Pages Menu
Categories Menu

Posted by on jan 10, 2014 in Bibliotheek | 0 comments

Uit het verslag van een VOB-vergadering: “Slechts een paar leden durfden voor te stemmen.”

Uit het verslag van een VOB-vergadering: “Slechts een paar leden durfden voor te stemmen.”

Als heel gewone medewerker van een bibliotheekorganisatie heb je het te doen met verslagen van vergaderingen van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Die zijn namelijk exclusief toegankelijk voor directeuren. Begrijpelijk, maar af en toe ook moeilijk te verkroppen. Vooral als ik bijvoorbeeld enkele maanden terug uit eerste hand van een bibliotheekdirecteur hoor dat er maar van het laten horen van een tegenstem wordt afgezien,

“want dat heeft toch geen zin.”

Het was in dat licht de opmerking “Slechts een paar leden durfden voor te stemmen” uit een recent verslag (VOB laat art. 16 concept-Stelselwet intact) van Wim Keizer die me gelijk ‘pakte’. Keizer maakt deze verslagen op persoonlijke titel, maar stelt ook dat facts sacred zijn. Ik neem dus gemakshalve aan dat de opmerking een feitelijke weergave van de vergadering is.

Dan is dat dus de realiteit binnen bestuurlijk bibliotheekland? Dat gebrek aan durf de reden is dat eventuele pijnpunten of discutabele (het is maar uit welk oogpunt je dat beziet natuurlijk) onderwerpen de agenda niet halen? Dat tegenstemmen ingeslikt worden? En dat er blijkbaar een cultuur heerst die dit gedrag in de hand werkt? De zinsnede uit hetzelfde artikel, bij monde van het VOB-bestuur, dat

“intern gedoe ons alleen maar kan schaden”

is dus belangrijker dan te durven zeggen waarvoor je staat. Ook al is er maar een flintertje van waar dan is dat al iets om je héél erg voor te schamen. En wie schiet er iets mee op?

Afbeelding: funadium via Compfight cc

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Share This