Pages Menu
Categories Menu

Most recent articles

De prachtige muziekmaaksels van Koka Nikoladze

Posted by on Jul 4, 2016

Wat doe je als je kan vioolspelen en componeren en je ook nog eens een maker pur sang bent? In het geval van Koka Nikoladze maak je dan prachtige objecten waarin al deze elementen samenkomen.

Hieronder een aantal voorbeelden van zijn maaksels, grotendeels bestaand uit heel alledaagse en zeker niet als muziekpoducerende elementen als bestek, pennenveertjes, figuurzaagjes en een soldeerbouthouder. De combinatie van ambachtelijkheid en technisch vernunft wordt nog eens versterkt door de lasergesneden klankkasten. Prachtig!

Koka's Soundtrack Box No. 1 from nikoladze on Vimeo.

Koka's Beat Machine No. 2 from nikoladze on Vimeo.

Koka's Bow Sensor from nikoladze on Vimeo.

Koka's Propeller Trinity from nikoladze on Vimeo.

Artikel in Kinfolk Magazine over (makerspaces in) bibliotheken

Posted by on Jul 2, 2016

In augustus 2015 werd ik benaderd door journaliste Adrienne Matei. Zij schreef voor het trendy Amerikaanse magazine Kinfolk een artikel over bibliotheken. Het eigenlijke stuk werd in november gepubliceerd (maar was in alle eerlijkheid aan mijn aandacht ontsnapt). Gisteren stuitte ik op de volledige tekst op Matei’s website: Kinfolk issue 18 – Libraries.

Hieronder de vragen en mijn antwoorden daarop die ik destijds aan haar mailde.

Could you please describe a Makerspace and explain its intended function?
Makerspaces are creative, DIY spaces where people can gather to create, invent and learn. It’s basically a kind of mini factory where objects are manufactured, often based on digital designs. Besides machines such as 3D printers and laser cutters other types of more traditional equipment like lathes are being used, as well as more basic methods using textiles and other materials. Often learning about electronics and programming is also part of a makerspace offering. It’s important to realize that people who come together in a makerspace do share the acquired knowledge with each other. In that sense they always respond to questions from the people who use it. The core function of a makerspace could be described as bringing back the value of making things yourself and with others.

When did Makerspaces begin popping up, and in response to what need?
Making things is of all times. In that sense makerspaces aren’t new. What ís new is the combination of the physical and the online world we have nowadays. Thanks to the Internet people can quickly share knowledge and information and can get inspired by each other. In that sense makerspaces are relevant in itself. Their success is composed of the combination of low-cost hardware and software, and the power of the Internet and social media. And most importantly, people find it fun to make and share things together. It’s in our nature.

Do you know where the first opened, and approximately how many there are worldwide?
The maker movement as we know it today is rooted in the European hacker movement, which emerged in the late 1990s and early 2000s. The first hacker space was c-base in Berlin. NYC Resistor and HacDC, in Washington, D.C., both of which opened in 2007, followed by Noisebridge in San Francisco in 2008, were the first US efforts. A makerspace is the more DIY (Do It Yourself) oriented cousin of the hackerspace, inspired by MAKE: magazine, which came out in 2005.  In 2006,  MAKE hosted the first ever Maker Faire, in San Francisco. Maker Faire created a gathering opportunity for tinkers, crafters, hobbyists, artists and more to come together in a family friendly environment, and made the word “Maker” a new buzzword if not yet exactly a household name.
Many hacker and makerspaces are membership based with various member levels allowing access to different tools and resources, and are focused on independent craft, repair and construction.  FabLabs (fabrication laboratories), typically associated with academic institutions or sponsored by a foundation or organization, tend to have a manufacturing focus and a client base seeking business incubation through rapid prototyping. It’s safe to say there are more than 2.000 makerspaces worldwide.

How do Makerspaces encourage community engagement?
The whole idea of a makerspace or a FabLab is making tools and knowledge available for anyone who wants to use it. Therefore they can not exist without people who want to come in. The users are actually responsible for the success of the makerspace. This commitment and the willingness to share knowledge are fundamental. What I see is that schools, libraries and maker spaces are approaching each other. This is great, because they can benefit from each other’s qualities and scope.

Will Makerspaces become increasingly important elements of libraries?
Yes, I believe so. Libraries have always been places for making knowledge, building insight and launching investigations into the nature of things. Worldwide, there are hundreds of libraries that already have or are about to integrate makerspaces in their services. The reason is simple: makerspaces and libraries fit very well together. They share the same core values such as knowledge-sharing and openness. Additionally both places are intended for the general public and accessible for anyone. Since this is essentially the job of a library, and with the growing number of great best practices and online resources, the service will only increase and improve.

Can you cite an example, possibly from your book, of a situation or case study in which a Makespace demonstrated significant value? (I read about doctors printing a model of a boy’s skull to aid with delicate surgery, but another example would be great!)
What I find a very nice project is Low-cost prosthesis. This is a collaboration between FabLab Amsterdam (The Netherlands), FabLab Yogyakarta (Indonesia) and a number of other partners. The project examines how lower-knee prostheses can be manufactured cheaply using the tools of a FabLab. The prosthesis is produced using local materials such as pineapple tree fibers and bamboo. The blueprints of the prosthesis are free to share, re-use, adapt and transform. Calculations show that a prosthesis can be made locally for $ 50 where it would normally cost close to $ 4,000.

Finally, could I have a bit about your background and why Makerspaces caught your interest specifically?
I work for a public library in the Netherlands (Library Service Friesland or BSF) and studied Arts Management at the University of Groningen. Since I work in the field of library innovation I was drawn to library makerspaces because of a number of fine examples in the US. This is the reason why me and my colleagues set up our own library makerspace, FryskLab, which is a 12 meter long bookmobile turned into a library FabLab, the first one in Europe. Partly because of this project I am nominated to become Librarian of the Year in the Netherlands in 2015.

Voor op de bucket list: Trappistentour op de racefiets

Posted by on Jun 11, 2016

Kan het mooier dan dit? Wat mij betreft nauwelijks. Op de racefiets, samen met vrienden, rijden van Trappisten- naar Trappistenbrouwerij. De renners in dit mooie filmpje van Rapha doen er drie (Chimay, Orval en Rochefort) in de Ardennen. Daarmee laten ze er overigens flink wat links liggen, maar een goed begin is het halve werk en goed voorbeeld doet volgen. Zo’n Trappistentour gaat er wel een keer van komen.

In Brussel bij opening van European Maker Week en de eerste European Maker Faire

Posted by on Jun 1, 2016

Het had wat voeten in aarde, maar uiteindelijk kwam alles op z’n pootjes terecht. Samen met collega’s Bertus Douwes en Aan Kootstra was ik de afgelopen twee dagen aanwezig in Brussel. Reden hiervoor was de European Maker Week, georganiseerd door de Europese Commissie, Maker Faire Rome en Startup Europe. Voor de Europese Commissie is het organiseren van het evenement tweeërlei:

1. To create awareness about the importance of the maker culture to foster an education of creativity and innovation in all schools across Europe.
2. To build bridges between local authorities and media and the main players of their own local makers ecosystems.

Op maandag 30 mei werd de Maker Week afgetrapt met een openingsconferentie. Een aantal hooggeplaatste politici en bekende makers (waaronder Maker Faire-oprichter en Make Magazine-eigenaar Dale Dougherty) vertelden daar waarom de makersbeweging zoveel potentie heeft. Het was opvallend om te zien dat de meeste politici heel gemakkelijk de rechtstreekse link leggen tussen makers en startupcultuur. Dat is op zich positief, maar af en toe had ik het gevoel dat deze benadering wel erg eenzijdig is.

Makerscultuur kan een economische potentie hebben, maar dat hóeft niet. De vaardigheden die je in het maakproces opdoet zijn algemeen en dragen naar verwachting bij aan breed en goed opgeleide mensen. Dat daartussen briljante entrepeneurs zitten is prachtig en moet gestimuleerd worden, maar mag wat mij betreft nooit leidend zijn. In dat opzicht vond ik het fijn dat Dougherty benadrukte dat creativiteit het belangrijkste aspect van maken is. En dat daarmee ook kunst en cultuur onlosmakelijk met maken verbonden is.

Dale Dougherty aan het woord tijdens de openingsconferentie.

Dale Dougherty aan het woord tijdens de openingsconferentie.

Ikzelf mocht tijdens de openingsconferentie zitting nemen in het afsluitende panel Building Maker communities across Europe. Mijn pleidooi om het Europese netwerk van openbare bibliotheken ook in ogenschouw te nemen voor het ondersteunen van makerscultuur kon rekenen op veel bijval. Onder andere Dougherty maakte me na afloop een compliment. Maar ook mijn opmerking dat het als relatief ongeorganiseerd geheel moeilijk is om aanspraak te maken op financiële ondersteuning werd gehoord. Dat ik daarbij kon putten uit onze eigen ervaring met Platform Maker Education was prettig. Voor het proces dat we daarmee gelopen hebben (en wat ik schetste tijdens het panel) kregen we als Platform complimenten.

Bertus Douwes vertelt een Bulgaarse Europarlementariër en een groep jonge succesvolle ondernemers over de Maker Boxes en maakcultuur in bibliotheken.

Bertus Douwes vertelt een Bulgaarse Europarlementariër en een groep jonge succesvolle ondernemers over de Maker Boxes en maakcultuur in bibliotheken.

De volgende dag vond in het Europees Parlement de Maker Faire plaats. Europarlementariërs en andere geïnteresseerden konden daar uiteenlopende maakprojecten en makers ontmoeten en deelnemen aan workshops. Als altijd leidde dit tot het aanhalen van bekende contacten, maar ook het ontmoeten van nieuwe potentiële partners. Vanuit bibliotheekperspectief was het fijn om te spreken met vertegenwoordigers van Public Libraries 2020 en met hen een aantal interessante mogelijkheden te bespreken. Op naar het vervolg dus!

Hieronder de opening van European Maker Week door verantwoordelijk Europarlementariër Pilar del Castillo.

Een kleine week te gast in Beiroet

Posted by on Mei 28, 2016

Precies een week geleden keerde ik terug uit Beiroet. Ik mocht daar een kleine week verblijven op uitnodiging van de Lebanese Library Association (LLA). De aanleiding daarvan was mijn presentatie over bibliotheekmakerspaces tijdens het OCLC-congres The art of Invention, vorig jaar mei in Florence. Eén van de toehoorders daar was Randa Chidiac, voorzitter van de LLA. Zij vroeg mij afgelopen augustus of ik ook haar collega’s in het Midden-Oosten mijn verhaal wilde vertellen bij het IFLA-congres Thinking Together: Create, Share, Preserve and Access dat zij in Beiroet organiseerde.  Ze schreef:

“After hearing and meeting you during the 2015 OCLC EMEA Regional Council Meeting in Florence, the topic you presented was so novel and exciting that I felt our conference would be a great podium for you to talk to librarians for a different corner of the world. Your expertise makes you an invaluable asset as a guest speaker at our conference.”

Tja, zeg daar maar eens nee op, niet? Afgelopen week verbleef ik dus in Beiroet en wat een geweldige ervaring was dat. We hebben allemaal ons beeld bij de stad en dat is er voornamelijk eentje van oorlog en onrust. De meest voorkomende reactie van mensen die ik vertelde dat ik daar naartoe zou gaan was dan ook “is het wel veilig?”, of “wel goed oppassen hoor!”. Die angst was echter ongegrond.

Vanzelfsprekend was ik wel lichtelijk gespannen, want ik was nog nooit eerder in Libanon geweest. De wijze waarop LLA alles echter had georganiseerd bood me nauwelijks de mogelijkheid me zorgen te maken. Op het vliegveld stond ’s nachts bij aankomst een taxi voor me klaar, evenals in alle vroegte toen ik weer vertrok. Het hotel was uitstekend en lag op loopafstand van de congreslocatie, de Lebanese American University (LAU). En de gastvrijheid van de mensen was ongekend, evenals de kwaliteit van het eten.

Het congres was er in principe eentje zoals we ze allemaal wel kennen. Opvallend vond echter de afwezigheid van openbare bibliotheken in het programma-aanbod. Het zwaartepunt lag op digitale informatievoorziening, metadata en linked data, maar met een primaire focus op wetenschappelijke- en universiteitsbibliotheken. Redelijk traditioneel dus. Een grote uitzonderingen hierop was de presentatie van Peter Bae (Princeton Universiteit). Hij vertelde over SciHub en de houding van bibliotheken jegens dit publieke initiatief om wetenschappelijke documenten vrij toegankelijk te maken en te houden. Een mooi onderwerp dat in Nederland prachtig in de koker van het KNVI-congres zou passen. Wat hem en mij echter enigszins verbaasde was dat op zijn vraag aan de zaal wie SciHub kende, danwel gebruikte, vrijwel geen enkele vinger omhoog ging. Hij vertelde me later dat hij verwacht had dat dit anders zou zijn. Naar de oorzaak is het gissen.

Peter Bae aan het woord over SciHub.

Peter Bae aan het woord over SciHub.

Ook erg interessant vond ik het verhaal van Peter Stone. Hij onderneemt in het Midden-Oosten projecten vanuit de in Nederland gezetelde organisatie Blue Shield om cultureel erfgoed in rampgebieden te beschermen. Angstaanjagend actueel natuurlijk met de gebeurtenissen in Syrië op het netvlies. Hij werkt momenteel aan het zekerstellen van financiering om dit ook op de langere termijn te kunnen volhouden.

Peter Stone vertelt over Blue Shield en de projecten die hij onderneemt.

Peter Stone vertelt over Blue Shield en de projecten die hij onderneemt.

Het slotwoord van het congres werd gedaan door voormalig IFLA-president Ellen Tise. In haar verhaal haalde zij het IFLA trendrapport Riding the Waves or Caught in the Tide? aan. Ik kende dit al, maar het was een mooie reminder dit nog eens goed door te lezen. Destijds werd ik aangenaam verrast door de inhoudelijke sterkte ervan en die kunnen we altijd goed gebruiken. Lees het Beleidsplan 2015-2018 De Kracht van het Netwerk van de Koninklijke Bibliotheek en je begrijpt wat ik bedoel.

Het slotwoord door Ellen Tise.

Het slotwoord door Ellen Tise.

Mijn eigen verhaal over bibliotheekmakerspaces (zie mijn presentatie hieronder) werd erg goed ontvangen. Het was te merken dat het onderwerp in het Midden-Oosten nog niet in de praktijk wordt gebracht en ik kreeg veel vragen of ik collega’s van informatie kon voorzien. Dat doe ik natuurlijk met alle plezier. Het was ook de enige keer dat ik me ineens omringd wist door collega’s vanuit Libanese openbare bibliotheken. Zij gaven aan graag met het onderwerp aan de slag te willen gaan en vroegen me de oren van het hoofd over het hoe en wat. Ik ben erg benieuwd wat daar nog uit gaat komen, maar aan de energie en het enthousiasme van de collega’s ter plaatse zal het in ieder geval niet liggen.