Pages Menu
Categories Menu

Posted by on jul 10, 2010

Dansen in een concentratiekamp

In een blogpost van een kleine maand geleden haalde ik Margaret Gould Stewart aan die de onverhoede voordelen van het gebruik van muziek op Youtube uitlegt. Of Gloria Gaynor ook garen zal spinnen bij de opmerkelijke onderstaande videoreeks is niet te zeggen. Het is slechts te hopen dat de muziekindustrie zichzelf niet onsterfelijk belachelijk maakt om het filmpje vanwege wellicht niet betaalde rechten offline te halen. Alhoewel…

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Posted by on jul 10, 2010

Wielerblog: Ontploft de zaak Armstrong?

Wielerblog: Ontploft de zaak Armstrong?

Evenals in 2009, het jaar waarin Lance Armstrong na kortstondige afwezigheid terugkeerde in de Tour, zijn ook nu de dopingverdachtmakingen niet uit de lucht. Sterker nog, de recente verklaringen van oud ploeggenoot Floyd Landis lijken erop te duiden dat er binnenkort wel eens iets ‘groots’ naar buiten zou kunnen komen. De verhoren van ploegleider Johan Bruyneel en oud ploeggenoten Tyler Hamilton en George Hincapie, afgenomen door de FBI en de Koninklijke Wielrijdersbond KBWB, dragen hier alleen nog maar aan bij. Armstrong ontkent vanzelfsprekend.

In de aanloop naar de Tour van vorig jaar besprak ik het boek From Lance to Landis: Inside the American Doping Controversy at the Tour de France voor het orgaan van mijn wielerclub. Ik post het bij deze, want er lijkt verduveld weinig veranderd.


From Lance to Landis: Inside the American Doping Controversy at the Tour de France
David Walsh, Ballantine Books, 352 pagina’s, 2007.

In het licht van de aanstaande comeback van Lance Armstrong is From Lance to Landis van de gelauwerde Ierse journalist David Walsh, hoofdredacteur sport van de Sunday Times, een publicatie die ongetwijfeld weer aangehaald gaat worden door critici van de zevenvoudige Tourwinnaar.

From Lance to Landis is een verrijkte uitgave van L.A. Confidentiel (2004), waarin werd uiteengezet dat Armstrong en zijn ploeg gebruikmaakten van een georganiseerd dopingprogramma. Verdachtmakingen rondom de Amerikaan zijn vooral in Frankrijk nooit uit de lucht geweest. Als liefhebber van de heroïek van de wielersport kunnen de twijfels eenvoudig worden genegeerd en betiteld als overdreven Frans chauvinisme. Na het lezen van From Lance to Landis valt echter niet te ontkomen aan de conclusie dat het verhaal toch wat anders in elkaar steekt. Zo is er bijvoorbeeld de georganiseerde bloeddoping door de Amerikaanse wielerploeg tijdens de Spelen van ’84, onder leiding van Armstrong’s persoonlijke coach Chris Carmichael. Daarnaast is er de lang verzwegen intensieve samenwerking tussen de veroordeelde dopingarts Michele Ferrari. En tot slot de twee keer dat Armstrong in 1999 daadwerkelijk positief werd bevonden, maar beide keren met de schrik vrijkwam. De eerste keer werd er bij een positieve testosteron-test plotsklaps een medisch attest voor schrale billen uit de hoge hoed getoverd. De tweede keer verwezen er in 2005 zes op epo positief bevonden bloedstalen naar Armstrong. De UCI verklaarde echter dat deze op onrechtmatige wijze verworven waren en verklaarde het bewijs teniet. De rol van de UCI en toenmalig voorzitter Hein Verbruggen is volgens Walsh sowieso twijfelachtig. Toen Michele Ferrari, in 1994 ploegarts van dopingarmada Gewiss, in een vraaggesprek met l’Equipe aangaf het gebruik van epo even gevaarlijk te vinden als het drinken van tien liter sinaasappelsap, werd deze berichtgeving door Verbruggen omschreven als hypocriet journalistiek broddelwerk. Volgens Verbruggen duidde het lage aantal betrapte renners op een schone wielersport. Logisch toch?

From Lance to Landis getuigt van een knap staaltje onderzoeksjournalistiek. Alhoewel veel van de door hem aangehaalde feiten en geruchten al langer in de wielerwereld circuleerden, weet Walsh ze met elkaar te verbinden, daarbij gebruikmakend van betrouwbare bronnen. Niet in de laatste plaats dient de rechtszaak die Armstrong in 2005 aanspande tegen SCA Promotions genoemd te worden. Deze risicoverzekeraar weigerde een miljoenenbedrag aan Amstrong’s geldschieter Tailwind Sports uit te keren nadat Armstrong’s positieve epo-test aan het licht kwam. Alhoewel Armstrong de zaak won kwam tijdens de procedure een aantal spraakmakende getuigen aan het woord. De Australische fysioloog Michael Ashenden weigerde bijvoorbeeld te geloven dat Armstrong zijn overwinningen zonder doping behaalde en bekeek daarvoor kritisch onderzoeksgegevens van de Amerikaanse arts Ed Coyle. Laatstgenoemde claimt dat een toegenomen Vo²max, gewichtsverlies en een meer efficiente pedaaltred Amstrong na zijn ziekte tot een onoverwinnelijke renner maakte. Ashenden is zo overtuigd van zijn gelijk dat hij Coyle recentelijk aanklaagde wegens wetenschappelijk falen. Van een nog grotere impact is de instant-message conversatie tussen Armstrong’s voormalige U.S. Postal-ploeggenoten Frankie Andreu (deze bekende in 2006 tegenover de New York Times dat hij in 1999 epo gebruikte) en Jonathan Vaughters (momenteel ploegleider bij Garmin). Uit de uiteenzetting blijkt dat illegale bloedtransfusies tot de dagelijkse U.S. Postalpraktijk behoorden.

De tijdens de hoorzitting opgeroepen getuige Betsy Andreu doet onder ede verslag van een ziekenhuisgesprek in 1996, waarbij Amstrong tegenover artsen verklaart in het verleden onder meer epo, steroïden, cortisonen en testosteron gebruikt te hebben. Bij dit gesprek was ook Stephanie McIlvain aanwezig. Deze medewerkster van sponsor Oakley en goede vriendin van zowel Andreu als Armstrong onderschrijft tegenover meerdere personen, waaronder Greg Lemond en de auteurs van het boek, het ziekenhuisgesprek. Onder ede verandert zij echter plots van mening en herinnert zich hier niets meer van. Ontegenzeggelijk bewijs dat de arm van Armstrong ver reikt is dit niet, maar het past wel binnen het plaatje van een renner die zich er niets aan gelegen laat liggen tegenstanders middels dreigementen de mond te snoeren. Bekend is het verhaal van Lemond die in de pers uit niet te begrijpen waarom Armstrong zich inliet met Michele Ferrari. Zijn bekende uitspraak dat “If [Armstrong’s] clean, it’s the greatest comeback. And if he’s not, then it’s the greatest fraud“, leidde tot het dreigement dat Trek, de producent van Lemond Bikes, deze overeenkomst zou ontbinden.

De stapel indirect bewijs waarop Walsh zijn verhaal baseert tekent een beeld van Lance Armstrong dat veel lezers versteld zal doen staan. Of de renner gedurende zijn hele loopbaan verboden stimulerende middelen heeft gebruikt valt momenteel niet aan te tonen, al was het alleen maar dat de UCI de medische gegevens van renners beschouwt als vertrouwelijk. Dat Armstrong niet is ingegaan op de recente uitnodiging van het Franse dopingbureau AFLD de stalen nogmaals te laten onderzoeken en daarmee zijn blazoen te kunnen zuiveren zal Walsh (en de meeste lezers van het boek) daarom allerminst verbazen.

Read More

Posted by on jul 10, 2010

Het aanschafbeleid herzien

Het aanschafbeleid herzien

Deze boekbespreking verscheen in Digitale Bibliotheek nr. 5, 2010:

Jesse Holden – Acquisitions In The New Information Universe, Core competencies and ethical practices
2010 Facet Publishing
ISBN 978-85604-739-5

Het aanschafbeleid van bibliotheken in de genetwerkte informatiemaatschappij verandert. Waar de dagelijkse praktijk in het verleden ambachtelijke handelingen als het invoeren en archiveren van vooral papieren content betrof, vraagt het nu om meerdere vaardigheden. Holden stelt dat de aanwezigheid van een toenemend aantal materiaalvormen al een uitdaging op zichzelf is. Deze leiden vervolgens ook tot een grotere variatie aan de manieren waarop deze beschikbaar worden gesteld aan de gebruikers. Deze laatste groep maakt hiermee onderdeel uit van wat Holden de Acces and Feedback-loop noemt: gebruikers zijn meer dan voorheen op de hoogte van het aanschafbeleid van bibliotheken en nemen de vrijheid gedurende dat proces te interfereren. Dit vraagt om een voortdurende alertheid en servicegerichtheid van de informatieprofessional. En niet alleen richting de gebruiker: ook tussen de aanbieders en de bibliotheek bestaat een in toenemende mate directer contact.
Holden pleit ervoor de opkomst van het e-book en andere, niet in gedrukte vorm, beschikbare content, in termen van een formaat te beschouwen. Het is niet meer zo dat ‘een boek een boek’ is, of in Holden’s woorden:

It is appropriate to reconceive information in terms of its existence as an object: content that exists as something material but not necessarily physical. The idea of a collection needs to be approached not as items organized by formats but rather as formats that happen to be embodied as objects, which may or may not be physical entities.”

Door het bezien van content in termen van een format, dat dankzij de technologische ontwikkelingen voortdurend in beweging is, vraagt om een flexibel aanschafbeleid. Het gebruik van technologie dient hierbij gezien te worden als een handzaam en veelzijdig instrument. Het e-book mag dan bijvoorbeeld een tastbaar object zijn, de online multimediatoepassingen nemen met rasse schreden toe en vragen om nieuwe manieren dit op te nemen in het aanschafbeleid. De nieuwe vormen van informatievoorziening worden door Holden beschouwd als een sphere of access. Naast het bekende papieren boek, dat door hem trouwens nog lang niet dood verklaard wordt, bestaat het ook uit een explosief in omvang toenemende hoeveelheid digitale informatie. Deze nieuwe aanwas is slechts deels afkomstig van de reguliere aanbieders. Ook user-generated content dient in beschouwing te worden genomen, evenals gedigitaliseerd materiaal uit bijvoorbeeld locale archieven en materiaal dat niet officieel uitgegeven wordt, maar wel online aanwezig is (verslagen, handleidingen etc.).

Holden stelt dat er sprake is van een verschuiving van een moderne en mechanische informatiemaatschappij naar een postmoderne, elektronische en nonlineaire informatiemaatschappij. Het fysieke item speelt hierin een steeds minder belangrijke rol en vraagt van de informatieprofessional dat hij/zij voortdurend op de hoogte moet zijn van nieuwe formaten, onbekende objecten en een hierbij verwachte vorm van dienstverlening. Op zich zijn dit geen onbekende nieuwe inzichten. Hij benadrukt echter dat de toename van content en de daarmee samenhangende mogelijkheden van collectievorming en dienstverlening voor elke bibliotheek unieke mogelijkheden en problemen kan opleveren. Holden stelt daarom dat er sprake is van een radicale omslag, waarbij afstand wordt gedaan van een lineaire verstandhouding met aanbieder en gebruiker. Deze wordt vervangen door de rizomatische benadering van Deleuze en Guattari: informatie en gebruikers verplaatsen zich vrij in alle richtingen en zoeken automatisch naar de kortste weg.

De genetwerkte informatiemaatschappij bestaat uit een geheel van content en formaten dat voortdurend in beweging is en waarbij de gebruiker steeds mondiger en vaardiger wordt. Holden concludeert hierom ook dat, om te kunnen reageren en anticiperen op deze nieuwe informatiemaatschappij, er afstand gedaan moet worden van gestandaardiseerde aanschaf- en collectiemethoden. Het is echter niet mogelijk op een presenteerblaadje aan te reiken welke instrumenten hiervoor in de plaats moeten komen. Acquisitions In The New Information Universe is daarmee meer een ideeën- dan een handboek waarmee elke bibliotheek zijn eigen aanschafbeleid kan herzien. Dat laatste is volgens Holden namelijk noodzakelijk.

Add to: Facebook | Digg | Del.icio.us | Stumbleupon | Reddit | Blinklist | Twitter | Technorati | Yahoo Buzz | Newsvine

Read More

Pin It on Pinterest