarvan een progressieve professionele bibliothecaris slechts blij kan worden.

De CDR, als zelfstandige stichting, kan helemaal zelf beslissen wat zij doet. In een breder bibliotheekperspectief is het echter hoog tijd gebruikers wel bij het collectieproces te betrekken en ze iets te laten doen wat bibliotheken jaren geleden hebben ‘geschonken’ aan de NBD: het produceren van beschrijvingen, biografieën, recencies etc. Iedere bibliothecaris zal bevestigen dat het maken van deze content eigenlijk tot het basiswerk behoorde, maar nu nemen we het af van een commerciële partij. Dat is op zich niet kwalijk, want als de kwaliteit goed is hebben beide partijen én de gebruiker er baat bij. Het probleem is echter dat bibliotheken nauwelijks meer over eigen content en data beschikken. In het licht van onze publieke taak is dat sowieso discutabel. Bij de ontwikkeling van nieuwe digitale diensten is dat ook een groot nadeel, omdat er altijd kosten gemaakt moeten worden voor de aanschaf van deze data. En laat het internet nu draaien op data en het ultieme internet op de vrije beschikbaarheid daarvan. Daaraan kunnen we in de huidige situatie dus nauwelijks bijdragen.

Gelukkig zijn er buiten bibliotheekland tal van initiatieven waarbij gebruikersparticipatie gewenst of zelf fundamenteel is. Wikipedia is daarvan natuurlijk het beste voorbeeld. Dat bibliotheken en archieven ervoor kiezen zogenaamde Wikipedians-in-residence aan te nemen is een prachtige ontwikkeling. De huidige status van het project Wiki loves bieb is sluimerend, maar het spreekt voor zich dat ik een groot voorstander ben van de combinatie. Gebruikers worden ook ‘opgevoed door diensten als Twitter en Facebook. Het taggen van tweets en statusupdates is in feite niets anders als het proces van metadateren. Dat op deze manier automatisch collecties gemaakt worden wordt misschien niet gelijk zo gezien als de huis-, tuin- en keukengebruiker. Het komt er echter op neer dat iedereen kan bijdragen aan het vormen van openbaar beschikbare contentverzamelingen. Het nadeel is echter dat niemand weet wat er met deze collecties gebeurt wanneer de bedrijven erachter mochten verdwijnen. Eveneens is niet inzichtelijk hoe de systemen gebouwd zijn en moeten we maar vertrouwen op de goede bedoelingen.

Daar ligt dus een grote kans en uitdaging voor de bibliotheek. Wanneer bibliotheken willen profiteren van de rol van de gebruiker als producent moet ze er alles aan doen deze actief te betrekken. Hoe? Natuurlijk allereerst door uit te dragen dat de bijdragen welkom zijn. We hebben de wijsheid al lang niet meer in pacht, onder andere doordat we veel zelf uit handen hebben gegeven (NBD). Een lichte pas op de plaats in tegenstelling tot een wij-weten-het-best-attitude is hier op zijn plek. Daarnaast moeten onze systemen zo ontwikkeld zijn dat ze gebruikersparticipatie ondersteunen (ópen dus) en moet de bibliotheek zich nog veel meer inhoudelijk manifesteren op de platforms waarop onze gebruikers al actief zijn. In wezen is dit de bibliotheek-als-platformtheorie van David Weinberger (zie hieronder). Hij stelt terecht dat het aansluiten op genetwerkte kennis een grote, maar zeker geen kansloze missie voor bibliotheken is.

Morgen Bibliotheekwerk in transitie – 3. Van… Collectie is eindproduct Naar… Collectie is grondstof

Wil je ook je licht laten schijnen over Bibliotheekwerk in transitie? Voeg je bijdrage dan toe aan dit publieke Google Doc

Afbeelding: Hc_07 via Compfight cc

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *