Geplaatst door Jeroen de Boer op mei 22, 2013
Vanaf het begin van mijn ‘bibliotheekloopbaan’ besloot ik actief een blog te gaan bijhouden. Dat betekende echter niet dat ik daarvoor onbekend was met het fenomeen. In de periode november 2005-juli 2008 hield ik ook al een blog bij, maar dat was ietwat weggezakt. Gisteren besloot ik voor de grap eens te kijken of het blog nog online was en, ja hoor, hij is er nog steeds.
Mijn toenmalige provider XS4ALL faciliteerde een blog als een zogenaamde experimentele dienst en daarvan maakte ik graag gebruik. Alhoewel het platform weinig tot geen functionaliteit bood vond ik het toch leuk ermee aan de gang te gaan. Als gebruikersinterface diende in mijn geval de desktopapplicatie iBlog. Inhoudelijk vond ik het wel grappig om te zien dat ik toen ook al schreef over onderwerpen die me nu nog steeds fascineren: open source, internetontwikkelingen, muziek en fietsen (destijds vooral in het Groninger land).
Geen enkele blog over de bibliotheek dus, want die was destijds nog niet in beeld, tenminste niet met betrekking tot mijn werk. Alhoewel, dat klopt niet helemaal omdat ik er via mijn andere activiteiten wel voortdurend mee te maken had. Het kwartje daadwerkelijk die kant op te gaan viel echter precies tussen de twee blogperiodes in. Wat ik wel leuk vond om te zien was dat ik met mijn fascinaties (bijvoorbeeld posts over Lawrence Lessig, open source en een minder stringent auteursrechtbeleid) destijds professioneel weinig tot niets kon.
Ik ben er nog niet achter hoe ik Decibel écht kan veiligstellen, maar desnoods doe ik dat allemaal handmatig. Is toch een stukje geschiedenis en nu ik het allemaal teruglees vallen vele puzzelstukjes mooi op hun plek. Fijn dat het web (in dit geval) zo’n goed geheugen heeft.
Enkele hoogtepuntjes:
Mislukte fietstrip in de Vogezen
Tapetraden, maar dan met dvd’s
OiNK is dood, lang leve OiNK
Geplaatst door Jeroen de Boer op mei 21, 2013
Eén van de reacties op de internetconsultatie inzake de Bibliotheekwet is afkomstig van het Nederlands Uitgeversverbond. Een onderdeel uit hun brief deed bij mij toch wel de wenkbrauwen fronsen. Men schrijft:
De primaire aandacht van bibliotheken moet uitgaan naar het kunnen aanbieden van een toegankelijke en volledige collectie met inachtneming van de wettelijke kaders en contractuele afspraken tussen partijen. Het gevaar bestaat dat ‘context [bieden aan] digitale vormen van informatie en cultuur met een toets op betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, authenticiteit en pluriformiteit‘ leidt tot het verliezen van deze aandacht.
Zij reageren daarmee op een onderdeel uit de Memorie van Toelichting bij de wet, waarin staat:
In het digitale domein is geen sprake van informatieschaarste, eerder van informatieovervloed. De hierboven genoemde publieke waarden krijgen daarom in de digitale bibliotheek een andersoortige invulling. De taken van de openbare bibliotheek concentreren zich in het digitale domein op het publieksvriendelijk, gestructureerd en van context voorzien aanbieden van digitale vormen van informatie en cultuur met een toets op betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, authenticiteit en pluriformiteit. Het vergroten van mediawijsheid is daar een onderdeel van. De digitale openbare bibliotheek vervult deze taken voor het algemene publiek en voor het onderwijs en draagt daarmee bij aan de kenniseconomie. Aangezien steeds meer informatie alleen in digitale vorm (‘born digital’) bestaat, zou afwezigheid van de openbare bibliotheek op internet op termijn voor de huidige bibliotheekgebruikers een verminderde toegang tot informatie, educatie en cultuur betekenen.
Waarom vrezen de uitgevers voor het verliezen van aandacht voor, wat zij zien, als de primaire opdracht van bibliotheken? Ik kan het niet anders lezen als dat de bibliotheek gezien wordt als een concurrent op het vlak van innovatieve toepassingen inzake contentverrijking en contextualisering. En dat is toch juist waarvoor de bibliotheek zich online manifesteert: richting geven en informatie duiden.
Is het de stille wens van uitgevers dat bibliotheken daarbij exclusief gebruikmaken van commerciële diensten? Ik zou zeggen dat men in eerste instantie sowieso moet kiezen voor het beste product/dienst, zolang die voldoet aan de eisen die bibliotheken stellen. En dat bibliotheken en hun partners uitstekend in staat zijn (ook) zelf te ontwikkelen. Een level playing field dus en dat is juist waar moderne informatietechnologie om draait.
Maar is een internetconsultatie überhaupt het podium om dat spel te spelen?
Geplaatst door Jeroen de Boer op mei 21, 2013
Waarom een speeldoos niet laten bedienen door een muis? Het Italiaanse Quiet Ensemble pakte de handschoen op en creëerde de installatie Musica da Camera,
a music installation where the 40 members of the orchestra are mice running on their own wheels. Each wheel is connected to a music box that when it turns, starts to play his musical notes. The large number of chimes and random acts of living beings makes it unrecognizable melodies (lullabies by Brahms, Schubert and Mozart) that create a musical tapestry unexpected determined solely by the mice.
bron: WFMU
Geplaatst door Jeroen de Boer op mei 20, 2013
In deze prachtige en indrukwekkende documentaire vertelt fietsenbouwer Ezra Caldwell (39) over zijn leven met kanker. Het is ronduit indrukwekkend hem te horen praten over de moeite die hij heeft om zich met zijn ziekte te vereenzelvigen, in het bijzonder in relatie tot zijn grootste liefde: (het bouwen van) fietsen.
Bij Caldwell werd in 2008 kanker geconstateerd en houdt van het ziekteproces een blog bij, Teaching Cancer to Cry. In de herfst van 2012 kreeg hij te horen dat hij nog 6 tot 8 maanden te leven had. Inmiddels heeft hij besloten behandelingen stop te zetten.
bron: Laughing Squid
Geplaatst door Jeroen de Boer op mei 18, 2013
Vandaag de dag zou het beschouwd worden als geluidsvervuiling , maar laten we eerlijk zijn: deze Huffy Radiobike is toch helemaal geweldig? De fiets werd vanaf 1955 drie jaar geproduceerd en was voorzien van een buizenradio. Alhoewel de transistorradio omstreeks dezelfde tijd op de markt kwam was deze nog relatief kostbaar (zo’n 40 dollar): voor een exemplaar kon je ook een Huffy kopen.
bron: Retronaut
