Pages Menu
Categories Menu

Most recent articles

Tour for Life 2016: missie geslaagd

Posted by on Sep 10, 2016

Zondag 4 september, Tour for Life 2016 zit erop. Héérlijk, zo’n ochtend waarbij ik me 05.15 uur nog eens rustig kon omdraaien en enkele uren later een krant, koffie en een douche voor mezelf had. In totaal, etappe 0 met collega-noordelingen Erik Julsing en Klaas Hoomans meegerekend, legde ik in negen etappes 1.537 km en 20.674 hoogtemeters af met een gemiddelde snelheid van 26,1 km/h (zie de Strava-data onderaan deze post).

Even uitleggen misschien: samen met Erik en Klaas fietste ik de dag voorafgaand aan de start van Tour for Life naar het Italiaanse Bardonnecchia, de officiële startlocatie. In feite reden we daarbij de eerste etappe in tegenovergestelde richting en lieten we alleen de Col De La Croix-de-Fer aan ons voorbijgaan, maar beklommen we wel de Télégraphe, Galibier en de Echelle, goed voor een kleine 3000 hoogtemeters. We waren gelijk geacclimatiseerd.

Zo goed mogelijk en met veel plezier fietsen van de etappereeks was voor mezelf een doel, naast natuurlijk het binnenhalen van geld (zonder het halen van het drempelbedrag van € 2.500 was meedoen sowieso geen optie). Goed en met plezier fietsen betekent voor mij voornamelijk dat ik mijn eigen tempo aanhoud en vrij ben om te doen en te laten wat ik wil. Dit had als resultaat dat ik heel veel alleen fietste, maar dat vind ik allesbehalve een straf: het begrip Single Rider als deelnemerstype aan Tour for Life was dat dat betreft prima gekozen.

Mij maak je namelijk alleen maar ongelukkig met verplichte stops en een compleet doorgevoerd ‘samen uit-samen thuis’ wat sommige ploegen hoog in het vaandel hadden staan. Voor mij betekent dat echter allerminst dat je elkaar niet helpt als dat nodig is. Ik gruwel van de ploeg die tot tweemaal toe doorfietste, terwijl een single rider in hun kielzog lek reed en een ander een kapotte derailleur had. “Die hoort niet bij ons, we fietsen door.

Maar goed, ieder zijn ding en gelukkig was er vanuit de organisatie goede (technische en medische) begeleiding voorhanden om problemen op te lossen. Dat maakte dat de deelnemers zich goed konden focussen op de dagelijkse fietsuitdaging.

Terugkijkend denk ik dat ik de Vogezenetappe het mooiste vond: een prachtige rit over onder andere de Ballon d’Alsace en scherprechter Le Grand Ballon. Op beide was ik als eerste boven en ook het eerst op de finishcamping, na een prachtige afdaling richting Xonrupt-Longemer Ik voelde me deze vierde rit ook heel goed na wat mindere dagen (last van m’n maag) in de Alpen.

Tegen de Ardennen zag ik aanvankelijk het meeste op, voornamelijk vanwege de voorafgaande dagen. Ze vielen in de praktijk echter heel erg mee. Eerlijk gezegd vond ik ze zelfs wat tegenvallen qua intensiteit: van mij hadden ze wel wat uitdagender mogen zijn. Nu werd er maar weinig gebruik gemaakt van de rijke aanwezigheid van mooie klimmetjes. Misschien voor de toekomst een extra dag in dit schitterende fietsgebied?

Over de finish in Rotterdam. Vintage foto door Jurgen Bakker.

Over de finish in Rotterdam. Vintage foto door Jurgen Bakker.

De aankomst in Rotterdam was geweldig, voorafgegaan door een nog vrij pittig stuk fietsen door een winderig Zeeland. Maar samen met Erik Julsing was dat uiteindelijk ook te overzien. En een totaalopbrengst van € 855.200 voor de bestrijding van kanker, geweldig! We zijn weer thuis en ik kijk terug op een fantastische fietservaring.

Foto’s door Eppo Karsijns

Alle etappes op een rijtje:









De donatielimiet is gehaald, laat Tour for Life maar komen!

Posted by on Aug 13, 2016

Ik heb nooit gedacht dat de minimale bijdragesom van € 2.500 níet gehaald zou worden, maar zo kort voor de start van Tour for Life begon het ergens toch wel een beetje te knagen. Daarom was het geweldig om eergisteren het benodigde bedrag bij elkaar te hebben gekregen.

Ik ben mijn gulle gevers ontzettend dankbaar dat ze, samen met mij, willen zorgen dat er zoveel mogelijk geld bij elkaar komt voor het kunnen uitvoeren van onderzoek naar kankerbestrijding. Én het stelt mij in staat daadwerkelijk over twee weken van start te gaan in het Italiaanse Bardonecchia. De mytische Galibier is dan gelijk een berg die we op de eerste dag mogen bedwingen. Van dik hout zaagt men planken zeg maar.

Tour for Life Bram Tankink

De Galibier, één van de cols die tijdens Tour for Life bedwongen moet worden. Met dank aan Meindert Goudwijk/Quote Connaisseur!

Daarna volgen zeven opeenvolgende etappes die ons uiteindelijk naar Rotterdam leiden. In totaal zo’n 1.500 kilometer en 16.000 hoogtemeters. Ik heb er vanaf januari, na ook de hele winter doorgefietst te hebben (lang leve het gebrek aan vorst en sneeuw), veel aan gedaan. Dankzij de indoor High Intensity Interval trainingen bij Sportcentrum Ursus kon ik vanaf januari een prachtige basis leggen om kort daarop de weg op te gaan: ik verwacht op 28 augustus met 7.500 wegkilometers in de benen van start te gaan. Dat maakt ook dat ik er veel zin in heb en dat de spanning er daarom één van de positieve aard is.

Het is overigens nog steeds mogelijk om te doneren. Het devies is namelijk zovéél mogelijk geld op te halen.

Zie hier een overzicht van de gehele tour:

route_TFL_geheel

Mic Check 1234!: een geweldige collectie punk/rapmashups

Posted by on Aug 12, 2016

In beide genres ben ik nauwelijks thuis, maar het album Mic Check 1234! van Max Tannone is een prachtige entree in de twee stromingen. Denk aan tracks met combi’s van Eminem en The Clash, Public Enemy en Black Flag of Kanye West en Reagan Wood.

Tannone:

This project pairs my favorite emcees’ most socio-political material with some of the best punk bands ever.

Ik durf te stellen dat Girl Talk goed van het werk van Tannone op de hoogte is en dat is een compliment. En voor volgers van dit blog ook een proeve van kwaliteit. Een aanrader dus voor een album dat al in 2012 uitgebracht werd. Naast de Bandcampcollectie hieronder vind je de tracks ook op Tannones site.

bron: Dangerous Minds

De prachtige muziekmaaksels van Koka Nikoladze

Posted by on Jul 4, 2016

Wat doe je als je kan vioolspelen en componeren en je ook nog eens een maker pur sang bent? In het geval van Koka Nikoladze maak je dan prachtige objecten waarin al deze elementen samenkomen.

Hieronder een aantal voorbeelden van zijn maaksels, grotendeels bestaand uit heel alledaagse en zeker niet als muziekpoducerende elementen als bestek, pennenveertjes, figuurzaagjes en een soldeerbouthouder. De combinatie van ambachtelijkheid en technisch vernunft wordt nog eens versterkt door de lasergesneden klankkasten. Prachtig!

Koka's Soundtrack Box No. 1 from nikoladze on Vimeo.

Koka's Beat Machine No. 2 from nikoladze on Vimeo.

Koka's Bow Sensor from nikoladze on Vimeo.

Koka's Propeller Trinity from nikoladze on Vimeo.

Artikel in Kinfolk Magazine over (makerspaces in) bibliotheken

Posted by on Jul 2, 2016

In augustus 2015 werd ik benaderd door journaliste Adrienne Matei. Zij schreef voor het trendy Amerikaanse magazine Kinfolk een artikel over bibliotheken. Het eigenlijke stuk werd in november gepubliceerd (maar was in alle eerlijkheid aan mijn aandacht ontsnapt). Gisteren stuitte ik op de volledige tekst op Matei’s website: Kinfolk issue 18 – Libraries.

Hieronder de vragen en mijn antwoorden daarop die ik destijds aan haar mailde.

Could you please describe a Makerspace and explain its intended function?
Makerspaces are creative, DIY spaces where people can gather to create, invent and learn. It’s basically a kind of mini factory where objects are manufactured, often based on digital designs. Besides machines such as 3D printers and laser cutters other types of more traditional equipment like lathes are being used, as well as more basic methods using textiles and other materials. Often learning about electronics and programming is also part of a makerspace offering. It’s important to realize that people who come together in a makerspace do share the acquired knowledge with each other. In that sense they always respond to questions from the people who use it. The core function of a makerspace could be described as bringing back the value of making things yourself and with others.

When did Makerspaces begin popping up, and in response to what need?
Making things is of all times. In that sense makerspaces aren’t new. What ís new is the combination of the physical and the online world we have nowadays. Thanks to the Internet people can quickly share knowledge and information and can get inspired by each other. In that sense makerspaces are relevant in itself. Their success is composed of the combination of low-cost hardware and software, and the power of the Internet and social media. And most importantly, people find it fun to make and share things together. It’s in our nature.

Do you know where the first opened, and approximately how many there are worldwide?
The maker movement as we know it today is rooted in the European hacker movement, which emerged in the late 1990s and early 2000s. The first hacker space was c-base in Berlin. NYC Resistor and HacDC, in Washington, D.C., both of which opened in 2007, followed by Noisebridge in San Francisco in 2008, were the first US efforts. A makerspace is the more DIY (Do It Yourself) oriented cousin of the hackerspace, inspired by MAKE: magazine, which came out in 2005.  In 2006,  MAKE hosted the first ever Maker Faire, in San Francisco. Maker Faire created a gathering opportunity for tinkers, crafters, hobbyists, artists and more to come together in a family friendly environment, and made the word “Maker” a new buzzword if not yet exactly a household name.
Many hacker and makerspaces are membership based with various member levels allowing access to different tools and resources, and are focused on independent craft, repair and construction.  FabLabs (fabrication laboratories), typically associated with academic institutions or sponsored by a foundation or organization, tend to have a manufacturing focus and a client base seeking business incubation through rapid prototyping. It’s safe to say there are more than 2.000 makerspaces worldwide.

How do Makerspaces encourage community engagement?
The whole idea of a makerspace or a FabLab is making tools and knowledge available for anyone who wants to use it. Therefore they can not exist without people who want to come in. The users are actually responsible for the success of the makerspace. This commitment and the willingness to share knowledge are fundamental. What I see is that schools, libraries and maker spaces are approaching each other. This is great, because they can benefit from each other’s qualities and scope.

Will Makerspaces become increasingly important elements of libraries?
Yes, I believe so. Libraries have always been places for making knowledge, building insight and launching investigations into the nature of things. Worldwide, there are hundreds of libraries that already have or are about to integrate makerspaces in their services. The reason is simple: makerspaces and libraries fit very well together. They share the same core values such as knowledge-sharing and openness. Additionally both places are intended for the general public and accessible for anyone. Since this is essentially the job of a library, and with the growing number of great best practices and online resources, the service will only increase and improve.

Can you cite an example, possibly from your book, of a situation or case study in which a Makespace demonstrated significant value? (I read about doctors printing a model of a boy’s skull to aid with delicate surgery, but another example would be great!)
What I find a very nice project is Low-cost prosthesis. This is a collaboration between FabLab Amsterdam (The Netherlands), FabLab Yogyakarta (Indonesia) and a number of other partners. The project examines how lower-knee prostheses can be manufactured cheaply using the tools of a FabLab. The prosthesis is produced using local materials such as pineapple tree fibers and bamboo. The blueprints of the prosthesis are free to share, re-use, adapt and transform. Calculations show that a prosthesis can be made locally for $ 50 where it would normally cost close to $ 4,000.

Finally, could I have a bit about your background and why Makerspaces caught your interest specifically?
I work for a public library in the Netherlands (Library Service Friesland or BSF) and studied Arts Management at the University of Groningen. Since I work in the field of library innovation I was drawn to library makerspaces because of a number of fine examples in the US. This is the reason why me and my colleagues set up our own library makerspace, FryskLab, which is a 12 meter long bookmobile turned into a library FabLab, the first one in Europe. Partly because of this project I am nominated to become Librarian of the Year in the Netherlands in 2015.