Pages Menu
Categories Menu

Posted by on aug 24, 2010

Copyright in de mode?

Copyright in de mode?

Iets is in of uit de mode. Dat is in ieder geval de in zwang zijnde uitdrukking. Wanneer deze vraag wordt op losgelaten op copyright, is het in of uit? wil het toeval dat daarin momenteel juist het onderwerp mode meer dan gewone aandacht geniet. Voorvechters van een meer liberale houding inzake het auteursrecht halen graag de modeindustrie aan als praktijkvoorbeeld. Deze florende sector kent namelijk geen op maat gesneden auteurswet, maar kent desondanks een speelveld uiteenlopend van beginnende ontwerpers tot kapitaalkrachtige topspelers. De eerste groep kan naar hartelust innoveren, omdat er geen patenten rusten op bepaalde ontwerpprincipes. En de tweede groep wordt daardoor geprikkeld elk jaar weer met nieuwe topstukken te komen. In onderstaande TED-lezing gaat Johanna Blakley nader op deze situatie in. En haar boodschap is duidelijk: de sector floreert dankzij de afwezigheid van de dreigende patentclaims en andere aan intellectueel eigendom grenzende maatregelen. Een gezonde situatie dus zou je zeggen. Toch gaan er echter van tijd tot tijd stemmen op ook op deze industrie een auteurswet van toepassing te laten zijn. En evenals in bijvoorbeeld de muziekindustrie zijn het geïnstitutionaliseerde partijen die hiervoor pleiten. In een uitstekend artikel in Newsweek, Copycats vs. Copyrights, Does it make sense to legally protect the fashion industry from knockoffs? wijdt Ezra Klein hierover uit. Aanleiding voor het stuk is een voorstel voor de Innovative Design Protection and Piracy Prevention Act, op 5 augustus jl. ingediend door de Amerikaanse senator Chuck Schumer. Klein haalt een citaat van James Boyle aan om te illustreren dat er niet lichtzinnig omgesprongen moet worden met het besluit al dan niet een auteurswet in te voeren:

Intellectual property is legalized monopoly. […] And like any monopoly, its tendency is to raise prices and diminish availability. We should have a high burden of proof for whether it’s necessary.”

Boyle stelt dat deze high burden of proof in het geval van bijvoorbeeld medicijnen onontkomenlijk is. Inzake gebruiksartikelen zoals kleding, maar bijvoorbeeld ook recepten of haardrachten (die immers niet meer zijn dan een reeks aanwijzingen, Blakley besteedt er in haar lezing aandacht aan) zou dit niet patenteerbaar moeten kunnen zijn. Alleen de juridische machine alleen al die zou moeten bepalen of een bepaald idee zó oorspronkelijk is dat het aanwijsbaar aan één bepaalde ontwerper, kok of kapper toebehoort, is niet te verantwoorden. Daarnaast geven talloze ontwerpers, ook de toppers, aan dat de straatcultuur de grootste inspiratie levert. Dus van wie is het oorspronkelijke idee dan? Een argument dat vaak wordt aangehaald ten faveure van auteursrecht is dat het verhindert werk klakkeloos te kopieëren. Maar ook die vlag gaat in de modewereld niet vaak op. Het is inderdaad zo dat ketens als H&M afgeleiden van bekende stukken voor een veel lagere prijs aanbieden. Zowel Klein als Blakley stellen echter dat de kopers daarvan helemaal niet toebehoren aan de vaste clientèle van haute couture-ontwerpers. Deze couturiers missen dus geen inkomsten. Sterker nog, hun vaste groep afnemers kan zich nog meer wentelen in de verzekering dat zij in ieder geval een origineel in de kast hebben hangen. En dan zijn er natuurlijk ook de flirts van ontwerpers mét de modedozenschuivers. Denk bijvoorbeeld aan Victor & Rolf en H&M. Het mes snijdt in dat geval vanzelfsprekend aan twee kanten: V&R bereiken een nieuw klantsegment, H&M maakt goede sier met bijzondere stukken. Jennifer Jenkins, een expert op het gebied van intellectueel eigendom aan Duke University stelt daarom ook,

In fashion, copying has benefits. […] First, knockoffs make designs trendy, and that increases the value of the original, and thus the incentives for designers to innovate. Second, it makes them affordable, so more people can wear them. […] There are a lot more people shopping at discount stores than at designer boutiques (which is why many designers are now licensing their names to retail outlets like Target). And third, it speeds up innovation, as fashion designers have to keep churning out new products to stay ahead of the copycats.”

Zowel Blakley als Klein concluderen dan ook dat de invoering van een modeauteurswet de innovatie en daarmee de groei en bloei van de sector als geheel benadeelt. Afgezien dan van enkele grote modehuizen die wel heil zien in de mogelijke uitwerking van strikt intellectueel eigendom: het beschermen van winst. Maar daarvoor is het, hoe jammer ook voor hen, niet bedoeld. Hopenlijk is het Amerikaanse Congres deze stelling ook toegedaan.

Read More

Posted by on aug 24, 2010

Tristan Perich’s 1-Bit Symphony

Tristan Perich met een exemplaar van 1-Bit Symphony

Het stuk 1-Bit Symphony komt uit de koker van de klassiek geschoolde componist Tristan Perich. Naast het feit dat alle muziek voortkomt uit een microchip van 1 bit is dat tegelijkertijd ook de enige ‘drager’ van het geluid. Van de muziek bestaat namelijk geen opname, maar slechts code op de chip. Het stuk klinkt wanneer een hoofdtelefoon ingeplugd wordt en een kleine switch overgehaald. Perich’s 1-Bit Music, dat eenzelfde vorm kende, kreeg daarom in de Village Voice de omschrijving van het hand in hand gaan van techniek en esthetiek. Over het componeerproces zegt hij:

I built it up piece by piece. First you have the code that generates a tone. Then you set up another piece of code that can change that tone every once in a while. Set up different tracks. […] You have to keep track of how much space the code is using, how much space the music is using up. I had to confront issues where I wanted some abilities but couldn’t implement because I literally ran out of memory. But if I deleted two elements I saved twenty bytes and could fit it on the chip. […] That was a real retro coding experience and unusual way for me in writing music.”

De prijs van een exemplaar is 29 dollar. Voor de echte liefhebbers verschijnt er ook een Artist Edition waarbij een zeefdruk van de broncode en een schema van de bedrading geleverd wordt. De echte geek zou dus in theorie de compositie naar zijn/haar eigen hand kunnen zetten. En dat is natuurlijk helemaal van deze tijd.

[vodpod id=Video.3892608&w=425&h=350&fv=clip_id%3D12244413%26server%3Dvimeo.com%26autoplay%3D0%26fullscreen%3D1%26md5%3D0%26show_portrait%3D0%26show_title%3D0%26show_byline%3D0%26context%3D%7Cnewest%26context_id%3D%26force_embed%3D0%26multimoog%3D%26color%3D00ADEF%26force_info%3Dundefined]

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on aug 24, 2010

De Duitse groei dankzij gemis copyright

De Duitse groei dankzij gemis copyright

Gisteren werd ik attent gemaakt op het artikel No Copyright Law, The Real Reason for Germany’s Industrial Expansion? waarin een onderzoek van de Duitse economisch historicus Eckhard Höffner beschreven wordt. Höffner stelt dat de explosieve economische groei van Duitsland, de Gründerzeit, te danken is aan het ontbreken van een auteurswet. Dit in tegenstelling tot landen als Engeland en Frankrijk, waar boeken (en daarmee kennis) in de eerste plaats waren voorbehouden aan de culturele elite, maar ook in veel kleinere absolute aantallen beschikbaar kwamen. Dit zou vooral voor Engeland betekenen dat zij haar economische voorsprong, opgedaan door het koloniale verleden, snel zag verdampen.

Ter illustratie: in Duitsland werden in 1843 in totaal 14.000 uiteenlopende uitgaven in omloop gebracht, volgens Höffner per hoofd van de bevolking vergelijkbaar met de verhoudingen van vandaag de dag. In Engeland waren dat er slechts 1.000. Volgens de onderzoeker is dat verschil te wijten aan het feit dat Engeland al sinds 1710 een auteursrechtstelsel kende. In Duitsland, dat vanaf 1837 overigens ook een zodanig stelsel kende, zorgde de opsplitsing in deelstaten er echter voor dat nationale handhaving ervan problematisch was. Maar volgens Höffner had dat slechts positieve gevolgen:

In Germany […] publishers had plagiarizers — who could reprint each new publication and sell it cheaply without fear of punishment — breathing down their necks. Successful publishers were the ones who took a sophisticated approach in reaction to these copycats and devised a form of publication still common today, issuing fancy editions for their wealthy customers and low-priced paperbacks for the masses. […] This created a book market very different from the one found in England. Bestsellers and academic works were introduced to the German public in large numbers and at extremely low prices.”

Naast het onderscheid in aantallen beschikbare werken was er echter ook sprake van een verschil in de aard van de publicaties. In Engeland was deze traditioneel van aard, de klassieke educatieve canon: beschouwingen over literatuur, filosofie, theologie, talen en geschiedenis. In Duitsland daarentegen werden veel praktische studies naar bijvoorbeeld techniek en natuurwetenschappen gepubliceerd. Met andere woorden: kennis die in de praktijk kon werden gebracht door een groot deel van de bevolking. Deze kennis was in Engeland ook wel aanwezig, maar voorbehouden aan een select publiek:

London’s most prominent publishers made very good money with this system, some driving around the city in gilt carriages. Their customers were the wealthy and the nobility, and their books regarded as pure luxury goods. In the few libraries that did exist, the valuable volumes were chained to the shelves to protect them from potential thieves.”

De vrije verspreiding van kennis in Duitsland legde volgens Höffner dus de basis voor de Gründerzeit. Deze periode van sterke economische groei leidde onder meer tot de opkomst van grote Duitse ondernemingen als Siemens en Krupps. Dat nam echter niet weg dat ook in Duitsland uitgevers gevoelig raakten voor het opvoeren van prijzen voor publicaties. Niet dat alle auteurs daar blij mee waren overigens. Zo liet Heinrich Heine zijn uitgever Julius Campe in 1854 weten:

Due to the tremendously high prices you have established, I will hardly see a second edition of the book anytime soon. But you must set lower prices, dear Campe, for otherwise I really don’t see why I was so lenient with my material interests.”

Höffner’s onderzoek toont echter aan dat de democratisering van kennis bijna louter voordelen kent. De ironie is dat de auteurswet juist hiertoe in het leven groepen is: het mogelijk maken van innovatie door gebruik te maken van ideeën van anderen. Er komt echter bijna altijd een moment waarop het momentum omslaat en de wet gebruikt wordt om financieel gewin veilig te stellen. Momenteel speelt die strijd bijvoorbeeld in de modewereld, getuige een sterk artikel in Newsweek, Copycats vs. Copyrights, Does it make sense to legally protect the fashion industry from knockoffs?. De auteur stelt daarin terecht dat

Too often, copyrights are used not to protect consumers by making sure they have access to new products, but to protect the profits of producers. It’s no coincidence that the rise of the Internet—which led to an explosion of low-cost distribution networks, new forms of competition, and unexpected types of innovation—has also led to calls for new and stronger forms of intellectual protection.

Consumers assume this is all for them, as that’s what they’ve been told. But it isn’t. There’s a reason we’re skeptical of monopolies, and we shouldn’t forget that even when they’re dressed up as “copyrights.”

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Pin It on Pinterest